Luisterroute

F2 Elfstedentocht

45,9 km · 3-5 uur · fietsen · rondje vanuit Stavoren · via Workum · Hindeloopen · Bolsward

Langs drie Elfstedensteden door de Friese kleipolders

Onderweg fietsen je langs 2 stops, samen goed voor 3 verhalen. Je telefoon leest ze voor zodra je bij een van die 2 bent; aantikken hoeft niet. Wie de F2 Elfstedentocht liever eerst doorleest, kan dat hier.

De route is 45,9 kilometer, ongeveer 3-5 uur — gerekend op fietsen, via Workum · Hindeloopen · Bolsward.

Onderweg kom je langs Workum en Workumer Trekvaart.

Van Workum tot Workumer Trekvaart, en net zo goed andersom: de gids kijkt naar waar je op deze 45,9 kilometer bent en niet naar welke kant je op gaat. Raak je van de lijn af, dan wijst hij naar de eerstvolgende van de 2 stops — nooit terug.

Open deze route in de gids

De dorpen op deze route, op volgorde

De verhalen buiten de dorpen

Wat de gids onderweg nog meer vertelt

Op de stille stukken zoekt de gids zelf een verhaal in de buurt. Deze staan er nu voor deze route klaar.

Koudum

Bij Koudum gaat een oud verhaal. Op eene zeer eigenaardige wijze is het dorp Koudum aan zijn naam gekomen. De heeren, die het dorp hadden gesticht, waren op een winteravond samen gekomen om te overleggen hoe ze hun kind zouden doopen. Zij werden 't hieromtrent niet spoedig eens. Zij zaten in een kring om den haard, waarop een tamelijk groot turfvuur brandde, want het was koud dien avond. Toch werd de gloed van het vuur hen op den duur te sterk, vooral voor de schenen. Daarom riepen ze: «Koud om! Koud om!» — De knecht, die hen bediende, wist wat dit beteekende: hij moest het gloeiende haardvuur omhullen met een laag koude turven. Dit hielp wel voor een oogenblik, maar de koude turven veranderden spoedig in gloeiende kolen. Dan was 't weêr: «Koud om! Koud om!» Toen men dit twee-, driemaal had herhaald, merkte een der heeren op, dat de grote hond, die mede bij den haard zat, achteruit schikte wanneer 't hem te heet werd. Mijnheer beproefde dit ook, zijne metgezellen volgden en spoedig erkenden allen, dat dit middel beter was dan telkens het vuur te vergrooten. En terwijl zij zich nu vroolijk maakten over hun eigen stompzinnigheid, kwamen zij overeen, dat hun dorp maar Koud-om zoude heeten. — Anderen zeggen Kou-dom — Koedom, dom als eene koe. De naam is later veranderd in Koudum. De Trynwouden. Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.

Galamadammen

In het aardrijkskundig woordenboek van rond 1840 staat over Galamadammen het volgende. ) en eene herberg, welke, om hare vermakelijke ligging, niet zelden tot het houden van vischpartijen, bijeenkomsten enzovoort, gekozen wordt; doch het lusthuis is weggebroken, en de herberg, vergroot en verbeterd, verplaatst op den Slaperdijk, nevens de sluis. Deze herberg levert een allerfraaist uitzigt op over de geheelc grietenij, de steden Stavo- ren en Hindeloopen, de Morrha, de Kuilaart en andere proote wate- ren, tusschen welke de Galama-dammeu-sluis de scheiding is. De levendigheid van dit overschoone panorama wordt vermeerderd door de veelvuldige doorvaart van schepen, die van en naar Stavoren komen. Ook worden aldaar de vergaderingen gehouden van het departement Henielumer-Oldepbaert-cn-Noordwolde der Maatschappij: Tot Wut tan 't Algemeen, (I) Zie oTerdna drie J westen OUIorie van kit tvrboni dir Méelen, Sint II. Bron: Van der Aa, Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden, 1839-1851.

