Luisterroute

A2 Gaasterland & Steden

102,8 km · 2,5-3,5 uur · met de auto · rondje vanuit Stavoren · via Sloten · Sneek · Bolsward · Workum

Door Gaasterland en langs vier Elfstedensteden

11 verhalen op de 8 stops van de A2 Gaasterland & Steden, geschreven voor de plek waar je op dat moment staat. Tijdens het met de auto beginnen ze vanzelf.

De route is 102,8 kilometer, ongeveer 2,5-3,5 uur — gerekend op met de auto, via Sloten · Sneek · Bolsward · Workum.

Onderweg kom je langs Balk — hoofddorp Gaasterland, Oudemirdum, Sloten — kleinste Friese stad, Hommerts & Friese meren, IJlst — schaatsersdorp, Sneek — Waterpoort, Bolsward en Workum — Jopie Huisman.

De 8 stops van de A2 Gaasterland & Steden liggen op volgorde, maar de gids houdt je daar niet aan: hij vertelt wat er is waar je bent, welke kant je ook op rijden. Van de lijn af op deze 102,8 kilometer? Dan wijst hij vooruit naar de eerstvolgende van de 8 die je nog niet gehad hebt.

Open deze route in de gids

De dorpen op deze route, op volgorde

De verhalen buiten de dorpen

Hommerts & Friese meren

U rijdt door het Friese merengebied. Rechts en links liggen meren ontstaan door turfafgraving. Het Sneekermeer is het populairste zeillmeer van Nederland. Marrekrite-boeien: gratis aanleggen.

Het hart van het Friese merengebied

U rijdt door het hart van het Friese merengebied. Rechts en links liggen meren, vaarten en petgaten — ontstaan door eeuwenlange turfafgraving. Het Sneekermeer, vlakbij, is een van de populairste zeillmeren van Nederland. Elke zomer verzamelen duizenden zeilers zich hier voor de Sneekweek, het grootste watersportevenement op de Europese binnenwateren. Blauwe Marrekrite-boeien langs de oevers bieden gratis aanlegplaatsen voor boten.

IJlst — schaatsersdorp

U rijdt door IJlst, kleinste Elfstedenstad. Hier staat Houthandel Noardewyn, meer dan 200 jaar oud. Bij de sluis staat het Elfstedenmonument. Sneekweek start en eindigt vlakbij.

De kleinste Elfstedenstad

IJlst is de kleinste van de elf Elfstedensteden maar misschien de meest gepassioneerde schaatsstad. Hier staat Houthandel Noardewyn, meer dan twee eeuwen oud en een van de grootste houthandels van Friesland. De stad heeft een prachtige historische kern met een oude sluis. Tijdens de Elfstedentocht is IJlst het achtste stempelstation. In het Fries Scheepvaartmuseum in Sneek, vlakbij, zijn de schaatsen en prijzen van alle Elfstedentochten te zien.

Bolsward

U rijdt door Bolsward. Het stadhuis uit 1614 is een van de mooiste van Nederland. Gysbert Japicx, vader van de Friese literatuur, werd hier geboren in 1603. Hij ligt begraven in de Martinikerk.

Wat de gids onderweg nog meer vertelt

Op de stille stukken zoekt de gids zelf een verhaal in de buurt. Deze staan er nu voor deze route klaar.

Molkwerum

Bij Molkwerum gaat een oud verhaal. Het dorp Molkwerum werd voorheen wel eens « het Heksershol » genoemd omdat, naar men zeide, het aantal tooveressen daar groot was. Deze dames kwamen soms laat in den avond bijeen achter den zeedijk bij liet hooge zand, en staken dan in nielkmouden (fries: aden) over zee naar Spanje of' ergens anders heen, ter feestviering. Voeren ze op die manier soms over een meer, dan hadden zij wel eens een kloet nodig en hiervoor gebruikten zij dan een stopnaald. Men vertelt ook dat eene heks 's nachts koud als een steen in haar bed ligt, terwijl hare ziel op reis is. Ook heeft zij geen schaduw. Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.

Warns

Bij Warns gaat een oud verhaal. Een schoenmakersknecht te Warns werd betooverd door eene vrouw van Molkwerum, terwijl hij bezig was haren voet te meten voor een paar nieuwe schoenen. Zij maakte van deze gelegenheid gebruik om zijn hoofd, dat toevallig ongedekt was, te beademen. Spoedig hierop werd de man ongesteld, maar niet dan na veel dokteren en meesteren begreep men, dat hij betooverd was, De beschuldigde vrouw werd nu met vriendelijke praatjes bij hem in huis gelokt, terwijl daar eenige ruwe mannen bijeen waren gekomen. Na de deuren en vensters gesloten te hebben, dwongen die mannen haar den betooverde te zegenen met de woorden: In den naam des Vaders, des Zoons en des Heiligen Geestes. Tevens werd zij tot bloedens toe mishandeld, ten einde den lijder iets van haar bloed toe te dienen. Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.

Bakhuzen

Over Bakhuzen werd vroeger het volgende verteld. De forivielen lape, de rynske tape en de hege steat meitse Frysldn bleat. Pronkzucht, zwelgerij en hoogmoed maken Friesland arm (zeide men reeds voor eeuwen, evenals thans nog). De héle feeljekant om. Den geheelen Veluwkant om. — Reis over land uit Friesland naar Amsterdam. Overdr.: een omreis, niet langs den kortsten weg. Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.

De Mokkebank

Ongeveer 2,4 kilometer naar het zuiden ligt De Mokkebank. De Amerikaanse windmotor is een markant herkenningspunt in het natuurgebied "De Mokkebank" dat aan de rand van het IJsselmeer ligt, tussen Mirns en Laaksum. De naar Amerikaans model gebouwde windmolen, waarschijnlijk van het type "Record", aan het begin van de twintigste eeuw ontworpen door de gebroeders Bakker te IJlst en is in Nederland vervaardigd. De molen werd na de afsluiting van de Zuiderzee gebouwd voor het bemalen van een in de voormalige Zuiderzee gelegen zomerpolder. Deze molen is de enige overgebleven molen die buitendijks land direct bemaalt op het IJsselmeer. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 513663.

Galamadammen

In het aardrijkskundig woordenboek van rond 1840 staat over Galamadammen het volgende. ) en eene herberg, welke, om hare vermakelijke ligging, niet zelden tot het houden van vischpartijen, bijeenkomsten enzovoort, gekozen wordt; doch het lusthuis is weggebroken, en de herberg, vergroot en verbeterd, verplaatst op den Slaperdijk, nevens de sluis. Deze herberg levert een allerfraaist uitzigt op over de geheelc grietenij, de steden Stavo- ren en Hindeloopen, de Morrha, de Kuilaart en andere proote wate- ren, tusschen welke de Galama-dammeu-sluis de scheiding is. De levendigheid van dit overschoone panorama wordt vermeerderd door de veelvuldige doorvaart van schepen, die van en naar Stavoren komen. Bron: Van der Aa, Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden, 1839-1851.

