Luisterroute

W1 Dijkpad Molkwerum

42,9 km · 8-10 uur · wandelen · rondje vanuit Stavoren · via Molkwerum · Hindeloopen · Workum

Langs de zeedijk — lang maar vlak met prachtig uitzicht

Onderweg lopen je langs 27 stops, samen goed voor 32 verhalen. Je telefoon leest ze voor zodra je bij een van die 27 bent; aantikken hoeft niet. Wie de W1 Dijkpad Molkwerum liever eerst doorleest, kan dat hier.

De route is 42,9 kilometer, ongeveer 8-10 uur — gerekend op wandelen, via Molkwerum · Hindeloopen · Workum.

Onderweg kom je langs Workum sluis, Workumerwaard It Soal, Workumerwaard uitkijkheuvel, Hindeloopen — wandel, Weidevogelland, Molkwerum wandel, Kustnatuur It Skar, Bocht van Molkwerum, Stavoren — finish, Tussen Workum en It Heidenskip, Op weg naar Workum, Polderpad naar Workum, Noordermeerpolder, Workumer sluis, Richting Hindeloopen, Hindeloopen binnenstad, Naar Workum-Koudum spoor, Workum — Sint Gertrudiskerk, Workum — Jopie Huisman, Tjasker It Heidenskip, Fierljepsloot It Heidenskip, Koudum centrum, Geboortedorp van Jacob Binckes, Bocht fan Molkwar — tweede keer, Kwelderlandschap, De laatste zeedijk en Terug bij de haven.

Van Workum sluis tot Terug bij de haven, en net zo goed andersom: de gids kijkt naar waar je op deze 42,9 kilometer bent en niet naar welke kant je op gaat. Raak je van de lijn af, dan wijst hij naar de eerstvolgende van de 27 stops — nooit terug.

Open deze route in de gids

De dorpen op deze route, op volgorde

De verhalen buiten de dorpen

Workum sluis

U bent bij de Workumer sluis — het keerpunt van de route. De sluis verbindt de Friese boezem met het IJsselmeer. Hier begint de terugweg via de polderweg naar Stavoren.

Workum is een Elfstedenstad met een rijke geschiedenis. De stad werd groot door de palinghandel — Workumer paling werd tot in Londen verkocht. Jopie Huisman, de schilder van het vergankelijke, werd hier geboren in 1922. Het museum aan de Noard herbergt zijn werk: weggegooide spullen die hij opraapte en schilderde tot kunst.

Vlak na de start passeer je de sluis die Workum met het IJsselmeer verbindt. Tot de Afsluitdijk in negentientweeëndertig stond dit water nog in open verbinding met de zoute Zuiderzee. Op de palen en kribben rusten vaak aalscholvers met gespreide vleugels te drogen, want zij kunnen hun veren niet waterdicht maken en moeten na het duiken letterlijk opdrogen in de wind.

Onderweg krijg je hier de vraag: Waarom zit de aalscholver vaak met gespreide vleugels in de zon?

Workumerwaard It Soal

U bent bij It Soal. Volg het schelpenpad naar de uitkijkheuvel voor uitzicht over de Workumerwaard — 732 hectare vogelreservaat met kluten, visdiefjes en overwinterende ganzen.

Vanaf de uitkijkheuvel bij It Soal kijkt u uit over de Workumerwaard — 732 hectare watervogelreservaat beheerd door It Fryske Gea. Langs het IJsselmeer liggen zeven schelpenbanken die zo nu en dan droogvallen. Op die banken broeden kolonies kokmeeuwen en visdiefjes. In de winter overwinteren hier grote groepen smienten en ganzen. In augustus zijn hier soms zelfs reuzensterns te zien.

De vergeten watersnood van 1825

Bij de oude vuurtoren van Workom, It Tontsje, brak in februari 1825 de zeedijk door tijdens de zwaarste stormvloed van de eeuw. Een oude vrouw die in het vuurtorenhuis woonde, vluchtte in paniek over de dijk naar Workum — onderweg bezweek ze. Twee derde van Friesland kwam onder water; in It Heidenskip stond het 2,5 meter hoog. Bijna vergeten, maar even erg als 1953.

