Luisterroute

B1 Meren & Vaarten

52,2 km · 4-6 uur · varen · rondje vanuit Stavoren · via Heeg · Workum · Hindeloopen

Door de Friese meren langs de IJsselmeerkust

De B1 Meren & Vaarten telt 12 stops met 17 verhalen. Ze spelen vanzelf af zodra je in de buurt van een van die 12 komt, voorgelezen door je eigen telefoon — voor vertrek of achteraf zijn ze ook gewoon te lezen.

De route is 52,2 kilometer, ongeveer 4-6 uur — gerekend op varen, via Heeg · Workum · Hindeloopen.

Onderweg kom je langs Stavoren haven, Johan Frisokanaal, De Morra, De Fluessen — ingang, De Fluessen, Heeg — watersportdorp, Heegermeer — eilandjes, Verbinding Heeg-Workum, Workumer Trekvaart, Workumerdijk — weidevogels, Strand Hindeloopen en Workum aanleggen.

Je kunt de B1 Meren & Vaarten in beide richtingen varen. De gids volgt je positie over die 52,2 kilometer en vertelt wat er op dat moment aan de beurt is; kom je ervan af, dan wijst hij terug naar de dichtstbijzijnde van de 12 stops die nog vooruit ligt.

Open deze route in de gids

De dorpen op deze route, op volgorde

De verhalen buiten de dorpen

Johan Frisokanaal

U vaart over het Johan Frisokanaal uit 1951. Kaarsrecht — uniek in Friesland. Volg de betonning van de scheepvaartroute richting De Morra.

Het kanaal dat nooit bocht maakt

U vaart over het Johan Frisokanaal, gegraven in 1951. Dit is een van de weinige kanalen in Friesland die kaarsrecht loopt — de meeste Friese wateren kronkelen. Het kanaal verbindt het IJsselmeer via Stavoren met het Friese merengebied. Let op de betonning van de scheepvaartroute.

De Fluessen — ingang

Ontstaan door turfafgraving en een gletsjerdal. Op één na grootste meer van Friesland. Houd rekening met wind.

Van turfpak naar open meer

U vaart de Fluessen op. Het meer is ontstaan door eeuwenlange turfafgraving. Na het afgraven klonk de grond in en vulde het water de leegte. De Fluessen is samen met De Morra en het Heegermeer door een gletsjer uitgeslepen. Ze vormen een langgerekt gletsjerdal dat al in de voorlaatste ijstijd ontstond.

De Fluessen

Door mensenhanden

De Fluessen is op één na het grootste meer van Friesland, ontstaan door eeuwenlange turfafgraving. De platbodemschepen die het veen naar Amsterdam voeren heetten skûtsjes. Elk zomer is hier het Skûtsjesilen — wedstrijden met deze traditionele vrachtschepen. De Fluessen, De Morra en het Heegermeer zijn alle drie door een gletsjer uitgeslepen en vormen samen een langgerekt gletsjerdal.

Het schip dat doorvoer

Over precies dit water voer aan het eind van de oorlog een beurtschip vol Duitse versterking, op weg van de Fluessen naar Stavoren. Het verzet lag in hinderlaag achter de polderdijk bij Molkwerum met een zware mitrailleur. Maar het wapen weigerde — nooit getest uit angst voor verraad — en het schip voer ongedeerd door. De stilte over dit weidse meer verbergt een spannend verhaal.

Onderweg krijg je hier de vraag: Hoe is het Friese meer De Fluessen ontstaan?

Heeg — watersportdorp

Direct in het centrum aanleggen. Terrassen aan het water. Skûtsjesilen in de zomer. Heeg ligt midden in het Friese gletsjerdal.

Het dorp dat leeft van het water

U vaart langs Heeg. U kunt hier direct in het centrum aanleggen. Het dorp is geliefd bij zeilers vanwege de beschutte haven en de uitgestrekte natuur. Elk zomer is hier het Skûtsjesilen — races met traditionele Friese vrachtschepen. Het Heegermeer, De Fluessen en De Morra vormen samen een gletsjerdal.