Rysterbosk

Ongeveer 1,8 kilometer naar het zuidoosten ligt het natuurgebied Rysterbosk. Het Rijsterbos (Fries: Rysterbosk) is een bos bij Rijs in Gaasterland, in het zuidwesten van de Nederlandse provincie Friesland. Het door It Fryske Gea beheerde loofbos is 172 hectare groot en ligt tussen het IJsselmeer en het dorp Rijs. Het bos is in de zeventiende eeuw aangelegd als hakhoutbos door een Amsterdamse regentenfamilie De Wildt. Zij bewoonden het door hen gebouwde Huize Rijs, in de volksmond ook wel slot genoemd. Ook de rond het slot aangelegde tuin, maakte deel uit van het Rijsterbos. Aan de zuidoostzijde van het bos ligt de Séfonsterpolder. In het bos is een steenkist, de zogenaamde Steenkist van Rijs, gevonden van de trechterbekercultuur (de makers van de hunebedden). Bron: Wikipedia.

Kippenburg

Bij Kippenburg gaat een oud verhaal. Aan den weg van Kippenburg naar Balk staat een zware eikeboom in wiens bast kort na den moord met grote letters — nog altijd duidelijk leesbaar — de woorden Moord niet zijn gesneden. Bij dezen boom werd het lijk der vermoorde gevonden. De stam was met bloed bespat en de bloedvlekken waren onuitwischbaar. Toen voor eenige jaren het gemeentebestuur daar een aantal boomen liet vellen, omdat zij te na aan den weg stonden, werd genoemde eik gespaard. Een veelvraat, die alles op kan, heeft in troch-itene tnage, zegt men. Er worden geen vraten geboren, maar wel gemaakt. Zijne moeder heeft hem van kind af aan altijd de maag zo vol mogelijk gepropt. Hij heeft deze gewoonte steeds aangehouden; hierdoor is eindelijk de maag doorgezakt en er is een bijmaag ontstaan. Nu heeft de man een doorgegeten maag, die ontzaglijk veel bergen kan. — «Mijn vader heeft zulk een maag gezien op de snijkamer », vertelde mij iemand onlangs. Het is zeer af te raden uit eene sloot te drinken, omdat men, dit doende, kiemen of eitjes van waterdiertjes kan inslikken. Het is wel eens voorgekomen, dat een mens op die manier een levend vischje of een levenden kikvors in de maag had gekregen. Zo iemand is nooit te verzadigen met drinken en moet het ten slotte besterven. De wormen die mensen, vooral kinderen, soms in de maag kunnen hebben, liggen 's morgens, zoolang iemand nog niets gebruikt heeft, met den bek open. Dan is het zaak deze ongewenschte gasten iets toe te dienen dat hun slecht moet bekomen, anders gezegd een middel in te nemen om ze te verdrijven. Begint iemand, dit niet gedaan hebbende, te eten, ('an voedt hij de wormen en zij blijven in goeden welstand. — Bekend is het, dat sommigen als «wormverschrikker» 's morgens in 't nuchter een borrel nemen. Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.

't Zwaantje

Op zo'n 2,1 kilometer naar het oosten staat 't Zwaantje. Landschappelijk belangrijk tussen Nijemirdum en de IJsselmeerdijk in de Huitebuursterpolder gelegen monnikmolen (grondzeiler), geheten 't Zwaantje. In aanleg van circa 1790 daterende, doch na brand in 1893 herbouwde poldermolen, die tot 1946 de Huitbuursterpolder op windkracht bemaalde. In de jaren '70 kwam de molen stil te liggen. Restauratie vond plaats in 1986-'87. De molen is thans te omschrijven als:Poldermolen (achtkante bovenkruier) met zwaar gefundeerde uit gele Friese baksteen opgetrokken achtkante voet, waarop met riet gedekt houten achtkant; gedeelten van kap, wiekenkruis, staartwerk inrichting zijn vernieuwd of afkomstig van de vergelijkbare afgebroken poldermolen 'De Noordster' te Nieuwe Bildtdijk. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 358041.

Zwaantje

Ongeveer 750 meter naar het zuidoosten ligt de windmolen Zwaantje. Het Zwaantje is een grondzeiler, die enkele honderden meters ten zuiden van het dorp staat. Het is de enige overgebleven poldermolen van de gemeente Gaasterland-Sloten. Het Zwaantje werd in 1893 - en mogelijk al in 1878 - gebouwd voor de bemaling van de Huitebuursterpolder. Bij het Zwaantje zijn sporen te zien van een uit 1790 daterende molen die eerder door brand werd verwoest. In 1956 verloor de molen zijn functie, toen zijn vijzel werd aangesloten op een elektromotor. De molen werd gedeeltelijk afgebroken, waarna de romp dienstdeed als gemaalbehuizing. Hierdoor bleef deze in redelijke staat. In de jaren tachtig werd de molen gerestaureerd. Daarbij werd gebruikgemaakt van onderdelen van de in 1983 gesloopte molen De Noordster in Nieuwebiltdijk. Bron: Wikipedia.

Vaste Burchtkerk

Ongeveer 2,3 kilometer naar het noordoosten ligt de Vaste Burchtkerk. De markante ligging van de kerk binnen de dorpsstructuur, op een snijpunt van wegen in het centrum van het plaatsje Wijckel, waarbij de verhoogde ligging in bijzondere mate bijdraagt aan de historische belevingswaarde van kerk en bijbehorend kerkhof. De aanwezigheid van het grafmonument van Baron Menno van Coehoorn in de kerk; als specimen van het oeuvre van Daniel Marot, waarmee kunsthistorisch belang is aangegevenvanwege de uitzonderlijke artistieke invloed die Marot op de kunst uit de zeventiende en achttiende eeuw heeft uitgeoefend; als symbool met herinneringswaarde aan de vestingbouwkundige Van Coehoorn, die door zijn grote militaire, strategische en vestingbouwkundige kennis en inzichten de structuur en aanleg van vele Nederlandse steden heeft bepaald en vormgegeven. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 15938.