Workum is een Elfstedenstad die rijk werd met palinghandel tot in Londen, en de geboorteplaats van schilder Jopie Huisman. Vanaf hier volg je de oude zeedijk, nu het Zuiderzeepad.

Je loopt langs de Workumerwaard, een weidse zandplaat die nog van de oude Zuiderzee stamt. Langs het IJsselmeer liggen zeven schelpenbanken waar kolonies kokmeeuwen en visdiefjes broeden, en in de natte graslanden erachter vind je in het voorjaar de grutto. Bij It Soal staat een vernieuwd vogelkijkpunt, en met helder weer kijk je zo tot aan Hindeloopen en de Afsluitdijk. Een mooie plek om even stil te staan en te luisteren naar de vogels.

Onderweg krijg je hier de vraag: Welke vogels broeden er op de schelpenbanken van de Workumerwaard?

Workumerwaard uitkijkheuvel

Vanaf de uitkijkheuvel bij It Soal ziet u in één wijde blik alles: kleurrijke graslanden, schelpenbanken en vogels in groten getale. In augustus komen hier zelfs reuzensterns.

De kijkheuvel bij It Soal

De Workumerwaard is een van de rijkste vogelgebieden van Friesland, beheerd door It Fryske Gea. Vanaf de uitkijkheuvel bij It Soal kijk je uit over 732 hectare watervogelreservaat. In het voorjaar broeden hier kluut, bontbekplevier en visdief. In mei hoor je het zingen van de grutto, de nationale vogel. In de winter overwinteren grote groepen brandganzen, kolganzen en smienten. De witte schelpenbanken schitteren op heldere dagen in de zon.

Weidevogelland

U loopt door weidevogelland. Kijk uit voor paaltjes met gekleurde linten — die markeren gruttonesten. Loop er ruim omheen en luister naar het roepen van de nationale vogel.

Hindeloopen is een van de merkwaardigste steden van Nederland. De mannen waren maandenlang op zee. In hun afwezigheid reisden de vrouwen naar Amsterdam en brachten mode mee: rijke stoffen en Chinese patronen. Zo ontstond de unieke Hindeloopense schilderkunst. Het Eerste Friese Schaatsmuseum vertelt het verhaal van de Elfstedentocht — Hindeloopen is een van de elf steden die de tocht aandoet.

Je loopt langs weidse graslanden achter de dijk. Dit is echt weidevogelland: in het voorjaar hoor je de grutto, de nationale vogel van Nederland, met zijn roep grutto-grutto. Ook de kievit, de tureluur en de scholekster broeden hier. Friesland is hun bolwerk; meer dan de helft van alle West-Europese grutto's broedt in Nederland, en juist hier in de natte greiden vinden ze rust en voedsel.

Onderweg krijg je hier de vraag: Waar is Hindeloopen wereldberoemd om?

Kustnatuur It Skar

U loopt langs It Skar. In het riet broedt de roerdomp — hij staat stokstijf met zijn snavel omhoog als hij gevaar ruikt.

Molkwerum was ooit een stad met 1100 inwoners, 27 bruggen en een eigen kantoor in Amsterdam. In de 16e en 17e eeuw verscheepte het 20 procent van de Friese graanhandel. In het Bakkerswinkeltje aan de Hellingstrjitte kunt u de Molkwarder Koeke proeven — een recept uit 1916. Boven de kerkdeur staat gebeiteld: 'Die Godt vertrowt had wol gebowt' uit 1597. In 1669 bezocht Cosimo de Medici dit dorp — zijn reisschilder Baldi tekende het; die prent hangt nu in Florence.

Je loopt over de oude zeedijk met aan de ene kant het wijde IJsselmeer en aan de andere kant laaggelegen weiden. Hier graast vaak een kudde schapen die de dijk kort houdt, levende grasmaaiers die met hun hoeven de grond stevig aantrappen. In de lucht bidt een torenvalk: stil hangend op de wind speurt hij naar muizen in het gras onder zich.