Heegermeer — eilandjes

Drooglegplannen 1880 gingen niet door. Eilandjes zijn broedgebied voor kokmeeuwen. Bruine kiekendieven langs het riet.

Het meer dat niet drooggelegd werd

U vaart over het Heegermeer. In 1880 waren er plannen om dit meer droog te leggen — gelukkig gingen die niet door. De eilandjes in het meer zijn broedgebieden voor kokmeeuwen en visdiefjes. Langs de rietkragen broeden bruine kiekendieven. Het Heegermeer is het derde meer van het Friese gletsjerdal.

Verbinding Heeg-Workum

U vaart door de smalle vaart tussen Heeg en Workum. Rustig rietland. Let op tegemoetkomend verkeer. Rietzangers in het riet. Rustigste deel van de route.

De stille vaart tussen twee steden

U vaart door de smalle verbindingsvaart tussen Heeg en Workum. Dit is het rustigste deel van de route — rustig rietland aan beide kanten. Houd rekening met tegemoetkomend verkeer. Rietzangers en rietgorzen zingen in het riet. Neem de tijd om de stilte op u in te laten werken.

Workumer Trekvaart

U vaart over de Workumer Trekvaart. Vroeger trok een paard het schip via het jaagpad. Nu fietspad. Sneek was het centrale knooppunt van het Friese trekvaartnetwerk.

De snelweg van vroeger

U vaart over de Workumer Trekvaart, vroeger de snelste verbinding tussen Workum en Stavoren. Een paard trok het schip via het jaagpad. Nu is het jaagpad een fietspad. De trekvaart maakt deel uit van het historische netwerk van Friese trekvaarten dat Sneek als knooppunt had.

Strand Hindeloopen

Op heldere dagen ziet u Enkhuizen. Kitesurfers op de westenwind. De kribben zijn 19e-eeuwse havendambescherming.

Het strand met de kribben

U vaart langs het strand van Hindeloopen. Tussen de stenen kribben liggen kleine zandstrandjes. Op heldere dagen ziet u de kerktorens van Enkhuizen aan de overkant — 30 kilometer ver. De kribben zijn in de 19e eeuw aangelegd als havendambescherming. Kitesurfers maken gretig gebruik van de westenwind.

Wat de gids onderweg nog meer vertelt

Op de stille stukken zoekt de gids zelf een verhaal in de buurt. Deze staan er nu voor deze route klaar.

Warns

Bij Warns gaat een oud verhaal. Een schoenmakersknecht te Warns werd betooverd door eene vrouw van Molkwerum, terwijl hij bezig was haren voet te meten voor een paar nieuwe schoenen. Zij maakte van deze gelegenheid gebruik om zijn hoofd, dat toevallig ongedekt was, te beademen. Spoedig hierop werd de man ongesteld, maar niet dan na veel dokteren en meesteren begreep men, dat hij betooverd was, De beschuldigde vrouw werd nu met vriendelijke praatjes bij hem in huis gelokt, terwijl daar eenige ruwe mannen bijeen waren gekomen. Na de deuren en vensters gesloten te hebben, dwongen die mannen haar den betooverde te zegenen met de woorden: In den naam des Vaders, des Zoons en des Heiligen Geestes. Tevens werd zij tot bloedens toe mishandeld, ten einde den lijder iets van haar bloed toe te dienen. Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.

Molkwerum

Bij Molkwerum gaat een oud verhaal. Het dorp Molkwerum werd voorheen wel eens « het Heksershol » genoemd omdat, naar men zeide, het aantal tooveressen daar groot was. Deze dames kwamen soms laat in den avond bijeen achter den zeedijk bij liet hooge zand, en staken dan in nielkmouden (fries: aden) over zee naar Spanje of' ergens anders heen, ter feestviering. Voeren ze op die manier soms over een meer, dan hadden zij wel eens een kloet nodig en hiervoor gebruikten zij dan een stopnaald. Men vertelt ook dat eene heks 's nachts koud als een steen in haar bed ligt, terwijl hare ziel op reis is. Ook heeft zij geen schaduw. Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.