Balk

Over Balk werd vroeger het volgende verteld. Hebben onderwetse vechtersbazen soms den overmoed gehad, om in eene herberg vol mensclien hun zakmes aan den balk te steken, om met den eersten den besten die het afnam te graan vechten, — zo hing een knappe schaatsenrijder wel eens zijne schaatsen op. Wie deze afnam moest tegen hem hardrijden. — Er bestaat onder het volk eene vertelling, die men eiken winter, als er mooi ijs is, kan hooren, zij het soms iets gewijzigd. In een ijsherberg, waar eenige schaatsenrijders waren bijeengekomen, zat een kereltje bij den haard een hoog woord te voeren, terwijl hij zijne schaatsen aan den balk had gehangen. Niemand kende hem en men achtte 't dus raadzaam die schaatsen maar onaangeroerd te laten. Maar er verscheen iemand die bekend stond als een zeer beste rijder. Hij keek eerst naar de schaatsen en toen naar het ventje. Zonder lang beraad nam hij de schaatsen en reikte ze den kleinen man toe, terwijl hij zei: «Nu moetje tegen me hardrijden.» — «Wel zeker!» was 't antwoord, «maar laat de kastelein wat bier brengen, dan kunnen we eerst eens drinken en wat praten. Wie ten slotte den strijd verliest moet het gelag betalen. » — Hier had de ander niets tegen; maar terwijl zij zich het bier goed lieten smaken, begonnen de twee reismakkers van het mannetje den ander te vertellen welk een held die kleine was; hij had nog nooit tegen iemand een rit verloren. Kortom, zij praatten zo lang dat de tegenpartij het opgaf en zeide: «Nu, maar ik heb er geen plezier in mij hier beschaamd te laten maken door zo iemand. Dan wil ik maar liever het gelag betalen en het hardrijden zullen we maallaten.» — «Ook al goed!» — Toen nu de drie vreemdelingen gingen vertrekken volgden allen hen naar buiten; men moest den kleinen baas zien rijden. Maar hij nam plaats in eene slede die daar op het ijs stond en zei, haastig vertrekkende: «Ja, vrienden, dat ik nooit tegen iemand een rit heb verloren is de volle waarheid, want schaatsenrijden kan ik niet.» Aanteekeningen omtrent strenge winters, die men voor en na hier beleefde, komen bij de friesehe kroniekschrijvers meermalen voor. In 1076 begon de winter den 11 November en was voor den hollandsen graaf Dirk V het middel om met zijne legers over het toegevrozen meer Flevo in Friesland te vallen. Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.

St.Ludgerus

Ongeveer 600 meter naar het noorden ligt het rijksmonument SintLudgerus. De Rooms-Katholieke KERK Sint Ludgerus is gebouwd in 1882-1883 naar ontwerp van A. Tepe (1840-1920) in een vormentaal die gebaseerd is op de Nederrijnse Gotiek. In de klokkentoren hangen twee klokken uit 1947 en één uit 1995. Deze vallen wegens te geringe monumentale waarde buiten de bescherming van rijkswege. Aan de westzijde van de toren bevindt zich het traptorentje. Hierboven zit de gemetselde afzaat van het koorvenster. Zowel het middenschip als de zijbeuken hebben gemetselde kruisribgewelven. In de oostelijke zijbeuk ligt naast de ingang de doopkapel. Het zeshoekige marmeren doopvont is van wit marmer en heeft een koperen deksel en een zwartmarmeren voet. M. IJdema (1901-1990), die de doop van Jezus en de uittocht uit Egypte verbeelden. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 513656.

Tjasker Zandpoel

Op zo'n 2,8 kilometer naar het zuidoosten staat de windmolen Tjasker Zandpoel. De tjasker Zandpoel (Fries: Sânpoel) is een paaltjasker bij de Nederlandse plaats Wijckel (provincie Friesland) uit 1975. De windmolen heeft als functie poldermolen. De molen voorziet het natuurgebied de Sânpoel van water. Eigenaar is Staatsbosbeheer Oudemirdum. De tjasker staat bij een parkeerplaats langs de N359 en heeft de status gemeentelijk monument. Sinds maart 2011 wordt deze tjasker weer geregeld in werking gesteld door enkele vrijwilligers van Staatsbosbeheer. De molen is tot op enkele meters te benaderen; als de molenaar aanwezig is, is het tevens mogelijk kijkje binnen het hek te nemen. Bron: Wikipedia.

Sloten

Bij Sloten gaat een oud verhaal. Tijdens dit bestand bevond hij zich eens met den geldersen rentmeester Arkelens te Sloten, terwijl daar eene vrouw uit Holland met een schip, geladen met rogge, door de stad voer, welke lading zij te Sneek wenschte te verkoopen. Arkelens wilde haar dwingen de rogge te Sloten te lossen, haar belovende dat zij er goed voor betaald zoude worden. Pier, twijfelende aan de welgemeendheid dezer belofte, begon Arkelens scherp te berispen, en herinnerde hem aan het bestand, volgens hetwelk men de vrouw, al was zij eene Hollandse, geen leed mocht doen. De rentmeester liet nu, uit ontzag voor den barren man, de vrouw ongemoeid. Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.

Sleattemer Mar

Ongeveer 2,7 kilometer naar het noorden ligt het water Sleattemer Mar. Vanaf het Slotermeer loopt het Slotergat naar Sloten, de Ee naar Woudsend en de Luts naar Balk. Het meer is buiten de vaargeulen soms maar 1,20 meter diep. Aan de oostkant naast de vaargeul is de waterdiepte ongeveer 1 meter. Bij de Elfstedentocht gaat de route twee keer over het Slotermeer, één keer vanuit IJlst naar Sloten en één keer van Sloten richting Stavoren. Het meer is vaak een flessenhals in de route: het vriest relatief laat dicht en zowel klunen als ijstransplantatie is onmogelijk. Men moet dus wachten tot het ijs op natuurlijke wijze is aangegroeid. Bron: Wikipedia.

Woonhuis

Ongeveer 2,8 kilometer naar het westen ligt het rijksmonument Woonhuis. Het woonhuis gelegen aan de Luts te Balk is gebouwd omstreeks 1870 -'80 in Eclectische stijl. De voorgevel ligt op het zuiden, in de straatwand van de Van Swinderenstraat. Het pand heeft een mooie en zorgvuldige detaillering die weinig veranderingen heeft ondergaan. Tegen de achtergevel staat een bescheiden aanbouw van latere datum; deze valt vanwege te weinig monumentale waarden buiten de bescherming van rijkswege. De woning omvat een portaal, een gang over de volle lengte van de woning, een woonkamer aan de voorzijde, een opkamer, een benedenkamer aan de achterzijde en een zolder. Rechts hiervan zit een ingang naar het onderhuis. Gietijzeren sierankers verlevendigen de achtergevel. Het portaal bij de entree heeft een 'Italiaans' plafond met een druk lijstwerk, eierlijst, cassettes en centraal een rozet. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 513661.