Onderweg krijg je hier de vraag: Wat doet een torenvalk als hij stil in de lucht hangt?

Bocht van Molkwerum

U passeert vogelkijkhut De Swan in de Bocht fan Molkwar. In april overnachten hier soms 15.000 kemphanen op doortrek naar Siberië. 271 hectare, beheerd door It Fryske Gea.

Vogelkijkhut De Swan staat midden in het 271 hectare grote Bocht fan Molkwar, beheerd door It Fryske Gea. In 1995 legde It Fryske Gea hier drie kunstmatige eilandjes aan in het ondiepe IJsselmeer. Kleine mantelmeeuwen, visdiefjes en lepelaars broeden er sindsdien massaal. In april overnachten hier soms meer dan 15.000 kemphanen in één nacht — steltlopers op doortrek naar Siberië.

Onderweg passeer je Molkwerum, vroeger "het doolhof" genoemd: zo grillig gebouwd dat vreemdelingen er verdwaalden. Het dorp had zelfs een eigen dialect dat andere Friezen nauwelijks verstonden. In de oorlog zaten hier drie joodse onderduikers maar liefst drie jaar verborgen in de nok van een hooiberg — zelfs de knecht wist van niets. Vlak voor de kust ligt het Nationaal Monument Missing Airmen, voor de geallieerde vliegers die hier neerstortten.

Loop even het stadje in: de haven, de oude sluis en het Schaatsmuseum met de grootste schaatscollectie ter wereld. Het strandje even verderop is geliefd bij kitesurfers door de constante IJsselmeerwind.

Ame Gijs, de kinderschrik

Loop je hier met kinderen langs het water? Vroeger werd hun verteld niet te dicht bij de rand te komen, want anders kwam Ame Gijs — het waterspook dat kinderen onder water trok. In 2016 kreeg deze sage een monument in de Sylroede: een hand die water omhoog spuit.

Je loopt langs de Bocht van Molkwar, een tweehonderdeenenzeventig hectare groot natuurgebied aan de IJsselmeerkust. Vanuit vogelkijkhut De Swan kijk je uit over eilandjes en zandplaten. In de winter is dit een waar paradijs: dan strijken hier duizenden kleine zwanen neer, soms wel twintig procent van de hele wereldpopulatie. Ook de bruine kiekendief, het baardmannetje en de roerdomp voelen zich hier thuis.

Onderweg krijg je hier de vraag: Welke bijzondere vogels overwinteren met duizenden bij de dijken hier?

Op weg naar Workum

Het wijde Friese landschap

U bevindt zich nu op het noordelijkste punt van de W1-route, met aan de ene zijde het open IJsselmeer en aan de andere zijde de eindeloze Friese weilanden. Dit deel van de route voelt het meest verstild aan — weinig bebouwing, veel ruimte voor vogels en wind. Workum komt langzaam in zicht aan de horizon.

Noordermeerpolder

U loopt door de Noordermeerpolder, een gebied dat ooit een meer was voordat het werd drooggemalen voor landbouw.

Een meer dat plaats maakte voor land

De Noordermeerpolder is een van de vele Friese meren die in de 17e en 18e eeuw zijn drooggemalen voor landbouwgrond. De polderweg slingert hier tussen typisch Friese kop-hals-rompboerderijen door, een bouwstijl waarbij woonhuis, schuur en stal in één rechte lijn aan elkaar zijn gebouwd. Zo kon de boer in de winter droog van zijn woonkamer naar de koeien lopen.

Richting Hindeloopen

De kustlijn naar de schilderachtige stad

Het stuk kust tussen Workum en Hindeloopen is een van de mooiste van de hele route. Rechts het open IJsselmeer, links de glooiende Friese weilanden. Hindeloopen is wereldberoemd om zijn beschilderde meubels — een traditie die ontstond doordat de vrouwen van de zeevarende mannen naar Amsterdam reisden en daar de mode mee terugbrachten.