Visserswoning

Op zo'n 1,9 kilometer naar het noorden staat het rijksmonument Visserswoning. Visserswoning, blijkens de in hout aangebrachte inscriptie boven de inpandige toegangsdeur, gebouwd in 1716. De detaillering is overwegend negentiende-eeuws. Het snijwerk van de deuromlijsting is verwant aan dat van het nabijgelegen 'Zuiderzeestadje' Hindeloopen. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 527248.

Sudermarpolder

Op zo'n 1,4 kilometer naar het zuidwesten staat de plek Sudermarpolder. Het gebied is een voormalige droogmakerij op kleigrond en is voor het grootste deel in bezit van It Fryske Gea. Bij de plekken waar nog zout kwelwater omhoog komt groeien zoutminnende graslandplanten. In de sloten groeien zwanenbloem en de zannichellia. Bron: Wikipedia.

Amerikaanse

Op zo'n 2,5 kilometer naar het noordoosten staat het rijksmonument Amerikaanse. Naar Amerikaans model ontstane windmolen van het type "Hercules Metallicus", uit Duitsland geimporteerd door de Rotterdamse handelmaatschappij R S Stokvis & Zonen en begin twintigste eeuw voor het voormalige waterschap "Ymedaem" (thans "Tusken Mar en Klif) geplaatst aan het op de Morra uitwaterende Jan Broerskanaal. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 386776.

Galamadammen

In het aardrijkskundig woordenboek van rond 1840 staat over Galamadammen het volgende. ) en eene herberg, welke, om hare vermakelijke ligging, niet zelden tot het houden van vischpartijen, bijeenkomsten enzovoort, gekozen wordt; doch het lusthuis is weggebroken, en de herberg, vergroot en verbeterd, verplaatst op den Slaperdijk, nevens de sluis. Bron: Van der Aa, Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden, 1839-1851.

Bakhuzen

Over Bakhuzen werd vroeger het volgende verteld. De forivielen lape, de rynske tape en de hege steat meitse Frysldn bleat. Pronkzucht, zwelgerij en hoogmoed maken Friesland arm (zeide men reeds voor eeuwen, evenals thans nog). De héle feeljekant om. Den geheelen Veluwkant om. — Reis over land uit Friesland naar Amsterdam. Overdr.: een omreis, niet langs den kortsten weg. Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.

Koudum

Bij Koudum gaat een oud verhaal. Op eene zeer eigenaardige wijze is het dorp Koudum aan zijn naam gekomen. De heeren, die het dorp hadden gesticht, waren op een winteravond samen gekomen om te overleggen hoe ze hun kind zouden doopen. Zij werden 't hieromtrent niet spoedig eens. Zij zaten in een kring om den haard, waarop een tamelijk groot turfvuur brandde, want het was koud dien avond. Toch werd de gloed van het vuur hen op den duur te sterk, vooral voor de schenen. Daarom riepen ze: «Koud om! Koud om!» — De knecht, die hen bediende, wist wat dit beteekende: hij moest het gloeiende haardvuur omhullen met een laag koude turven. Dit hielp wel voor een oogenblik, maar de koude turven veranderden spoedig in gloeiende kolen. Dan was 't weêr: «Koud om! Koud om!» Toen men dit twee-, driemaal had herhaald, merkte een der heeren op, dat de grote hond, die mede bij den haard zat, achteruit schikte wanneer 't hem te heet werd. Mijnheer beproefde dit ook, zijne metgezellen volgden en spoedig erkenden allen, dat dit middel beter was dan telkens het vuur te vergrooten. En terwijl zij zich nu vroolijk maakten over hun eigen stompzinnigheid, kwamen zij overeen, dat hun dorp maar Koud-om zoude heeten. — Anderen zeggen Kou-dom — Koedom, dom als eene koe. De naam is later veranderd in Koudum. De Trynwouden. Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.