Winkel-woonhuis

Op zo'n 1,2 kilometer naar het noordwesten staat het rijksmonument Winkel-woonhuis. Deze aanbouw valt wegens te geringe ouderdom buiten de bescherming van rijkswege. Het metselwerk van de zijgevels is uitgevoerd in gele steen. De winkelpui aan de Raadhuisstraat heeft een portiek met aan weerszijden een etalage met etalage-bakken. De etalagevensters hebben een lage borstwering met een keramische lekdorpel. Boven de etalage loopt een forse latei met het opschrift: 'JJ. KOK - textiel'. De winkeldeur heeft een grote ruit en twee dwars geplaatste metalen stangen. Het winkelinterieur omvat, staande aan weerszijden van de winkel, twee Neo-classicistisch vormgegeven lage toonbanken met daarachter schappen. Achter de winkel ligt de woonkamer die middels een dubbele veelruits schuifdeur van de winkel wordt gescheiden. Rechts naast de trap zit een toegangsdeur tot de hal die doorloopt tot de oude keuken. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 513662.

Ophaalbrug

Op zo'n 500 meter naar het oosten staat het rijksmonument Ophaalbrug. De ophaalbrug over de Luts te Balk is in 1929 geconstrueerd. De brug is gelegen aan de rand van het oude deel van Balk en vormt een verbinding tussen enerzijds het kruispunt tussen de Gaaikemastraat, de Wilhelminastraat en de van Swinderenstraat en anderzijds het kruispunt tussen het Westein, de Erasmusstraat en de Raadhuisstraat. De brug dankt zijn naam aan het ertegenover gelegen Hotel Teernstra. Gietijzeren ophaalbrug van het Amsterdamse type, bestaande uit een geklonken, open vakwerkconstructie met vrijstaande hameien met kruisschoren en kwadranten voor de beweging van de brug. Balans en scharnieren zijn met plaatstaal bekleed. Geasfalteerd houten brugdek met ijzeren leuning. Het metselwerk van de landhoofden gaat over in dat van de kade. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 513660.

Woudsend

Bij Woudsend gaat een oud verhaal. De Hindeloopers gaan bij eene begrafenis tamelijk snel, in tegenstelling van de meeste landfriezen, die zeer langzaam daar henen treden. Men bezigde daar platte, ongekleurde kisten. Hoe meer dienaren daar bij eene begrafenis, hoe rijkelijker de belooning. Men verhaalt er van den lijkstoet eener rijke dame die uit wel duizend mensen bestond en ieder van deze ontving tien gulden. Een rijk edelman of grondbezitter werd wel door zijne huurboeren naar het graf gedragen. Ter herinnering ontving ieder dan een zilveren lepel, waarop de naam enzovoort van den overleden heer. Zo iets kwam in de eerste helft der negentiende eeuw nog voor eïr «begrafenislepels» worden in sommige families nog bewaard. Is eene begrafenis «zonder leed», dan geeft de familie wel aan ieder der buurmannen een fooi, bv. 50 cents, ook wel een gulden. De graven op een kerkhof zijn meest bijzonder eigendom en voor het overige behooren ze aan de kerkvoogdij. Men kan graven koopen en verkoopen evenals andere vastigheden; men kan ze ook huren. Dit geschiedt voor tien, ook wel voor veertien jaar, ook korter, men noemt dit eene «rotting» huren. Na verloop van genoemden tjjd is het graf weêr ter beschikking der kerkvoogden. Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.

't Lam

Op zo'n 950 meter naar het noordoosten staat 't Lam. De windmolen 't Lam is een stellingmolen in Woudsend. De molen is in gebruik als korenmolen en pelmolen. De achtkante houten molen is rietgedekt, evenals de kap. De bakstenen achtkante onderbouw is 5,10 meter hoog. Boven de toegangsdeur hangt een afbeelding van een lam. Het bouwjaar van de molen ligt rond 1740. Tot 1960 was 't Lam particulier eigendom. In dat jaar kocht de gemeente de molen. In de molenaarswoning naast 't Lam is sinds 2000 een moleninformatiecentrum en molenwinkel gevestigd. Dit is, net als de molen, eigendom van de gemeente. In 2001 is het pelwerk van de molen in ere hersteld. Enige malen per jaar wordt er weer gerst tot gort gepeld. De andere windmolen in Woudsend is De Jager. Bron: Wikipedia.

Lagere school

Ongeveer 900 meter naar het westen ligt het rijksmonument Lagere school. De voormalige Roomskatholieke Lagere school te Woudsend is in 1923 gebouwd in een "vernieuwende" stijl die een aantal kenmerken heeft van de Amsterdamse School, met name qua materiaalgebruik en bouwvormen. V. roggen Parochus mcmxxiii die IX apr. ". De school bevindt zich aan de noordzijde van het dorp tussen de Midstrjitte en de Iewal, op een rechthoekig terrein dat ingesloten is tussen de percelen Iewal 10 en Midstrjitte 47, 49 en 53. De school is naar het westen gericht en bereikbaar via een steeg die, vanaf een strak vormgegeven toegangshek, in oostelijke richting loopt tussen de percelen Midstrjitte 49 en 53, tot aan het pleintje vóór de school. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 515159.

Hommerts

Bij Hommerts gaat een oud verhaal. Hy kin Aken en Keulen wol op en Hamboarch er by; ook: Hy kin Hommerts en de Byp wol op en de Smellebrêgge der by. Hg is een veelvraat. Hommerts en Jutrgp zijn van ouds rijke dorpen geweest; Smallebrugge is een dorp met 21 inwoners. To Keulen skrobje se de strjitten mei dldekloanje (verbastering van eau de cologne). Te Keulen schrobt men de straten met Keuls water. Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.

Heeg

Bij Heeg gaat een oud verhaal. Heech het trije ioerren en seis geloven. Het dorp Heeg heeft drie torens en zes gelooven (nl. In het godsdienstige ). Hy is troch de jarregoate helle. Hij is door de giergoot gehaald. — Spottend gezegd vooral wanneer iemand tengevolge 't huwelijk van kerkgeloof verandert. Twie geloven op ien peul (peluw) dat is ien te feul. (Stadfr.) Een gemengd huwelijk is niet raadzaam. — Ook: Twie geloven op ien kussen, daer slaapt de duvel tussen. In goed geloof en in koarken sieï. Een goed geloof en een kurken ziel (niet zwaar op de hand). De roomshe papen binne fan de duvel geskapen. Zij komme niet in 'e hemel, maar in '<? Hel, dat wete ze wel. Geuzen met spitse neuzen, met spitse kin, daer zit de duvel in. Grifformeerd is grif verkeerd, roomsgesind geheel verblind, remonstrant de pest van H land, maar mennist dat is 't wisf (het zekerste). As de mennisten ris wisten wat se misten, se souwen loopen bij hele hoopen om hunne kinders te laten doopen. Romeinen negen, daer binne de mennisten met verlegen. Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.

