F3 Gaasterland
53,3 km · 4-6 uur · fietsen · rondje vanuit Stavoren · via Rijs · Oudemirdum · Sloten · Balk
Door heuvelachtig Gaasterland langs kliffen en bossen
15 verhalen op de 12 stops van de F3 Gaasterland, geschreven voor de plek waar je op dat moment staat. Tijdens het fietsen beginnen ze vanzelf.
De route is 53,3 kilometer, ongeveer 4-6 uur — gerekend op fietsen, via Rijs · Oudemirdum · Sloten · Balk.
Onderweg kom je langs Balk, Wijckel — Van Coehoorn, Slotermeer-oever, Sloten, Ruigahuizen, Kamp Wyldemerk, Wyldemerk, Rinia State & Jolderenbos, Oudemirdum — Fonteinkerk, Rijsterbos — V2-raketten, De Mokkebank en Laaksum.
De 12 stops van de F3 Gaasterland liggen op volgorde, maar de gids houdt je daar niet aan: hij vertelt wat er is waar je bent, welke kant je ook op fietsen. Van de lijn af op deze 53,3 kilometer? Dan wijst hij vooruit naar de eerstvolgende van de 12 die je nog niet gehad hebt.
De dorpen op deze route, op volgorde
- Balk — 2 stops met 3 verhaalen van de 6 die de gids over Balk kent op de F3 Gaasterland.
- Sloten — 1 stop met 2 verhaalen van de 6 die de gids over Sloten kent op de F3 Gaasterland.
- Nijemirdum — 1 stop met 1 verhaal op de F3 Gaasterland.
- Oudemirdum — 1 stop met 1 verhaal van de 6 die de gids over Oudemirdum kent op de F3 Gaasterland.
- Laaksum — 2 stops met 3 verhaalen van de 6 die de gids over Laaksum kent op de F3 Gaasterland.
De verhalen buiten de dorpen
Wijckel — Van Coehoorn
U rijdt langs Wijckel. Boven het bos hier rijst de toren van de Vaste Burchtkerk. In die kerk ligt het mausoleum van Menno van Coehoorn, de beroemde vestingbouwer.
Boven het bos hier rijst de toren van de Vaste Burchtkerk uit. In die kerk ligt het indrukwekkende mausoleum van Menno van Coehoorn (1641–1704), de vestingbouwer die Nederland onneembaar maakte met forten als Bourtange en Naarden. Hij was de Nederlandse tegenhanger van de Franse meester Vauban. Het bos eromheen draagt zijn naam: het Van Coehoorn-bos.
Onderweg krijg je hier de vraag: Wie ligt er begraven in de kerk van Wijckel?
Slotermeer-oever
U rijdt langs het Slotermeer, een van de grootste meren van Friesland. In de rietkragen broeden grote zilverreigers en lepelaars.
Links schittert het Slotermeer, een van de grootste meren van Friesland. In de rietkragen langs de oever broeden de grote karekiet en de rietzanger, en je ziet er futen met hun jongen op de rug meevaren. 's Winters rusten hier duizenden smienten en kuifeenden uit. Het meer was vroeger een belangrijke vaarweg naar het stadje Sloten, dat je zo binnenrijdt.
Onderweg krijg je hier de vraag: Wat dragen futen opvallend op hun rug terwijl ze zwemmen?
Ruigahuizen
U rijdt door Ruigahuizen, amper 120 inwoners. In de 17e eeuw vluchtten hier Hugenoten naartoe. U ziet het nog in de familienamen: Durand, Le Fèvre, Fontein.
Je komt door Ruigahuizen, een van de kleinste dorpjes van Friesland — amper 120 inwoners en zonder echte dorpskern. In de 17e eeuw vonden hier Hugenoten onderdak, protestantse vluchtelingen uit Frankrijk; van hun huizen staan er nog een paar. Op de begraafplaats staat een houten klokkenstoel; de oude klok werd in 1975 gestolen. Achter een boerderij draait nog een Amerikaanse windmotor uit 1920.
Onderweg krijg je hier de vraag: Wie vonden in de 17e eeuw onderdak in Ruigahuizen?
Wyldemerk
U rijdt door de Wyldemerk, een wirwar van zandgaten en vennen. In de jaren 60 werd dit het eerste libellereservaat van Europa. Op zomerse dagen vliegen hier tientallen soorten libellen.
Midden tussen Balk, Harich en Oudemirdum ligt de Wyldemerk: een wirwar van zandgaten en vennen, ontstaan in de jaren '60 door zandwinning voor de weg Balk–Koudum. Het is het állereerste officiële libellenreservaat van Europa, met wel veertig libellensoorten. De naam komt van de "wilde markt" die hier in de 15e eeuw werd gehouden — met paardenmarkten en kermis. Van 1954 tot 1969 stond hier ook een Moluks woonoord voor KNIL-militairen; een monument in het bos herinnert eraan.