De Vlijt

Ongeveer 2,2 kilometer naar het noorden ligt De Vlijt. De molen De Vlijt staat aan de Molenbuurt in Koudum (gemeente Súdwest-Fryslân). De molen werd oorspronkelijk in de achttiende eeuw gebouwd als poldermolen te Oppenhuizen. In 1986 werd de molen verplaatst naar zijn huidige locatie en verbouwd tot een korenstellingmolen, type spinnenkop. Bron: Wikipedia.

Kolderwolde

Over Kolderwolde werd vroeger het volgende verteld. Men dwong soms eene heks om iemand, dien zij betooverd had, te zegenen en daardoor te onttooveren. In den winter van 1676 ontving eene vrouw te Kolderwolde in den laten avond een bezoek van twee mannen van Oudega, die met een bootje waren gekomen en haar zeiden dat zij mee moest. Zij had eene vrouw te Oudega betooverd door vervloeking en moest haar onttooveren door haar te zegenen. De beschuldigde zwoer bij hoog en laag, dat zij van geen tooveren wist, maar dit hielp niet; zij werd in de boot gesleept, naar Oudega vervoerd en daar bij de betooverde vrouw in huis gebracht. Daar stond een groot turfvuur op den haard te branden en de vermeende tooveres kreeg het aan hare keus: de zieke, zegge de betooverde vrouw, te zegenen of op dat vuur te worden verbrand. Zij begreep dat zegenen het beste zou zijn. Men zeide haar de woorden voor, die zij had uit te spreken, en zij zei ze na: In den naam des Vaders, des Zoons en des Heiligen Geestes. Dit was echter nog niet voldoende. Zij ontving van een der mannen een slag in het aangezicht, die haar den neus deed bloeden. Dit bloed werd in een kopje opgevangen en aan de zieke vrouw ingegeven. Eerst nu was deze voor goed onttooverd. Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.

De Skarmolen

Op zo'n 2,0 kilometer naar het noorden staat De Skarmolen. De Skarmolen is een maalvaardige Amerikaanse windmotor van het type Herkules Metallicus, die ruim twee kilometer ten zuidwesten van It Heidenskip aan de Fluessen staat. Hij werd rond 1920 geplaatst voor de bemaling van de polder De Vooruitgang, als vervanger van een traditionele windmolen. S. Bron: Wikipedia.

De Hel

Over De Hel werd vroeger het volgende verteld. Hy is net bang fen Sinteklaes. Hij laat zich niet bang praten, allerminst door geestelijken. Bang voor Sint Nicolaas (geheimzinnig wezen) te zijn ia kinderachtig. Hy dobbelt er om. Van oen gevaarlijken zieke: 't is twijfelachtig of hij 't gevaar zal te boven komen. Ook: Hy seil in hirde dobbel ka. Ily leit de lap er op. Hij dient oen ander klappen toe. Hy is tit 'e want yn 'e tomme (duim der mof ) komd, van hooger staat tot lager gekomen. Hy kin net ütspylje. Hij kan niet uitspelen. Ily wol fen stront waechs koaije. Hij meent uit drek (keisteenon) was te kunnen maken. Hy is goed to wekker. Hij is zeer goed wakker (wol uitgeslapen). Hy wol nin wol drage. Hij wil geen wol gedragen. — Schapen, die de wol laten vallen, deugen niet. Ily in twisken hing/en en wie/yen. Hij is tussen hangen en verwceren (nog jong en onervaren, een aankomend jongeling). — Oudtijds liet men een gehangene aan de galg to -wierjen (luchten) hangen tot het overschot er afviel. Hy het alles nei de letter. Hij heeft alles naar de letter (naar den eischinorde en op zijne plaats). Hy is oan legerwal^ aan lagerwal. Hy liet gj'in legerwdl. Hij is voldoende gewaarborgd tegen armoede en gebrek. Hy fiert my yn 't leeck. Hij duwt mij in de laagte (brengt mij in ongelegenheid ). Hy het net folie om 'e latten. Hij heeft niet veel om zijn geraamte. Ook: dun gekleed. Hy het in hopen sok. Hij heeft voel zog. Hy het in heleboel innen en oen. Hij heeft vele ennen en oën. Hy stekt my in speake yn 't tsjil. Hg steekt mjj een spaak in het wiel. — Hjj dwarsboomt mij. Hy kin wol mei de sjerpkwast omgean. Hij weet de stroopkwast wel te hanteeren (is een pluimstrijker). Hy krSpt yn 'e skulp. Hij kruipt in de schelp (de geweldenaar wordt bang). Hy hdldt hint efter 'e skêrm. Hij houdt zich achter de schermen (neemt wel deel aan het werk, maar niet openlijk). Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.