Rom Sicht

Op zo'n 2,3 kilometer naar het westen staat het rijksmonument Rom Sicht. De villa "Rom Sicht" met bijpassende serre (links), houten bijgebouw (achter) en BRUG met toegangshek is in 1904 ontworpen door architect W Z de Jong uit Sneek in Eclectische stijl met decoraties in Art Nouveau stijl. Opdrachtgever was de invloedrijke palinghandelaar J. Visser uit Heeg. De gevelsteen vermeldt: "A. Visser Jzn., 1 september 1904". Aannemer was timmerman Sonsma uit Hemelum. De palingvisserij, een van de belangrijkste inkomstenbronnen in het gebied, bereikte haar hoogtepunt tegen het einde van de negentiende eeuw. Met als gevolg een toename van de bevolking en de bebouwing. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 515184.

IJlst

Over IJlst werd vroeger het volgende verteld. Te IJlst, oudtijds Der-IJlst en in de volkstaal nog Drylst, wordt eene grove taaie soort moppen gebakken, die daar kjipmantsjes heeten. Dit is eene afwijkende uitspraak van het friese keapmantsjes (spreek uit kjepmantsjes), koopmannetjes. Wanneer men 's winters op schaatsen te IJlst of in de omstreken komt, wordt men telkens aangeroepen door venters met Drylster kjipmantsjes. Dit heeft aan de inwoners van het stadje den naam van kjipmantsjes bezorgd. Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.

De Rat

Ongeveer 1,4 kilometer naar het oosten ligt De Rat. De Rat is een achtkante stellingmolen in IJlst en werd gebouwd in 1828. Naast de windmolen staat de molenaarswoning. De Rat is een van de drie houtzaagmolens in Friesland. De anderen zijn de De Jager in Woudsend en De Zwaluw in Birdaard. De molen is afkomstig uit de Zaanstreek en was in 1683 gebouwd als balkenzager. Hij heette toentertijd "De Walrot", wat "waterrat" betekende. Vanaf 1918 werd in de molen elektrisch gezaagd en de molen werd ontdaan van zijn kap. Tot 1950 werd er bedrijfsmatig gezaagd. De gemeente heeft de molen voor sloop behoed en in 1968 en 1967 uitwendig gerestaureerd, gebruik makend van onderdelen van andere molens. 514 euro beschikbaar voor een restauratie van De Rat. Bron: Wikipedia.

Sneek

Over Sneek werd vroeger het volgende verteld. Tegen het einde van Oktober 1614 heeft de duivel zekeren Dirk Reinses te Sneek overmeesterd. Deze man was katholiek, maar een dronkaard en vloeker. Eens toen hij, reeds beschonken, zijne vrouw om geld vroeg voor nog meer drank, werd hem dit geweigerd. Hierover gramstorig, begaf hij zich naar het huis van Bonne Gerbens den kroeghouder; daar in de schuur wierp hij zich in het hooi en zon op wraak. Hier verscheen hem de duivel, dien echter ieder voor een mens zou hebben aangezien, als zijn eene voet, die de gedaante van een paardenpoot had, hem niet verraden had. Hij bood Dirk als drinkgeld een muntstuk aan ter grootte van een rijksdaalder. Maar toen de kroeghouder dit in handen kreeg,.bevond hij dat de klank van het metaal niet zuiver was; ook kwam het geheel vreemde wapen hem verdacht voor. Kortom, het geldstuk werd in het water geworpen. Van toen af begon de duivel den drinker in erge mate te kwellen om hem in het verderf te storten. De vrouw van den toenmaligen sneeker burgemeester had zich op aanraden des duivels met een mes van het leven beroofd, nadat zij had ontdekt dat haar man verboden omgang had met de dienstmeid. Dezelfde verleider raadde Dirk Reinses aan ook de hand aan zichzelven te slaan: dan zoude er een allerbekoorlijkst paradijs voor hem openstaan. Dirk echter maakte geen haast om naar dat duivelsparadijs te verhuizen, en daarom sarde de booze vleier: «Ben jij zulk een durfniet? En des burgemeesters vrouw, die duizendmaal rijker was dan gij, heeft mijn raad wel opgevolgd.» — Maar Dirk kon nog niet besluiten. Toch bereikte de booze zijn doel. Op zekeren nacht verliet Dirk heimelijk het bed. Toen de vrouw kort daarna ontwaakte, ging zij terstond zoeken, en vond den man ha2igende aan een touw. Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.

Tjalhuizum

Bij Tjalhuizum gaat een oud verhaal. In de nabijheid van Sneek liggen de drie dorpjes IJsbrechtum, Tjalhuizum en Tiras, het laatste in de volkstaal Teuns. Drie schatrijke heeren hebben in den ouden tijd deze dorpen gesticht, ver- moedelijk alleen om de namen hunner hooggeschatte vrouwen, waaraan die der dorpen zijn ontleend, te vereeuwigen. De vrouw van den eerste heette Brecht, die van den tweede Tjal en die des derden Teune. Deze vrouwennamen zijn nog vrij algemeen, maar zij luiden nu: Brechtje, Tjaltje, Teuntje. De laatste is geen echtfriese naam, maar ontleend aan Antonia. Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.

Houkesloot

In het aardrijkskundig woordenboek van rond 1840 staat over Houkesloot het volgende. Van verre vertoont zicb dus bet dorp zeer aanzienlijk en bet zou zulks nog meer doen, zoo niet bet gezigt door bet omringende geboomte gebroken werd. Yóór de vecstcrfle, in bet midden der vorige eeuw, had men bier eenc vooroamc beestenmarkt, gelijk nog is af te leiden uit de dubbele ry palen, die ten getale van 40, met bunne dwarssttikkeo, op bet Noordwesteindc, ter wederzijde der Dubbele streek, 5taan. Do Hervormden, Uie hier ruim 1H00 in [ycUil zijn, onder welke roini 'ó'ÓO iiudcmalco, behooren tot de gemeente Aan bet'weileinde deaer nlaati wat, ten tijde van den oorlog mei 8pnnje, eene schans, die nacferband op last van de Staten van FricsUilld geslcieht it. Reeds in 1G47 vindt uien melding gemaakt van eenen BMter StkobêJumnmëi, Th Dorptcbool telt een gemiddeld getal yan ISO leerlingen. Da ïcf)l("tjnen te Groningen. Bron: Van der Aa, Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden, 1839-1851.

Windmotorenfabriek

Ongeveer 2,7 kilometer naar het zuiden ligt het rijksmonument Windmotorenfabriek. Het gebouw aan de Zevenpelzen 25 te IJlst is sinds 1911 door de gebroeders Bakker in gebruik als windmotorenfabriek. Het pand werd in 1895 gebouwd in een Ambachtelijk-traditionele bouwtrant voor het scheepstimmerbedrijf J J Croles. In die tijd werden er ijzeren schepen in gebouwd. De laatste ijzeren Lemsteraak werd in 1899 gemaakt. Daarna ging het bergafwaarts met de fabriek: in 1911 werden de achterste loodsen verkocht en werd het scheepstimmerbedrijf door anderen voortgezet; het voorste gedeelte aan de gebroeders Bakker werd verkocht. Gooitzen en Tjerk Bakker hadden rond 1900 een mast-, blok- en pompmakerij aan de Zevenpelzen. Het verhaal gaat dat zij in die tijd bij toeval op informatie stuitten over een speciale windmotor, die in Chicago (U S A ) door Aermotor werd gebouwd. Getroffen door de vele voordelen van dit type "windmotor" lieten zij een exemplaar overkomen. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 515185.