Onderweg krijg je hier de vraag: Welk bijzonder reservaat is de Wyldemerk als eerste van Europa?
Rinia State & Jolderenbos
Langs de bosrand staat Rinia State, een ade
Het bos van de grootgrondbezitter
Het Jolderenbos werd in de 19e eeuw aangelegd als exploitatiebos door de grootgrondbezitter Van Swinderen. Langs de bosrand staat Rinia State, een adellijk buitenhuis dat al eeuwen aan de rand van Gaasterland ligt. Het bos is doorkruist met oude bospaadjes en herbergt reeën, dassen en de zwarte specht. De naam Jolder verwijst naar een oud Fries woord voor moeras of natte grond — het bos is aangelegd op voormalig moerasland.
Rijsterbos — V2-raketten
U rijdt langs het Rijsterbos. Aangeplant rond 1676 door een Amsterdamse admiraliteitsecretaris als tabaksplantage. De lange kaarsrechte lanen zijn er nog steeds.
Onderweg — V2-raketten uit het bos
Dit Rijsterbos werd al rond 1676 aangeplant door Hiob de Wildt, secretaris van de Admiraliteit van Amsterdam, eerst als tabaksplantage en productiebos. Maar in de Tweede Wereldoorlog gebeurde hier iets onverwachts: vanuit dit bos schoten de Duitsers V2-raketten af richting Engeland en België. De adellijke familie Van Swinderen bouwde hier ooit een slot; hun freules hadden bij het klif een koepeltje (1913) om uit te rusten.
Onderweg krijg je hier de vraag: Wat schoten de Duitsers af vanuit het Rijsterbos in de Tweede Wereldoorlog?
Wat de gids onderweg nog meer vertelt
Op de stille stukken zoekt de gids zelf een verhaal in de buurt. Deze staan er nu voor deze route klaar.
Warns
Bij Warns gaat een oud verhaal. Een schoenmakersknecht te Warns werd betooverd door eene vrouw van Molkwerum, terwijl hij bezig was haren voet te meten voor een paar nieuwe schoenen. Zij maakte van deze gelegenheid gebruik om zijn hoofd, dat toevallig ongedekt was, te beademen. Spoedig hierop werd de man ongesteld, maar niet dan na veel dokteren en meesteren begreep men, dat hij betooverd was, De beschuldigde vrouw werd nu met vriendelijke praatjes bij hem in huis gelokt, terwijl daar eenige ruwe mannen bijeen waren gekomen. Na de deuren en vensters gesloten te hebben, dwongen die mannen haar den betooverde te zegenen met de woorden: In den naam des Vaders, des Zoons en des Heiligen Geestes. Tevens werd zij tot bloedens toe mishandeld, ten einde den lijder iets van haar bloed toe te dienen. Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.
Lichtopstand
Op zo'n 2,9 kilometer naar het noordwesten staat het rijksmonument Lichtopstand. De lichtopstand is in 1884 door de Engelse firma Brothers and Co. House Engineer Constructors uit Birmingham vervaardigd, evenals als de havenlichten aan de westelijke uiteinden van de havendammen. De 'hoogte boven middenstand' van het water is 15. 3 meter, het karakter Iso W4s. De gietijzeren lichtopstand is opgebouwd uit open gietijzeren panelen, die door middel van aangegoten flenzen aan elkaar zijn geschroefd. Elk van de vier etages bestaat uit zes open panelen. De panelen zelf bestaan uit gietijzeren gekruiste staven die versierd worden door decoratieve elementen, zoals krullen en rozetten. In de ruimte aan de binnenzijde van de open constructie bevindt zich de gietijzeren wenteltrap. Deze leidt naar een open gietijzeren opstand met balustrade. De balustrade bestaat uit een aaneenschakeling van rechthoeken met kruis-verbindingen. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 513618.
Sudermarpolder
Op zo'n 2,6 kilometer naar het noordwesten staat de plek Sudermarpolder. Het gebied is een voormalige droogmakerij op kleigrond en is voor het grootste deel in bezit van It Fryske Gea. Bij de plekken waar nog zout kwelwater omhoog komt groeien zoutminnende graslandplanten. In de sloten groeien zwanenbloem en de zannichellia. Het open graslandgebied met langs de dijk een brede vaart met rietkragen is een broedgebied voor weidevogels, ’s winters zit het vaak vol met ganzen. Kritische vogelsoorten als tureluur en veldleeuwerik komen hier tot broeden. De polder wordt gebruikt als foerageergebied voor overwinterende en trekkende vogels als grauwe gans, kolgans, brandgans, smient, goudplevier en wulp. De Sudermarpolder grenst aan de Dyksfeart. Van de Dyksfeart tussen Reaklif en Stavoren is een vrij breed stuk eigendom van It Fryske Gea. In de rietzoom langs de kant komt echte heemst voor. Bron: Wikipedia.