Heeg

Bij Heeg gaat een oud verhaal. Heech het trije ioerren en seis geloven. Het dorp Heeg heeft drie torens en zes gelooven (nl. In het godsdienstige ). Hy is troch de jarregoate helle. Hij is door de giergoot gehaald. — Spottend gezegd vooral wanneer iemand tengevolge 't huwelijk van kerkgeloof verandert. Twie geloven op ien peul (peluw) dat is ien te feul. (Stadfr.) Een gemengd huwelijk is niet raadzaam. — Ook: Twie geloven op ien kussen, daer slaapt de duvel tussen. In goed geloof en in koarken sieï. Een goed geloof en een kurken ziel (niet zwaar op de hand). De roomshe papen binne fan de duvel geskapen. Zij komme niet in 'e hemel, maar in '<? Hel, dat wete ze wel. Geuzen met spitse neuzen, met spitse kin, daer zit de duvel in. Grifformeerd is grif verkeerd, roomsgesind geheel verblind, remonstrant de pest van H land, maar mennist dat is 't wisf (het zekerste). As de mennisten ris wisten wat se misten, se souwen loopen bij hele hoopen om hunne kinders te laten doopen. Romeinen negen, daer binne de mennisten met verlegen. Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.

Woudsend

Bij Woudsend gaat een oud verhaal. De Hindeloopers gaan bij eene begrafenis tamelijk snel, in tegenstelling van de meeste landfriezen, die zeer langzaam daar henen treden. Men bezigde daar platte, ongekleurde kisten. Hoe meer dienaren daar bij eene begrafenis, hoe rijkelijker de belooning. Men verhaalt er van den lijkstoet eener rijke dame die uit wel duizend mensen bestond en ieder van deze ontving tien gulden. Een rijk edelman of grondbezitter werd wel door zijne huurboeren naar het graf gedragen. Ter herinnering ontving ieder dan een zilveren lepel, waarop de naam enzovoort van den overleden heer. Zo iets kwam in de eerste helft der negentiende eeuw nog voor eïr «begrafenislepels» worden in sommige families nog bewaard. Is eene begrafenis «zonder leed», dan geeft de familie wel aan ieder der buurmannen een fooi, bv. 50 cents, ook wel een gulden. De graven op een kerkhof zijn meest bijzonder eigendom en voor het overige behooren ze aan de kerkvoogdij. Men kan graven koopen en verkoopen evenals andere vastigheden; men kan ze ook huren. Dit geschiedt voor tien, ook wel voor veertien jaar, ook korter, men noemt dit eene «rotting» huren. Na verloop van genoemden tjjd is het graf weêr ter beschikking der kerkvoogden. Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.

Rom Sicht

Op zo'n 1,3 kilometer naar het noorden staat het rijksmonument Rom Sicht. De villa "Rom Sicht" met bijpassende serre (links), houten bijgebouw (achter) en BRUG met toegangshek is in 1904 ontworpen door architect W Z de Jong uit Sneek in Eclectische stijl met decoraties in Art Nouveau stijl. Opdrachtgever was de invloedrijke palinghandelaar J. Visser uit Heeg. De gevelsteen vermeldt: "A. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 515184.

't Lam

Op zo'n 2,6 kilometer naar het zuidoosten staat 't Lam. De windmolen 't Lam is een stellingmolen in Woudsend. De molen is in gebruik als korenmolen en pelmolen. De achtkante houten molen is rietgedekt, evenals de kap. De bakstenen achtkante onderbouw is 5,10 meter hoog. Boven de toegangsdeur hangt een afbeelding van een lam. Bron: Wikipedia.