Amerikaanse windmolen

Ongeveer 2,2 kilometer naar het oosten ligt het rijksmonument Amerikaanse windmolen. De grote Amerikaanse windmolen is een markant herkenningspunt in het noordoostelijk van Koudum gelegen weide- en merengebied. De naar Amerikaans model ontstane windmolen van het type "Herkules Metallicus Windturbine", uit Duitsland geïmporteerd door de Rotterdamse handelsmaatschappij R S Stokvis & Zonen Ltd werd in het begin van de twintigste eeuw gebouwd op de plaats van een afgebroken traditionele windmolen. Deze molen werd waarschijnlijk gebouwd in 1862 toen het bemalingsgebied genaamd "De Hoppe" werd ingepolderd. De naam "De Hoppe" betekent steeds droger wordende inham van water. Voor de fundering werd gebruik gemaakt van onderdelen van de stenen fundering van de afgebroken molen. Als uitzondering werd de molen bij de bouw niet voorzien van een standaardonderbouw. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 506210.

De Hel

Over De Hel werd vroeger het volgende verteld. Hy is net bang fen Sinteklaes. Hij laat zich niet bang praten, allerminst door geestelijken. Bang voor Sint Nicolaas (geheimzinnig wezen) te zijn ia kinderachtig. Hy dobbelt er om. Van oen gevaarlijken zieke: 't is twijfelachtig of hij 't gevaar zal te boven komen. Ook: Hy seil in hirde dobbel ka. Ily leit de lap er op. Hij dient oen ander klappen toe. Hy is tit 'e want yn 'e tomme (duim der mof ) komd, van hooger staat tot lager gekomen. Hy kin net ütspylje. Hij kan niet uitspelen. Ily wol fen stront waechs koaije. Hij meent uit drek (keisteenon) was te kunnen maken. Hy is goed to wekker. Hij is zeer goed wakker (wol uitgeslapen). Hy wol nin wol drage. Hij wil geen wol gedragen. — Schapen, die de wol laten vallen, deugen niet. Ily in twisken hing/en en wie/yen. Hij is tussen hangen en verwceren (nog jong en onervaren, een aankomend jongeling). — Oudtijds liet men een gehangene aan de galg to -wierjen (luchten) hangen tot het overschot er afviel. Hy het alles nei de letter. Hij heeft alles naar de letter (naar den eischinorde en op zijne plaats). Hy is oan legerwal^ aan lagerwal. Hy liet gj'in legerwdl. Hij is voldoende gewaarborgd tegen armoede en gebrek. Hy fiert my yn 't leeck. Hij duwt mij in de laagte (brengt mij in ongelegenheid ). Hy het net folie om 'e latten. Hij heeft niet veel om zijn geraamte. Ook: dun gekleed. Hy het in hopen sok. Hij heeft voel zog. Hy het in heleboel innen en oen. Hij heeft vele ennen en oën. Hy stekt my in speake yn 't tsjil. Hg steekt mjj een spaak in het wiel. — Hjj dwarsboomt mij. Hy kin wol mei de sjerpkwast omgean. Hij weet de stroopkwast wel te hanteeren (is een pluimstrijker). Hy krSpt yn 'e skulp. Hij kruipt in de schelp (de geweldenaar wordt bang). Hy hdldt hint efter 'e skêrm. Hij houdt zich achter de schermen (neemt wel deel aan het werk, maar niet openlijk). Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.

Tjasker It Heidenskip

Op zo'n 500 meter naar het noorden staat de windmolen Tjasker It Heidenskip. De Tjasker It Heidenskip is een poldermolen in het Friese dorp It Heidenskip, die in de Nederlandse gemeente Súdwest-Fryslân ligt. Deze maalvaardige paaltjasker, die in 1915 werd gebouwd door de Gieterse molenmaker J. Dijksma, is in 1977 gerestaureerd. Het 5,40 m grote gevlucht is oudhollands. Dit is de enige Nederlandse tjasker die voor 1960 is gebouwd en niet is verplaatst. De molen is in het beheer van de Molenstichting Súdwest-Fryslân. Bron: Wikipedia.