Nijland

Over Nijland werd vroeger het volgende verteld. In 1480 woonde op Hottingahuis, te Nijland, Swob Sjaardema, weduwe van Jarich van Hottinga en nicht van Skerne Wybe. Haar broeder Sikke Sjaardema van Franeker, een Schieringer, had haar huis versterkt en uit dezen schuilhoek deed hij nu en dan uitvallen op de Vetkoopers van Sneek en Bolsward. Drie hoofden der Vetkoopers, waaronder ook Wybe, wie dat begon te verdrieten, besloten Hottingahuis met geweld aan te tasten. Met een hoop burgers van Sneek en Bolsward belegerden zij de stins en beschoten haar met kogels uit de grote sneeker busse, zoals zij hun kanon noemden. Maar zij vorderden weinig of niets. Toen de belegering drie weken had geduurd, kwam Sikke Sjaardema met eene bende volks, in den nacht voor Bolsward en overrompelde de stad. Hjj hoopte daardoor den vijand te verlokken om Hottingahuis in den steek te laten en naar Bolsward te komen. De Vetkoopers begrepen dit en zonden slechts een gedeelte van hun leger, waarmede 't gelukte Sjaardema uit de stad te verdrijven. Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.

Oegekloostermolen

Ongeveer 2,1 kilometer naar het noorden ligt de windmolen Oegekloostermolen. De Oegekloostermolen, een spinnenkopmolen, werd voor 1830 gebouwd ten behoeve van de bemaling van de 90 pondemaat (circa 33 hectare) grote polder Hartwerd-West, die vroeger de Polder Knol werd genoemd. De vroegere eigenaars, de gebroeders Knol, verkochten de molen in 1981 aan de Vereniging De Hollandsche Molen, die hem in 1986 liet restaureren. In 1988 kwam hij in het bezit van de Stichting De Fryske Mole. Een jaar later verloor de molen zijn functie als hoofdbemaler van de polder. Hij is echter op vrijwillige basis nog regelmatig in bedrijf. Hij is een van vier spinnenkopmolens in Friesland met een achtkante ondertoren. Om te voorkomen dat de molen bij een zware storm omwaait, is het onderhuis ervan verzwaard met enkele grote keien. De Oegekloostermolen is op afspraak te bezichtigen. In 2006 werd de molen door het Wetterskip Fryslân aangewezen als reservegemaal in geval van wateroverlast. Bron: Wikipedia.

Bolsward

Over Bolsward werd vroeger het volgende verteld. In het jaar 1275 ondernamen eenige bewoners van het nieuwe land nabij Bolsward het bouwen eener kerk, iets waarin het friese volk nooit nalatig is geweest. Maar deze lieden ondervonden daarbij iets vreemds, want alles wat zij den eenen dag opbouwden vonden zij des anderen morgens afgebroken, en dit geschiedde tot driemalen toe. De mensen zagen hierin eene vingerwijzing Gods, dat zij voor den kerkbouw eene verkeerde plaats hadden uitgekozen. Den vierden avond spanden zij een paar ossen voor eene slede, beladen met wat aarde en eenige steeuen. Nu sprak een der bouwlieden: «Ga nu in den name Gods! Waar gij morgen gevonden wordt, daar willen wij onze kerk bouwen.» Den volgenden morgen ging men uit om de ossen te zoeken en zij werden gevonden op eene zeer moerassige plaats, hebbende ieder hunner een brandend waslicht op den kop. De landlieden begonnen zo spoedig mogelijk de plaats, waar de ossen waren gevonden, op te hoge en bouwden daar hunne kerk, welk werk niet zonder veel moeite en inspanning ten einde werd gebracht. Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.

Muziektent

Ongeveer 1,2 kilometer naar het oosten ligt het rijksmonument Muziektent. De muziektent gelegen in het Julianapark is gebouwd in 1922 naar een ontwerp van de toenmalige gemeente-architect J P Postma en ligt op een verhoogd terras centraal in het park. De tent die in de as van de hoofdingang ligt, grenst aan de noordelijke vijver en staat op een knooppunt van paden. Er is een rond 'plein' gecreëerd, omgeven door Italiaanse populieren en begrensd door een witte balustrade aan de vijverzijde. Via een houten brug die aan het 'plein' grenst wordt een verbinding gevormd met de Prof. Dr. T. Brandsmalaan. De muziektent is tegenwoordig in gebruik als volière en daartoe aangepast. De muziektent heeft een octagonale plattegrond en is gebouwd op een bakstenen basement met een rollaag. Een bakstenen trap van drie treden verschaft toegang tot het plateau. De trap wordt geflankeerd door twee concave muurdammen. Deze werden voorheen bekroond door betonnen bollen. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 512824.

Het Streekje

Ongeveer 1,8 kilometer naar het noordoosten ligt Het Streekje. Het blokje van acht woningen -het Streekje genaamd- is gelegen aan de zuidzijde van de Nieuwmarkt en in 1907 gebouwd in Overgangsstijl, naar ontwerp van architect J. Dijkstra Azn. Het geheel is gerealiseerd in opdracht van de voogden van het reeds bestaande, neo-classicistische Sint Anthonygasthuis uit 1778, als uitbreiding van het hoofdgebouw, of "Eerste Afdeling" (reeds geregistreerd onder monumentnr. 9864). De voogden kochten in 1906 de woning tegenover het hoofdgebouw van Sjoerd Lycklama à Nijeholt. Vervolgens lieten ze haar afbreken om op het vrij gekomen terrein acht woningen te bouwen. Deze nieuwe woningen vormden samen met het Klein Gasthuis (1867) aan het Laag Bolwerk de Tweede Afdeling. De gasthuisvoogden stichtten de nieuwe woningen voor huisvesting van "... Oude, minvermogende weduwen, burgers en burgeressen, niet tot de armbesturen behorende. ". Aan de voorzijde liggen smalle voortuinen. De voorgevels zijn naar het westen georiënteerd. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 512828.