Hindeloopen binnenstad

Wipbrug en Schaatsmuseum

Hindeloopen is een van de elf Friese steden en behoort tot de oudste schaatscultuur van Nederland. Het Schaatsmuseum vertelt het verhaal van de Elfstedentocht, een evenement dat al sinds 1909 wordt georganiseerd zodra het ijs dik genoeg is. De karakteristieke wipbrug en de smalle straatjes maken dit een van de meest fotogenieke stadjes van Friesland.

Naar Workum-Koudum spoor

U kruist hier het spoor van de stoomtrein die ooit tussen Sneek en Stavoren reed.

Het spoor van het boemeltje

Het spoor dat u hier oversteekt verbond ooit Sneek met Stavoren, met een tussenstop bij het gedeelde station Koudum-Molkwerum. Het boemeltje vervoerde nooit grote drommen mensen — dit bleef altijd een rustig, verstild gebied, ver van de Randstad.

Tjasker It Heidenskip

De oudste paaltjasker van Nederland

Deze kleine poldermolen, een tjasker, werd in 1915 gebouwd door molenmaker J. Dijksma uit Gieten. Het bijzondere is dat dit de enige tjasker in Nederland is die van voor 1960 dateert en nooit is verplaatst — meestal werden deze kleine windmolens om de zoveel jaar verhuisd. De molen is nog steeds maalvaardig en in 1977 gerestaureerd.

Onderweg krijg je hier de vraag: Wat is bijzonder aan de Tjasker It Heidenskip?

Fierljepsloot It Heidenskip

U loopt langs een van de sloten waar het beroemde fierljeppen wordt beoefend.

Polsstok over het water

Fierljeppen is uniek Fries polsstokverspringen: de springer rent aan, pakt een lange polsstok, klimt er tijdens de sprong langzaam omhoog en probeert zo ver mogelijk over een brede sloot te springen. It Heidenskip heeft een eigen fierljepvereniging sinds 1980, en de sport trekt elke zomer veel toeschouwers naar de wedstrijden.

Kwelderlandschap

U loopt door een kwelderlandschap waar zeekraal en lamsoor groeien, planten die tegen zilt water kunnen.

Zeekraal en lamsoor langs de dijk

Dit kwelderlandschap, ontstaan na de bedijking van de Zuiderzee, herbergt planten die nergens anders groeien: zeekraal en lamsoor zijn aangepast aan de zilte bodem die hier nog steeds aanwezig is, lang nadat het IJsselmeer zoet werd. In het riet broedt soms de roerdomp, een schuwe vogel die stokstijf met zijn snavel omhoog staat als hij zich bedreigd voelt.

Wat de gids onderweg nog meer vertelt

Op de stille stukken zoekt de gids zelf een verhaal in de buurt. Deze staan er nu voor deze route klaar.

Warns

Bij Warns gaat een oud verhaal. Een schoenmakersknecht te Warns werd betooverd door eene vrouw van Molkwerum, terwijl hij bezig was haren voet te meten voor een paar nieuwe schoenen. Zij maakte van deze gelegenheid gebruik om zijn hoofd, dat toevallig ongedekt was, te beademen. Spoedig hierop werd de man ongesteld, maar niet dan na veel dokteren en meesteren begreep men, dat hij betooverd was, De beschuldigde vrouw werd nu met vriendelijke praatjes bij hem in huis gelokt, terwijl daar eenige ruwe mannen bijeen waren gekomen. Na de deuren en vensters gesloten te hebben, dwongen die mannen haar den betooverde te zegenen met de woorden: In den naam des Vaders, des Zoons en des Heiligen Geestes. Tevens werd zij tot bloedens toe mishandeld, ten einde den lijder iets van haar bloed toe te dienen. Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.

Molkwerum

Bij Molkwerum gaat een oud verhaal. Het dorp Molkwerum werd voorheen wel eens « het Heksershol » genoemd omdat, naar men zeide, het aantal tooveressen daar groot was. Deze dames kwamen soms laat in den avond bijeen achter den zeedijk bij liet hooge zand, en staken dan in nielkmouden (fries: aden) over zee naar Spanje of' ergens anders heen, ter feestviering. Voeren ze op die manier soms over een meer, dan hadden zij wel eens een kloet nodig en hiervoor gebruikten zij dan een stopnaald. Men vertelt ook dat eene heks 's nachts koud als een steen in haar bed ligt, terwijl hare ziel op reis is. Ook heeft zij geen schaduw. Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.