Workum

Bij Workum gaat een oud verhaal. Zes grote en twee kleine baren zijn in de Geertruidakerk te Workum. De grootschippersbaar met het jaartal 1806, beschilderd met grote schepen, zoogenaamde buitenvaarders, op zee bij stoim en bij stilte, en verder met kompas, verrekijker, kaarten, enzovoort; ook staat er afgebeeld de Hoop met het anker en op de rechterhand een vogel. Een schippersbaar voor de kleine vaart, 1805, is op dezelfde wijze versierd, maar hier brengt de storm het niet verder dan tot een flinken bries. Evenzoo op eene kleinere baaivoor de kleine vaart, 1806, terwijl eene andere kleine, 1791, met doodshoofd en beenderen tussen de stokken, overigens alleen lucht en wolken geeft, te zien. Eene andere baar vertoont, in verschillende tafereelen een veld met ploegers; het oogsten, de markt te Workum, het hooien, grazend vee en in het verschiet Workum van den zeekant gezien. De zesde haar draagt het jaartal 1756 en is beschilderd met smids-, horlogemakers- en zilversmidsgereedschap. De zevende baar, 1791, vertoont den metselaar, timmerman, huisschilder en glazenmaker in hun arbeid, maar ook de dood met de zeis. De achtste baar, 1781, is van het dokters- en chirm-gijnsgilde. Zij geeft te zien eenerzijds eene apotheek, eene ziekenkamer, eene operatiekamer waar vier personen een patiënt aan het hoofd opereeven, met een instrument dat veel gelijkenis heeft met eene grote timmermansboor. En op de keerzijde een opengeslagen boek, vijzels en meer apothekersgereedschap, de barmhartige Samaritaan, twee geleerde chirurgijns en ook de dood. Al deze baren hebben op- en randschriften van ernstigen aard, meest aan de psalmen ontleend, die van het chirurgijnsgilde natuurlijk ook spreuken in het latijn. Behalve deze acht is er nog een baaizonder versiering, zonder opschrift. Afzonderlijk gezet, wordt zij niet gebruikt dan wanneer er op stadskosten wordt begraven, maar ook dan nog niet altijd. Men zegt dat zij vroeger dienst deed voor misdadigers en zelfmoordenaars. Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.

Toegangspalen

Ongeveer 1,7 kilometer naar het zuidoosten ligt het rijksmonument Toegangspalen. De stelpBOERDERIJ "Sint Ursula" ligt aan de Ursuladijk, aan de zuidzijde van de weg en is naar het noorden georiënteerd; twee toegangspalen van Wormerse steen met de naam van de boerderij markeren het pad naar het erf. De boerderij is in 1884 in Ambachtelijk-traditionele stijl gebouwd door aannemer Kl. Wielinga uit Idskenhuizen (Sint Nicolaasga), in opdracht van dhr. Poppe Popkes, ter vervanging van een oudere boerderij die kort daarvoor was afgebroken. De grote, hoge melkkelder aan de koele noordoostzijde van het voorhuis is typerend voor de boerderij-bouw uit de tijd van de overgang van de zuivelbereiding van de boerderij naar de fabriek. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 513621.

Sint-Gertrudiskerk

Op zo'n 750 meter naar het noordwesten staat de Sint-Gertrudiskerk. Grafmonumenten van Joseph Sinkel en familiegraf van Tjipke Visser op het Zuiderkerkhof en grafmonument van Rintje Sinnes Visser en kleinzoon Rintje Jans Visser op het Kleine Zuiderkerkhof. Bij de herbouw in deze vorm, die eerst in het midden van de zestiende eeuw tot stand kwam, is het oudere, vierzijdig gesloten koor behouden; van het bijbehorende eenbeukig schip zijn de fundamenten gevonden tijdens de restauratie in 1939. De aanvankelijk slechts in hout dichtgezette top van de westgevel is bij die gelegenheid in steen uitgevoerd. Regeringsbank met opzetstuk waarschijnlijk ook 1718. Briefpanelen verwerkt in de avondmaalstafel en in de moderne banken van het schip. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 39458.

Hindeloopen

Bij Hindeloopen gaat een oud verhaal. Hjo het hjar doaiter op 'e tuttelpleate (Hindeloopen ). Zij heeft haar dochter op de titelplaat. Hja het dêr in trekplaster. Het meisje heeft daar ter plaats een trekpleister (een bemind voorwerp, waarom zij er liefst blijft wonen of anders zich er gaarne vertoont ). Hja is onder 'e hoantsen ütbret. Zij is onder de kemphanen uitgebroed. — Zjj is eene feeks. Hja is in stikje güd dat net forblikke scil. Zij is een stukje goed dat niet zal verkleuren (eene degelijke jonge vrouw of meisje). Hjit, fcnld. Hy is gau hjit en gau kdld lyk as in bliken tsjettel. Hjj is ras heet en ras weêr afgekoeld, als een blikken ketel. Dêr icird ik hjit noch kdld fen. (Die vermaning, berisping of dreigementen; dat ernstig geval) daar trek ik mij niets van aan. — Ook: Dat komt my net oan V kalde klean. Hy is bang dat er hint oan kdld wetter barne scil. Hij vreest zich aan koud water te zullen branden (is te schroomvallig om iets van beteekenis te ondernemen). It is my to hjit, ik Ut it stean. Het is mij te heet ik neem het niet. Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.