Lagere school

Ongeveer 2,9 kilometer naar het zuidoosten ligt het rijksmonument Lagere school. De voormalige Roomskatholieke Lagere school te Woudsend is in 1923 gebouwd in een "vernieuwende" stijl die een aantal kenmerken heeft van de Amsterdamse School, met name qua materiaalgebruik en bouwvormen. V. roggen Parochus mcmxxiii die IX apr. ". Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 515159.

Woonhuis

Ongeveer 1,9 kilometer naar het noordoosten ligt het rijksmonument Woonhuis. Het in 1737 gebouwde woonhuis is gesitueerd tegenover een dwarsstraat, waar zich voorheen een overtuin met theehuis bevond. Het voorname huis met barokke (Lodewijk XIV) ingangspartij is gebouwd in opdracht van de hooischipper Bauke Aukes en diens echtgenote Janke Ennes. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 39773.

Tjasker It Heidenskip

Op zo'n 2,5 kilometer naar het westen staat de windmolen Tjasker It Heidenskip. De Tjasker It Heidenskip is een poldermolen in het Friese dorp It Heidenskip, die in de Nederlandse gemeente Súdwest-Fryslân ligt. Deze maalvaardige paaltjasker, die in 1915 werd gebouwd door de Gieterse molenmaker J. Dijksma, is in 1977 gerestaureerd. Het 5,40 m grote gevlucht is oudhollands. Bron: Wikipedia.

Zomerhuis

Ongeveer 2,9 kilometer naar het westen ligt het rijksmonument Zomerhuis. Het zomerhuis, gebouwd in 1884 bij het complex van de stelpboerderij "Sint Ursula", ligt ten oosten van de boerderij, tussen de boerderij en het toegangspad. Het is in een Ambachtelijke-traditionele stijl opgetrokken vermoedelijk door aannemer Kl. Wielinga uit Idskenhuizen, die ook de boerderij bouwde. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 513622.

Monnikenburenmolen

Ongeveer 2,5 kilometer naar het noordwesten ligt de windmolen Monnikenburenmolen. De Monnikenburenmolen, die enkele honderden meters ten noorden van Nijhuizum staat, is een spinnenkopmolen. Hij werd voor 1832 gebouwd om samen met een andere spinnenkopmolen de 155 hectare grote Monnikenburenpolder te bemalen. De molen was aanvankelijk uitgerust met een scheprad en werd pas later van een vijzel voorzien. Bron: Wikipedia.

Workum

Bij Workum gaat een oud verhaal. Zes grote en twee kleine baren zijn in de Geertruidakerk te Workum. De grootschippersbaar met het jaartal 1806, beschilderd met grote schepen, zoogenaamde buitenvaarders, op zee bij stoim en bij stilte, en verder met kompas, verrekijker, kaarten, enzovoort; ook staat er afgebeeld de Hoop met het anker en op de rechterhand een vogel. Een schippersbaar voor de kleine vaart, 1805, is op dezelfde wijze versierd, maar hier brengt de storm het niet verder dan tot een flinken bries. Evenzoo op eene kleinere baaivoor de kleine vaart, 1806, terwijl eene andere kleine, 1791, met doodshoofd en beenderen tussen de stokken, overigens alleen lucht en wolken geeft, te zien. Eene andere baar vertoont, in verschillende tafereelen een veld met ploegers; het oogsten, de markt te Workum, het hooien, grazend vee en in het verschiet Workum van den zeekant gezien. De zesde haar draagt het jaartal 1756 en is beschilderd met smids-, horlogemakers- en zilversmidsgereedschap. De zevende baar, 1791, vertoont den metselaar, timmerman, huisschilder en glazenmaker in hun arbeid, maar ook de dood met de zeis. De achtste baar, 1781, is van het dokters- en chirm-gijnsgilde. Zij geeft te zien eenerzijds eene apotheek, eene ziekenkamer, eene operatiekamer waar vier personen een patiënt aan het hoofd opereeven, met een instrument dat veel gelijkenis heeft met eene grote timmermansboor. En op de keerzijde een opengeslagen boek, vijzels en meer apothekersgereedschap, de barmhartige Samaritaan, twee geleerde chirurgijns en ook de dood. Al deze baren hebben op- en randschriften van ernstigen aard, meest aan de psalmen ontleend, die van het chirurgijnsgilde natuurlijk ook spreuken in het latijn. Behalve deze acht is er nog een baaizonder versiering, zonder opschrift. Afzonderlijk gezet, wordt zij niet gebruikt dan wanneer er op stadskosten wordt begraven, maar ook dan nog niet altijd. Men zegt dat zij vroeger dienst deed voor misdadigers en zelfmoordenaars. Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.