Visserswoning

Op zo'n 800 meter naar het zuidoosten staat het rijksmonument Visserswoning. Visserswoning, blijkens de in hout aangebrachte inscriptie boven de inpandige toegangsdeur, gebouwd in 1716. De detaillering is overwegend negentiende-eeuws. Het snijwerk van de deuromlijsting is verwant aan dat van het nabijgelegen 'Zuiderzeestadje' Hindeloopen. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 527248.

Bocht fan Molkwar

Ongeveer 1,1 kilometer naar het noorden ligt het natuurgebied Bocht fan Molkwar. Het natuurgebied de Bocht fan Molwar is het buitendijks gelegen gebied tussen Hindeloopen en Molkwerum. Het gebied bestaat uit rietland, schraalgrasland, enkele kunstmatig aangelegde eilandjes voor de Friese kust en het omringende water. Bron: Wikipedia.

Koudum

Bij Koudum gaat een oud verhaal. Op eene zeer eigenaardige wijze is het dorp Koudum aan zijn naam gekomen. De heeren, die het dorp hadden gesticht, waren op een winteravond samen gekomen om te overleggen hoe ze hun kind zouden doopen. Zij werden 't hieromtrent niet spoedig eens. Zij zaten in een kring om den haard, waarop een tamelijk groot turfvuur brandde, want het was koud dien avond. Toch werd de gloed van het vuur hen op den duur te sterk, vooral voor de schenen. Daarom riepen ze: «Koud om! Koud om!» — De knecht, die hen bediende, wist wat dit beteekende: hij moest het gloeiende haardvuur omhullen met een laag koude turven. Dit hielp wel voor een oogenblik, maar de koude turven veranderden spoedig in gloeiende kolen. Dan was 't weêr: «Koud om! Koud om!» Toen men dit twee-, driemaal had herhaald, merkte een der heeren op, dat de grote hond, die mede bij den haard zat, achteruit schikte wanneer 't hem te heet werd. Mijnheer beproefde dit ook, zijne metgezellen volgden en spoedig erkenden allen, dat dit middel beter was dan telkens het vuur te vergrooten. En terwijl zij zich nu vroolijk maakten over hun eigen stompzinnigheid, kwamen zij overeen, dat hun dorp maar Koud-om zoude heeten. — Anderen zeggen Kou-dom — Koedom, dom als eene koe. De naam is later veranderd in Koudum. De Trynwouden. Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.

Hindeloopen

Bij Hindeloopen gaat een oud verhaal. Hjo het hjar doaiter op 'e tuttelpleate (Hindeloopen ). Zij heeft haar dochter op de titelplaat. Hja het dêr in trekplaster. Het meisje heeft daar ter plaats een trekpleister (een bemind voorwerp, waarom zij er liefst blijft wonen of anders zich er gaarne vertoont ). Hja is onder 'e hoantsen ütbret. Zij is onder de kemphanen uitgebroed. — Zjj is eene feeks. Hja is in stikje güd dat net forblikke scil. Zij is een stukje goed dat niet zal verkleuren (eene degelijke jonge vrouw of meisje). Hjit, fcnld. Hy is gau hjit en gau kdld lyk as in bliken tsjettel. Hjj is ras heet en ras weêr afgekoeld, als een blikken ketel. Dêr icird ik hjit noch kdld fen. (Die vermaning, berisping of dreigementen; dat ernstig geval) daar trek ik mij niets van aan. — Ook: Dat komt my net oan V kalde klean. Hy is bang dat er hint oan kdld wetter barne scil. Hij vreest zich aan koud water te zullen branden (is te schroomvallig om iets van beteekenis te ondernemen). It is my to hjit, ik Ut it stean. Het is mij te heet ik neem het niet. Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.