Nijlannermolen

Ongeveer 700 meter naar het noorden ligt de windmolen Nijlannermolen. De Nijlânnermole bij Workum is waarschijnlijk gebouwd in 1784. De achtkante bovenkruier is van het type grondzeiler en de functie is poldermolen. De polder die hij bemaalt is 440 hectare en wordt gedeeltelijk begrensd door de oude dijk die langs Workum en Hindeloopen loopt. De eerste molen die op deze locatie stond, werd in 1624 gebouwd, in hetzelfde jaar dat de polder werd ingedijkt. Hij werkte toen met een waterrad. In 1770 kwam er een molen met een vijzel, maar in de praktijk was die te klein. In 1784 werd hij vervangen door de huidige molen, die een grotere vijzel had. Bron: Wikipedia.

Reddingboothuis

Ongeveer 2,1 kilometer naar het westen ligt het rijksmonument Reddingboothuis. Het reddingboothuis van het Reddingsstation te Hindeloopen, dat deel uitmaakt van de "Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij", is in 1911 gebouwd door Tjeerd Diekkes uit Hindeloopen. De KNRM is opgericht met het doel om hulp te verlenen aan zeelieden die voor de Nederlandse kust voeren en in gevaar verkeerden. In eerste instantie was de reddingsmaatschappij actief langs de kust van de Noordzee, pas tegen het begin van de twintigste eeuw werd het reddingswerk ook langs de Wadden- en Zuiderzeekust verricht. Hindeloopen was één van de eerste reddingsstations langs de Zuiderzeekust. Het boothuis met helling voor de roei-reddingsvlet is op de dijk gebouwd. De eerste redding vond pas plaats in 1919. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 513628.

Grote of Sint Gertrudiskerk

Ongeveer 850 meter naar het westen ligt de Grote of Sint Gertrudiskerk. Hervormde KERK. Markant achter de IJsselmeerdijk gelegen kerkgebouw, gebouwd in 1632 op de fundamenten van een laat-zestiende-eeuwse voorgangster en tot 1892 bestaande uit een tweebeukige hallekerk. In 1658 werd de kerk met een zuidbeuk uitgebreid, welke in 1892 weer werd afgebroken. Sedertdien is weer sprake van een eenbeukig gebouw. De ingangsportalen met frontons aan noord- en zuidzijde (het laatste oorspronkelijk van de westzijde afkomstig), werden in 1658 (het jaar waarin de zuidbeuk werd opgetrokken) vervaardigd door Claes Lykles. Op het kerkhof staan ook enkele oorlogsgraven (1940-1945). Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 22171.

Molkwerum

Bij Molkwerum gaat een oud verhaal. Het dorp Molkwerum werd voorheen wel eens « het Heksershol » genoemd omdat, naar men zeide, het aantal tooveressen daar groot was. Deze dames kwamen soms laat in den avond bijeen achter den zeedijk bij liet hooge zand, en staken dan in nielkmouden (fries: aden) over zee naar Spanje of' ergens anders heen, ter feestviering. Voeren ze op die manier soms over een meer, dan hadden zij wel eens een kloet nodig en hiervoor gebruikten zij dan een stopnaald. Men vertelt ook dat eene heks 's nachts koud als een steen in haar bed ligt, terwijl hare ziel op reis is. Ook heeft zij geen schaduw. Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.

Warns

Bij Warns gaat een oud verhaal. Een schoenmakersknecht te Warns werd betooverd door eene vrouw van Molkwerum, terwijl hij bezig was haren voet te meten voor een paar nieuwe schoenen. Zij maakte van deze gelegenheid gebruik om zijn hoofd, dat toevallig ongedekt was, te beademen. Spoedig hierop werd de man ongesteld, maar niet dan na veel dokteren en meesteren begreep men, dat hij betooverd was, De beschuldigde vrouw werd nu met vriendelijke praatjes bij hem in huis gelokt, terwijl daar eenige ruwe mannen bijeen waren gekomen. Na de deuren en vensters gesloten te hebben, dwongen die mannen haar den betooverde te zegenen met de woorden: In den naam des Vaders, des Zoons en des Heiligen Geestes. Tevens werd zij tot bloedens toe mishandeld, ten einde den lijder iets van haar bloed toe te dienen. Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.