Incomplete molen

Op zo'n 1,4 kilometer naar het noordoosten staat het rijksmonument Incomplete molen. Incomplete molen. De achtkante spinnekop is vóór 1832 gebouwd als poldermolen voor de bemaling van de Munnikeburenpolder. De incomplete molen werd toen voorzien van een dieselmotor, waarmee de vijzel werd aangedreven. De dieselmotor werd in de jaren '70 van de twintigste eeuw vervangen door een elektromotor. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 527646.

Jopie Huisman Museum

Ongeveer 1,5 kilometer naar het westen ligt het Jopie Huisman Museum. Het Jopie Huisman Museum is een museum in de Friese stad Workum dat werken van kunstschilder Jopie Huisman exposeert. Het aan de Noard speciaal voor de collectie tekeningen, schilderijen en verzamelingen gebouwde museum werd geopend in 1992. Eerder was het vanaf 1986 gevestigd op andere locaties. Bron: Wikipedia.

De Snip

Op zo'n 500 meter naar het zuidoosten staat De Snip. De Snip is een achtkante windmolen van het type grondzeiler die dienst doet als poldermolen. De molen is gelegen in It Heidenskip, dicht bij de stad Workum. Hij werd gerestaureerd in 1977. Daarbij werd gebruikgemaakt van de bovenas van de Kolthofpoldermolen in Oosterbierum, die in 1972 is omgevallen. Bron: Wikipedia.

Begraafplaats met betonnen

Ongeveer 1,0 kilometer naar het westen ligt het rijksmonument Begraafplaats met betonnen. Kleine Joodse Begraafplaats MET betonnen ommuring en zes liggende grafzerken, gelegen aan de Hearekeunst, binnen het beschermde gezicht Workum. Voor zover bekend is de begraafplaats, die indertijd in gebruik was bij de Joodse gemeenschappen van Workum en Hindeloopen, gesticht in 1664. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 512599.

Hindeloopen

Bij Hindeloopen gaat een oud verhaal. Hjo het hjar doaiter op 'e tuttelpleate (Hindeloopen ). Zij heeft haar dochter op de titelplaat. Hja het dêr in trekplaster. Het meisje heeft daar ter plaats een trekpleister (een bemind voorwerp, waarom zij er liefst blijft wonen of anders zich er gaarne vertoont ). Hja is onder 'e hoantsen ütbret. Zij is onder de kemphanen uitgebroed. — Zjj is eene feeks. Hja is in stikje güd dat net forblikke scil. Zij is een stukje goed dat niet zal verkleuren (eene degelijke jonge vrouw of meisje). Hjit, fcnld. Hy is gau hjit en gau kdld lyk as in bliken tsjettel. Hjj is ras heet en ras weêr afgekoeld, als een blikken ketel. Dêr icird ik hjit noch kdld fen. (Die vermaning, berisping of dreigementen; dat ernstig geval) daar trek ik mij niets van aan. — Ook: Dat komt my net oan V kalde klean. Hy is bang dat er hint oan kdld wetter barne scil. Hij vreest zich aan koud water te zullen branden (is te schroomvallig om iets van beteekenis te ondernemen). It is my to hjit, ik Ut it stean. Het is mij te heet ik neem het niet. Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.