Badpaviljoen

Dit is het rijksmonument Badpaviljoen. Het badpaviljoen te Hindeloopen is in 1913 en 1914 gebouwd, in een stijl waarin elementen van de Art Nouveau gecombineerd zijn met elementen die in latere tijden zijn aangebracht. Deze hebben voor een algemene verstrakking van de hoofdvorm gezorgd. Het badpaviljoen is gebouwd in opdracht van de "Badvereeniging Hindeloopen". Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 513627.

Grote of Sint Gertrudiskerk

Ongeveer 350 meter naar het noordwesten ligt de Grote of Sint Gertrudiskerk. Hervormde KERK. Markant achter de IJsselmeerdijk gelegen kerkgebouw, gebouwd in 1632 op de fundamenten van een laat-zestiende-eeuwse voorgangster en tot 1892 bestaande uit een tweebeukige hallekerk. In 1658 werd de kerk met een zuidbeuk uitgebreid, welke in 1892 weer werd afgebroken. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 22171.

Nijlannermolen

Ongeveer 1,4 kilometer naar het noordoosten ligt de windmolen Nijlannermolen. De Nijlânnermole bij Workum is waarschijnlijk gebouwd in 1784. De achtkante bovenkruier is van het type grondzeiler en de functie is poldermolen. De polder die hij bemaalt is 440 hectare en wordt gedeeltelijk begrensd door de oude dijk die langs Workum en Hindeloopen loopt. Bron: Wikipedia.

Workum

Bij Workum gaat een oud verhaal. Zes grote en twee kleine baren zijn in de Geertruidakerk te Workum. De grootschippersbaar met het jaartal 1806, beschilderd met grote schepen, zoogenaamde buitenvaarders, op zee bij stoim en bij stilte, en verder met kompas, verrekijker, kaarten, enzovoort; ook staat er afgebeeld de Hoop met het anker en op de rechterhand een vogel. Een schippersbaar voor de kleine vaart, 1805, is op dezelfde wijze versierd, maar hier brengt de storm het niet verder dan tot een flinken bries. Evenzoo op eene kleinere baaivoor de kleine vaart, 1806, terwijl eene andere kleine, 1791, met doodshoofd en beenderen tussen de stokken, overigens alleen lucht en wolken geeft, te zien. Eene andere baar vertoont, in verschillende tafereelen een veld met ploegers; het oogsten, de markt te Workum, het hooien, grazend vee en in het verschiet Workum van den zeekant gezien. De zesde haar draagt het jaartal 1756 en is beschilderd met smids-, horlogemakers- en zilversmidsgereedschap. De zevende baar, 1791, vertoont den metselaar, timmerman, huisschilder en glazenmaker in hun arbeid, maar ook de dood met de zeis. De achtste baar, 1781, is van het dokters- en chirm-gijnsgilde. Zij geeft te zien eenerzijds eene apotheek, eene ziekenkamer, eene operatiekamer waar vier personen een patiënt aan het hoofd opereeven, met een instrument dat veel gelijkenis heeft met eene grote timmermansboor. En op de keerzijde een opengeslagen boek, vijzels en meer apothekersgereedschap, de barmhartige Samaritaan, twee geleerde chirurgijns en ook de dood. Al deze baren hebben op- en randschriften van ernstigen aard, meest aan de psalmen ontleend, die van het chirurgijnsgilde natuurlijk ook spreuken in het latijn. Behalve deze acht is er nog een baaizonder versiering, zonder opschrift. Afzonderlijk gezet, wordt zij niet gebruikt dan wanneer er op stadskosten wordt begraven, maar ook dan nog niet altijd. Men zegt dat zij vroeger dienst deed voor misdadigers en zelfmoordenaars. Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.

Begraafplaats met betonnen

Ongeveer 1,7 kilometer naar het oosten ligt het rijksmonument Begraafplaats met betonnen. Kleine Joodse Begraafplaats MET betonnen ommuring en zes liggende grafzerken, gelegen aan de Hearekeunst, binnen het beschermde gezicht Workum. Voor zover bekend is de begraafplaats, die indertijd in gebruik was bij de Joodse gemeenschappen van Workum en Hindeloopen, gesticht in 1664. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 512599.