Visserswoning

Op zo'n 800 meter naar het noorden staat het rijksmonument Visserswoning. Visserswoning, blijkens de in hout aangebrachte inscriptie boven de inpandige toegangsdeur, gebouwd in 1716. De detaillering is overwegend negentiende-eeuws. Het snijwerk van de deuromlijsting is verwant aan dat van het nabijgelegen 'Zuiderzeestadje' Hindeloopen. Het pandje is mooi gelegen aan de rand van het beschermde dorpsgezicht Molkwerum en grenst aan de landerijen. Oorspronkelijke plattgrond. G. en ANNO 1716. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 527248.

Sudermarpolder

Op zo'n 1,5 kilometer naar het westen staat de plek Sudermarpolder. Het gebied is een voormalige droogmakerij op kleigrond en is voor het grootste deel in bezit van It Fryske Gea. Bij de plekken waar nog zout kwelwater omhoog komt groeien zoutminnende graslandplanten. In de sloten groeien zwanenbloem en de zannichellia. Het open graslandgebied met langs de dijk een brede vaart met rietkragen is een broedgebied voor weidevogels, ’s winters zit het vaak vol met ganzen. Kritische vogelsoorten als tureluur en veldleeuwerik komen hier tot broeden. De polder wordt gebruikt als foerageergebied voor overwinterende en trekkende vogels als grauwe gans, kolgans, brandgans, smient, goudplevier en wulp. De Sudermarpolder grenst aan de Dyksfeart. Bron: Wikipedia.

Laaxum

Ongeveer 2,2 kilometer naar het zuiden ligt het buurtschap Laaxum. In 1345 kwam een (klein) leger van graaf Willem IV van Holland onder andere bij Laaxum aan land om de Friezen te bevechten, wat leidde tot de Slag bij Warns. Rond 1500 stond Laaxum bekend vanwege visserij op bot op het Vrouwenzand, een ondiepte in de toenmalige Zuiderzee. In 1680 werd vermeld dat de bewoners van Laaxum zich bezighielden met palingvisserij. In 1718 stonden er acht huizen in de buurtschap en in 1851 zes. Aan het begin van de twintigste eeuw was Laaxum een plaats met zestien huizen en twee boerderijen, waarin samen meer dan honderd mensen woonden. Bron: Wikipedia.

Gemeentehuis

Op zo'n 2,9 kilometer naar het noordwesten staat het rijksmonument Gemeentehuis. Het gebouw ligt aan de IJsselmeerzijde van de Voorstraat tegenover de stenen brug over de Delf die de west- en oostzijde van de Voorstraat met zijn karakteristieke overtuinen van elkaar scheidt. Links grenst het gebouw aan woonbebouwing, rechts aan de kleine Baptistenkerk, aan de achterzijde aan de zeedijk. Het nieuwe gemeentehuis c. A. Werd in 1889 in eclectische trant gebouwd door de aannemers Kampman en Smit ter plaatse van het oude gemeentehuis. Het linkergedeelte van het gebouw was in gebruik als woonhuis van de burgemeester; het rechtergedeelte deed dienst als gemeentehuis (met onder andere raadzaal, burgemeesterkamer, secretarie en aangebouwde bomvrije archiefruimte). Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 527699.

Schutsluis

Op zo'n 1,9 kilometer naar het noordwesten staat het rijksmonument Schutsluis. De "oude zeesluis" te Stavoren schutsluis ligt aan de noordzijde van het stadje en aan de zuid-oostzijde van de haven. De zeesluis bestond al in de zestiende eeuw: in 1576 werd zij beheerd door de Zeedijkbesturen van Wymbritseradiel, Hemelumer Oldeferd en de stad Stavoren. De sluis is in 1894 hersteld, 2. Tot 1965 is de sluis gebruikt voor het schutten van onder andere vracht- en vissersschepen. Tegenwoordig wordt ze voornamelijk gebruikt voor de recreatievaart en in geval van nood. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 513626.

In de buurt van deze route

Plaatsen langs deze route

Bolsward · Hindeloopen · Workum — zie alle plaatsen en de routes die er langskomen.

Overnachten

Partnertip — Boek je via deze link, dan krijgt Luisterroute een kleine vergoeding. Jij betaalt niet meer.

Zoek een overnachting bij Friesland

Activiteiten in de buurt