Grote of Sint Gertrudiskerk

Ongeveer 1,9 kilometer naar het zuiden ligt de Grote of Sint Gertrudiskerk. Hervormde KERK. Markant achter de IJsselmeerdijk gelegen kerkgebouw, gebouwd in 1632 op de fundamenten van een laat-zestiende-eeuwse voorgangster en tot 1892 bestaande uit een tweebeukige hallekerk. In 1658 werd de kerk met een zuidbeuk uitgebreid, welke in 1892 weer werd afgebroken. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 22171.

Reddingboothuis

Ongeveer 1,5 kilometer naar het zuiden ligt het rijksmonument Reddingboothuis. Het reddingboothuis van het Reddingsstation te Hindeloopen, dat deel uitmaakt van de "Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij", is in 1911 gebouwd door Tjeerd Diekkes uit Hindeloopen. De KNRM is opgericht met het doel om hulp te verlenen aan zeelieden die voor de Nederlandse kust voeren en in gevaar verkeerden. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 513628.

Museum Hindeloopen

Op zo'n 1,6 kilometer naar het zuidoosten staat het Museum Hindeloopen. Het Museum Hindeloopen, dat op 16 juli 1919 werd geopend als het Hidde Nijland Museum, is een van de oudste musea van Friesland. De totstandkoming van het museum was een initiatief van het echtpaar Hidde en Adriana Nijland-Volker (de ouders van de kunstschilder Dirk Nijland). Bron: Wikipedia.

IJsselmeer

Je bent nu in het natuurgebied IJsselmeer. Het IJsselmeer is een groot, tamelijk ondiep zoetwatermeer, dat grotendeels is begrensd door dijken en dammen. Het meer heeft een belangrijke functie voor de recreatie en er vindt intensieve visserij plaats. Wat betreft de ecologische betekenis is de openheid en grootschaligheid van het gebied van groot belang. Bron: Natura 2000, Rijksoverheid (natura2000.nl).

Badpaviljoen

Op zo'n 2,5 kilometer naar het zuidoosten staat het rijksmonument Badpaviljoen. Het badpaviljoen te Hindeloopen is in 1913 en 1914 gebouwd, in een stijl waarin elementen van de Art Nouveau gecombineerd zijn met elementen die in latere tijden zijn aangebracht. Deze hebben voor een algemene verstrakking van de hoofdvorm gezorgd. Het badpaviljoen is gebouwd in opdracht van de "Badvereeniging Hindeloopen". Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 513627.

Lichtopstand

Op zo'n 2,7 kilometer naar het zuiden staat het rijksmonument Lichtopstand. De lichtopstand is in 1884 door de Engelse firma Brothers and Co. House Engineer Constructors uit Birmingham vervaardigd, evenals als de havenlichten aan de westelijke uiteinden van de havendammen. De 'hoogte boven middenstand' van het water is 15. 3 meter, het karakter Iso W4s. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 513618.

Schutsluis

Op zo'n 2,3 kilometer naar het zuiden staat het rijksmonument Schutsluis. De "oude zeesluis" te Stavoren schutsluis ligt aan de noordzijde van het stadje en aan de zuid-oostzijde van de haven. De zeesluis bestond al in de zestiende eeuw: in 1576 werd zij beheerd door de Zeedijkbesturen van Wymbritseradiel, Hemelumer Oldeferd en de stad Stavoren. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 513626.

Peilschaalhuis

Op zo'n 950 meter naar het zuiden staat het rijksmonument Peilschaalhuis. Het is in 1880 gebouwd in een Ambachtelijk-traditionele stijl die is verlevendigd door decoratief metselwerk. Het peilschaalhuis is nu in gebruik als kantoor van de havenmeester: het meet-mechanisme (ondergronds) is nog aanwezig en functioneert nog steeds. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 513617.

In de buurt van deze route

Plaatsen langs deze route

Galamadammen · Heeg · Heegermeer · Hindeloopen · It Soal · Johan Frisokanaal · Johan Frisosluis · Morra · Stavoren · Warns · Workum — zie alle plaatsen en de routes die er langskomen.

Overnachten

Partnertip — Boek je via deze link, dan krijgt Luisterroute een kleine vergoeding. Jij betaalt niet meer.

Zoek een overnachting bij Friesland

Activiteiten in de buurt