Jopie Huisman Museum

Ongeveer 2,0 kilometer naar het noordoosten ligt het Jopie Huisman Museum. Het Jopie Huisman Museum is een museum in de Friese stad Workum dat werken van kunstschilder Jopie Huisman exposeert. Het aan de Noard speciaal voor de collectie tekeningen, schilderijen en verzamelingen gebouwde museum werd geopend in 1992. Eerder was het vanaf 1986 gevestigd op andere locaties. Bron: Wikipedia.

Zomerhuis

Ongeveer 2,8 kilometer naar het zuidoosten ligt het rijksmonument Zomerhuis. Het zomerhuis, gebouwd in 1884 bij het complex van de stelpboerderij "Sint Ursula", ligt ten oosten van de boerderij, tussen de boerderij en het toegangspad. Het is in een Ambachtelijke-traditionele stijl opgetrokken vermoedelijk door aannemer Kl. Wielinga uit Idskenhuizen, die ook de boerderij bouwde. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 513622.

Monnikenburenmolen

Ongeveer 2,3 kilometer naar het noordoosten ligt de windmolen Monnikenburenmolen. De Monnikenburenmolen, die enkele honderden meters ten noorden van Nijhuizum staat, is een spinnenkopmolen. Hij werd voor 1832 gebouwd om samen met een andere spinnenkopmolen de 155 hectare grote Monnikenburenpolder te bemalen. De molen was aanvankelijk uitgerust met een scheprad en werd pas later van een vijzel voorzien. Bron: Wikipedia.

De Hel

Over De Hel werd vroeger het volgende verteld. Hy is net bang fen Sinteklaes. Hij laat zich niet bang praten, allerminst door geestelijken. Bang voor Sint Nicolaas (geheimzinnig wezen) te zijn ia kinderachtig. Hy dobbelt er om. Van oen gevaarlijken zieke: 't is twijfelachtig of hij 't gevaar zal te boven komen. Ook: Hy seil in hirde dobbel ka. Ily leit de lap er op. Hij dient oen ander klappen toe. Hy is tit 'e want yn 'e tomme (duim der mof ) komd, van hooger staat tot lager gekomen. Hy kin net ütspylje. Hij kan niet uitspelen. Ily wol fen stront waechs koaije. Hij meent uit drek (keisteenon) was te kunnen maken. Hy is goed to wekker. Hij is zeer goed wakker (wol uitgeslapen). Hy wol nin wol drage. Hij wil geen wol gedragen. — Schapen, die de wol laten vallen, deugen niet. Ily in twisken hing/en en wie/yen. Hij is tussen hangen en verwceren (nog jong en onervaren, een aankomend jongeling). — Oudtijds liet men een gehangene aan de galg to -wierjen (luchten) hangen tot het overschot er afviel. Hy het alles nei de letter. Hij heeft alles naar de letter (naar den eischinorde en op zijne plaats). Hy is oan legerwal^ aan lagerwal. Hy liet gj'in legerwdl. Hij is voldoende gewaarborgd tegen armoede en gebrek. Hy fiert my yn 't leeck. Hij duwt mij in de laagte (brengt mij in ongelegenheid ). Hy het net folie om 'e latten. Hij heeft niet veel om zijn geraamte. Ook: dun gekleed. Hy het in hopen sok. Hij heeft voel zog. Hy het in heleboel innen en oen. Hij heeft vele ennen en oën. Hy stekt my in speake yn 't tsjil. Hg steekt mjj een spaak in het wiel. — Hjj dwarsboomt mij. Hy kin wol mei de sjerpkwast omgean. Hij weet de stroopkwast wel te hanteeren (is een pluimstrijker). Hy krSpt yn 'e skulp. Hij kruipt in de schelp (de geweldenaar wordt bang). Hy hdldt hint efter 'e skêrm. Hij houdt zich achter de schermen (neemt wel deel aan het werk, maar niet openlijk). Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.