Greonterp

Over Greonterp werd vroeger het volgende verteld. Te Greonterp (spreek uit: Grjonterp) in Wonseradeel vindt men eene boerenplaats die «de Laars» heet. Hier woonde oudtijds een boer die schraal bedeeld was met aardse goederen en altijd had te kampen met geldgebrek. Dit deed hem dikwijls zuchten en knorrig en ontevreden zijn; het wensen naar meer geld benam hem niet zelden allen levenslust. Eindelijk verscheen hem eens de duivel, die aanbood hem ruim van geld te voorzien, als de boer daarvoor zijne ziel aan satan wilde verpanden. Maar nu begreep de boer dat hij op zijne hoede moest zijn. De ziel was toch ten slotte het kostbaarste wat hij te verliezen had. Zou hij die verpanden dan moest er al heel wat geld voor komen. Maar veel mooier zou hij 't vinden, wanneer hij den duivel van een flink sommetje kon afhelpen en tevens zijne ziel behouden. Bij zijn boerenbedrijf deed hij ook nu en dan aan vissen op de meren en poelen daar in de nabijheid, en hield er voor dat werk een paar grote hooge waterlaarzen op na. Zulk een laars vol geld eischte de man voor zijne ziel. 's Nachts te half twaalf uur zou hij zich bevinden voor een der vensters in zijne oude voorkamer, waar niemand sliep. Dat venster zou hij even openen en de laars gereed houden, die dan door den duivel met geld gevuld moest worden, geheel tot aan den bovenrand toe. Werd deze bepaling niet strikt nagekomen, vóór middernacht, dan was 't akkoord weêr uit en de boer bleef vrij. De satan nam dit voorstel aan; hij achtte 't eene kleinigheid zo'n laars met geld te vullen binnen 't half uur. Maar de boer gebruikte voor zijn doel een oude laars, waar de zool onder weg miste. De duivel paste op zijn tijd en had een zak vol geld meegebracht, zo groot dat hij dacht in eens klaar te zullen komen. Misgerekend! De zak werd geledigd in de laars, maar deze werd met het geld pas half gevuld. De duivel vloog heen en haalde meer, maar ook de tweede bezending was ontoereikend. De domme duivel begreep er niets van, dat de laars van den boer een trechter was. En toen de klok middernacht sloeg, was de laars nog niet tot boven toe vol. De duivel was zijn geld vergeefs kwijt, en de boer was eigenaar van een mooi kapitaaltje geworden voor niemendal. Uit pure blijdschap liet hij een knap nieuw huis bouwen, met een steentje in den gevel, waarop een laars was uitgehouwen. Daarom heet dat huis nog altijd «de Laars». Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.

Amerikaanse windmotor

Ongeveer 1,5 kilometer naar het noorden ligt het rijksmonument Amerikaanse windmotor. De grote Amerikaanse windmotor is een markant herkenningspunt in het tussen Tjerkwerd en Parrega gelegen weidegebied. De naar Amerikaans model ontstane windmolen van het type "Energie", uit Duitsland (Dresden), geïmporteerd door N V Electro-Technisch Bureau Scholten & Pijper uit Hoorn, werd in 1924 gebouwd op de plaats van een afgebroken traditionele windmolen. Deze molen is de enige overgebleven grote Energie windmotor in Nederland. De toren staat in een uit beton opgetrokken fundering. De voorwaterloop is voorzien van een stalen krooshek. De stalen vijzel is gelegen in een betonnen vijzelbak met houten deksels. De betonnen achterwaterloop is voorzien van een houten wachtdeur. Aan de bovenzijde van de toren is een op kogellagers draaiend gietstalen motorlichaam aangebracht. Het rad bestaat uit tien straalarmen, waar tussen segmenten met ieder drie bladen (verbonden door drie ringen) zijn aangebracht. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 516532.

Workum

Bij Workum gaat een oud verhaal. Zes grote en twee kleine baren zijn in de Geertruidakerk te Workum. De grootschippersbaar met het jaartal 1806, beschilderd met grote schepen, zoogenaamde buitenvaarders, op zee bij stoim en bij stilte, en verder met kompas, verrekijker, kaarten, enzovoort; ook staat er afgebeeld de Hoop met het anker en op de rechterhand een vogel. Een schippersbaar voor de kleine vaart, 1805, is op dezelfde wijze versierd, maar hier brengt de storm het niet verder dan tot een flinken bries. Evenzoo op eene kleinere baaivoor de kleine vaart, 1806, terwijl eene andere kleine, 1791, met doodshoofd en beenderen tussen de stokken, overigens alleen lucht en wolken geeft, te zien. Eene andere baar vertoont, in verschillende tafereelen een veld met ploegers; het oogsten, de markt te Workum, het hooien, grazend vee en in het verschiet Workum van den zeekant gezien. De zesde haar draagt het jaartal 1756 en is beschilderd met smids-, horlogemakers- en zilversmidsgereedschap. De zevende baar, 1791, vertoont den metselaar, timmerman, huisschilder en glazenmaker in hun arbeid, maar ook de dood met de zeis. De achtste baar, 1781, is van het dokters- en chirm-gijnsgilde. Zij geeft te zien eenerzijds eene apotheek, eene ziekenkamer, eene operatiekamer waar vier personen een patiënt aan het hoofd opereeven, met een instrument dat veel gelijkenis heeft met eene grote timmermansboor. En op de keerzijde een opengeslagen boek, vijzels en meer apothekersgereedschap, de barmhartige Samaritaan, twee geleerde chirurgijns en ook de dood. Al deze baren hebben op- en randschriften van ernstigen aard, meest aan de psalmen ontleend, die van het chirurgijnsgilde natuurlijk ook spreuken in het latijn. Behalve deze acht is er nog een baaizonder versiering, zonder opschrift. Afzonderlijk gezet, wordt zij niet gebruikt dan wanneer er op stadskosten wordt begraven, maar ook dan nog niet altijd. Men zegt dat zij vroeger dienst deed voor misdadigers en zelfmoordenaars. Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.

Sint-Gertrudiskerk

Op zo'n 650 meter naar het westen staat de Sint-Gertrudiskerk. Grafmonumenten van Joseph Sinkel en familiegraf van Tjipke Visser op het Zuiderkerkhof en grafmonument van Rintje Sinnes Visser en kleinzoon Rintje Jans Visser op het Kleine Zuiderkerkhof. Bij de herbouw in deze vorm, die eerst in het midden van de zestiende eeuw tot stand kwam, is het oudere, vierzijdig gesloten koor behouden; van het bijbehorende eenbeukig schip zijn de fundamenten gevonden tijdens de restauratie in 1939. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 39458.

Toegangspalen

Ongeveer 3,0 kilometer naar het zuidoosten ligt het rijksmonument Toegangspalen. De stelpBOERDERIJ "Sint Ursula" ligt aan de Ursuladijk, aan de zuidzijde van de weg en is naar het noorden georiënteerd; twee toegangspalen van Wormerse steen met de naam van de boerderij markeren het pad naar het erf. De boerderij is in 1884 in Ambachtelijk-traditionele stijl gebouwd door aannemer Kl. Wielinga uit Idskenhuizen (Sint Nicolaasga), in opdracht van dhr. Poppe Popkes, ter vervanging van een oudere boerderij die kort daarvoor was afgebroken. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 513621.