Incomplete molen

Op zo'n 2,4 kilometer naar het noorden staat het rijksmonument Incomplete molen. Incomplete molen. De achtkante spinnekop is vóór 1832 gebouwd als poldermolen voor de bemaling van de Munnikeburenpolder. De incomplete molen werd toen voorzien van een dieselmotor, waarmee de vijzel werd aangedreven. De dieselmotor werd in de jaren '70 van de twintigste eeuw vervangen door een elektromotor. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 527646.

Tjasker It Heidenskip

Op zo'n 300 meter naar het oosten staat de windmolen Tjasker It Heidenskip. De Tjasker It Heidenskip is een poldermolen in het Friese dorp It Heidenskip, die in de Nederlandse gemeente Súdwest-Fryslân ligt. Deze maalvaardige paaltjasker, die in 1915 werd gebouwd door de Gieterse molenmaker J. Dijksma, is in 1977 gerestaureerd. Het 5,40 m grote gevlucht is oudhollands. Bron: Wikipedia.

Amerikaanse windmolen

Ongeveer 2,9 kilometer naar het zuiden ligt het rijksmonument Amerikaanse windmolen. De grote Amerikaanse windmolen is een markant herkenningspunt in het noordoostelijk van Koudum gelegen weide- en merengebied. De naar Amerikaans model ontstane windmolen van het type "Herkules Metallicus Windturbine", uit Duitsland geïmporteerd door de Rotterdamse handelsmaatschappij R S Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 506210.

De Vlijt

Ongeveer 2,9 kilometer naar het zuidwesten ligt De Vlijt. De molen De Vlijt staat aan de Molenbuurt in Koudum (gemeente Súdwest-Fryslân). De molen werd oorspronkelijk in de achttiende eeuw gebouwd als poldermolen te Oppenhuizen. In 1986 werd de molen verplaatst naar zijn huidige locatie en verbouwd tot een korenstellingmolen, type spinnenkop. Constructie: de romp van de ondertoren is gedekt met dakpannen. Bron: Wikipedia.

Galamadammen

In het aardrijkskundig woordenboek van rond 1840 staat over Galamadammen het volgende. ) en eene herberg, welke, om hare vermakelijke ligging, niet zelden tot het houden van vischpartijen, bijeenkomsten enzovoort, gekozen wordt; doch het lusthuis is weggebroken, en de herberg, vergroot en verbeterd, verplaatst op den Slaperdijk, nevens de sluis. Bron: Van der Aa, Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden, 1839-1851.

Amerikaanse

Op zo'n 1,9 kilometer naar het zuidwesten staat het rijksmonument Amerikaanse. Naar Amerikaans model ontstane windmolen van het type "Hercules Metallicus", uit Duitsland geimporteerd door de Rotterdamse handelmaatschappij R S Stokvis & Zonen en begin twintigste eeuw voor het voormalige waterschap "Ymedaem" (thans "Tusken Mar en Klif) geplaatst aan het op de Morra uitwaterende Jan Broerskanaal. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 386776.

Peilschaalhuis

Op zo'n 1,2 kilometer naar het westen staat het rijksmonument Peilschaalhuis. Het is in 1880 gebouwd in een Ambachtelijk-traditionele stijl die is verlevendigd door decoratief metselwerk. Het peilschaalhuis is nu in gebruik als kantoor van de havenmeester: het meet-mechanisme (ondergronds) is nog aanwezig en functioneert nog steeds. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 513617.

In de buurt van deze route

Plaatsen langs deze route

Heidenskip · Hindeloopen · It Soal · Johan Frisokanaal · Johan Frisosluis · Koudum · Molkwerum · Stavoren · Stoenckherne · Vuurtoren Stavoren · Workum — zie alle plaatsen en de routes die er langskomen.

Overnachten

Partnertip — Boek je via deze link, dan krijgt Luisterroute een kleine vergoeding. Jij betaalt niet meer.

Zoek een overnachting bij Friesland

Activiteiten in de buurt