Hindeloopen

Bij Hindeloopen gaat een oud verhaal. Hjo het hjar doaiter op 'e tuttelpleate (Hindeloopen ). Zij heeft haar dochter op de titelplaat. Hja het dêr in trekplaster. Het meisje heeft daar ter plaats een trekpleister (een bemind voorwerp, waarom zij er liefst blijft wonen of anders zich er gaarne vertoont ). Hja is onder 'e hoantsen ütbret. Zij is onder de kemphanen uitgebroed. — Zjj is eene feeks. Hja is in stikje güd dat net forblikke scil. Zij is een stukje goed dat niet zal verkleuren (eene degelijke jonge vrouw of meisje). Hjit, fcnld. Hy is gau hjit en gau kdld lyk as in bliken tsjettel. Hjj is ras heet en ras weêr afgekoeld, als een blikken ketel. Dêr icird ik hjit noch kdld fen. (Die vermaning, berisping of dreigementen; dat ernstig geval) daar trek ik mij niets van aan. — Ook: Dat komt my net oan V kalde klean. Hy is bang dat er hint oan kdld wetter barne scil. Hij vreest zich aan koud water te zullen branden (is te schroomvallig om iets van beteekenis te ondernemen). It is my to hjit, ik Ut it stean. Het is mij te heet ik neem het niet. Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.

Grote of Sint Gertrudiskerk

Ongeveer 750 meter naar het noordwesten ligt de Grote of Sint Gertrudiskerk. Hervormde KERK. Markant achter de IJsselmeerdijk gelegen kerkgebouw, gebouwd in 1632 op de fundamenten van een laat-zestiende-eeuwse voorgangster en tot 1892 bestaande uit een tweebeukige hallekerk. In 1658 werd de kerk met een zuidbeuk uitgebreid, welke in 1892 weer werd afgebroken. Sedertdien is weer sprake van een eenbeukig gebouw. De ingangsportalen met frontons aan noord- en zuidzijde (het laatste oorspronkelijk van de westzijde afkomstig), werden in 1658 (het jaar waarin de zuidbeuk werd opgetrokken) vervaardigd door Claes Lykles. Op het kerkhof staan ook enkele oorlogsgraven (1940-1945). De zuidelijke ingangspartij, met gebroken fronton en opschrift met het jaartal 1658, werd vervaardigd door Claes Lykles en is afkomstig van de in 1892 afgebroken zuidbeuk. De noordgevel is ingedeeld als de zuidgevel. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 22171.

Koudum

Bij Koudum gaat een oud verhaal. Op eene zeer eigenaardige wijze is het dorp Koudum aan zijn naam gekomen. De heeren, die het dorp hadden gesticht, waren op een winteravond samen gekomen om te overleggen hoe ze hun kind zouden doopen. Zij werden 't hieromtrent niet spoedig eens. Zij zaten in een kring om den haard, waarop een tamelijk groot turfvuur brandde, want het was koud dien avond. Toch werd de gloed van het vuur hen op den duur te sterk, vooral voor de schenen. Daarom riepen ze: «Koud om! Koud om!» — De knecht, die hen bediende, wist wat dit beteekende: hij moest het gloeiende haardvuur omhullen met een laag koude turven. Dit hielp wel voor een oogenblik, maar de koude turven veranderden spoedig in gloeiende kolen. Dan was 't weêr: «Koud om! Koud om!» Toen men dit twee-, driemaal had herhaald, merkte een der heeren op, dat de grote hond, die mede bij den haard zat, achteruit schikte wanneer 't hem te heet werd. Mijnheer beproefde dit ook, zijne metgezellen volgden en spoedig erkenden allen, dat dit middel beter was dan telkens het vuur te vergrooten. En terwijl zij zich nu vroolijk maakten over hun eigen stompzinnigheid, kwamen zij overeen, dat hun dorp maar Koud-om zoude heeten. — Anderen zeggen Kou-dom — Koedom, dom als eene koe. De naam is later veranderd in Koudum. De Trynwouden. Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.

Visserswoning

Op zo'n 600 meter naar het zuiden staat het rijksmonument Visserswoning. Visserswoning, blijkens de in hout aangebrachte inscriptie boven de inpandige toegangsdeur, gebouwd in 1716. De detaillering is overwegend negentiende-eeuws. Het snijwerk van de deuromlijsting is verwant aan dat van het nabijgelegen 'Zuiderzeestadje' Hindeloopen. Het pandje is mooi gelegen aan de rand van het beschermde dorpsgezicht Molkwerum en grenst aan de landerijen. Oorspronkelijke plattgrond. G. en ANNO 1716. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 527248.

Sudermarpolder

Op zo'n 1,1 kilometer naar het zuiden staat de plek Sudermarpolder. Het gebied is een voormalige droogmakerij op kleigrond en is voor het grootste deel in bezit van It Fryske Gea. Bij de plekken waar nog zout kwelwater omhoog komt groeien zoutminnende graslandplanten. In de sloten groeien zwanenbloem en de zannichellia. Het open graslandgebied met langs de dijk een brede vaart met rietkragen is een broedgebied voor weidevogels, ’s winters zit het vaak vol met ganzen. Kritische vogelsoorten als tureluur en veldleeuwerik komen hier tot broeden. De polder wordt gebruikt als foerageergebied voor overwinterende en trekkende vogels als grauwe gans, kolgans, brandgans, smient, goudplevier en wulp. De Sudermarpolder grenst aan de Dyksfeart. Bron: Wikipedia.

Schutsluis

Op zo'n 700 meter naar het westen staat het rijksmonument Schutsluis. De "oude zeesluis" te Stavoren schutsluis ligt aan de noordzijde van het stadje en aan de zuid-oostzijde van de haven. De zeesluis bestond al in de zestiende eeuw: in 1576 werd zij beheerd door de Zeedijkbesturen van Wymbritseradiel, Hemelumer Oldeferd en de stad Stavoren. De sluis is in 1894 hersteld, 2. Tot 1965 is de sluis gebruikt voor het schutten van onder andere vracht- en vissersschepen. Tegenwoordig wordt ze voornamelijk gebruikt voor de recreatievaart en in geval van nood. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 513626.

In de buurt van deze route

Plaatsen langs deze route

Balk · Bolsward · Luts · Oudemirdum · Sloten · Slotermeer · Sneek · Workum · Woudsend — zie alle plaatsen en de routes die er langskomen.

Overnachten

Partnertip — Boek je via deze link, dan krijgt Luisterroute een kleine vergoeding. Jij betaalt niet meer.

Zoek een overnachting bij Friesland

Activiteiten in de buurt