IJsselmeer
Links van je ligt het natuurgebied IJsselmeer. Het IJsselmeer is een groot, tamelijk ondiep zoetwatermeer, dat grotendeels is begrensd door dijken en dammen. Het meer heeft een belangrijke functie voor de recreatie en er vindt intensieve visserij plaats. Wat betreft de ecologische betekenis is de openheid en grootschaligheid van het gebied van groot belang. Zeer grote aantallen watervogels foerageren en ruien hier, in het bijzonder viseters en vogels die hun voedsel op de bodem van het meer zoeken. Vóór de afsluiting van de Zuiderzee in 1932, toen de Afsluitdijk gereed kwam, was de werking van de getijden tot in het zuiden merkbaar. Het tijverschil bedroeg bij Urk bijvoorbeeld nog zo'n 25 centimeter. 500 hectare aan intergetijdengebied droog. 000 hectare. Bron: Natura 2000, Rijksoverheid (natura2000.nl).
Bakhuzen
Over Bakhuzen werd vroeger het volgende verteld. De forivielen lape, de rynske tape en de hege steat meitse Frysldn bleat. Pronkzucht, zwelgerij en hoogmoed maken Friesland arm (zeide men reeds voor eeuwen, evenals thans nog). De héle feeljekant om. Den geheelen Veluwkant om. — Reis over land uit Friesland naar Amsterdam. Overdr.: een omreis, niet langs den kortsten weg. Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.
Rysterbosk
Ongeveer 1,0 kilometer naar het westen ligt het natuurgebied Rysterbosk. Het Rijsterbos (Fries: Rysterbosk) is een bos bij Rijs in Gaasterland, in het zuidwesten van de Nederlandse provincie Friesland. Het door It Fryske Gea beheerde loofbos is 172 hectare groot en ligt tussen het IJsselmeer en het dorp Rijs. Het bos is in de zeventiende eeuw aangelegd als hakhoutbos door een Amsterdamse regentenfamilie De Wildt. Zij bewoonden het door hen gebouwde Huize Rijs, in de volksmond ook wel slot genoemd. Ook de rond het slot aangelegde tuin, maakte deel uit van het Rijsterbos. Aan de zuidoostzijde van het bos ligt de Séfonsterpolder. In het bos is een steenkist, de zogenaamde Steenkist van Rijs, gevonden van de trechterbekercultuur (de makers van de hunebedden). Bron: Wikipedia.
Kippenburg
Bij Kippenburg gaat een oud verhaal. Aan den weg van Kippenburg naar Balk staat een zware eikeboom in wiens bast kort na den moord met grote letters — nog altijd duidelijk leesbaar — de woorden Moord niet zijn gesneden. Bij dezen boom werd het lijk der vermoorde gevonden. De stam was met bloed bespat en de bloedvlekken waren onuitwischbaar. Toen voor eenige jaren het gemeentebestuur daar een aantal boomen liet vellen, omdat zij te na aan den weg stonden, werd genoemde eik gespaard. Een veelvraat, die alles op kan, heeft in troch-itene tnage, zegt men. Er worden geen vraten geboren, maar wel gemaakt. Zijne moeder heeft hem van kind af aan altijd de maag zo vol mogelijk gepropt. Hij heeft deze gewoonte steeds aangehouden; hierdoor is eindelijk de maag doorgezakt en er is een bijmaag ontstaan. Nu heeft de man een doorgegeten maag, die ontzaglijk veel bergen kan. — «Mijn vader heeft zulk een maag gezien op de snijkamer », vertelde mij iemand onlangs. Het is zeer af te raden uit eene sloot te drinken, omdat men, dit doende, kiemen of eitjes van waterdiertjes kan inslikken. Het is wel eens voorgekomen, dat een mens op die manier een levend vischje of een levenden kikvors in de maag had gekregen. Zo iemand is nooit te verzadigen met drinken en moet het ten slotte besterven. De wormen die mensen, vooral kinderen, soms in de maag kunnen hebben, liggen 's morgens, zoolang iemand nog niets gebruikt heeft, met den bek open. Dan is het zaak deze ongewenschte gasten iets toe te dienen dat hun slecht moet bekomen, anders gezegd een middel in te nemen om ze te verdrijven. Begint iemand, dit niet gedaan hebbende, te eten, ('an voedt hij de wormen en zij blijven in goeden welstand. — Bekend is het, dat sommigen als «wormverschrikker» 's morgens in 't nuchter een borrel nemen. Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.
't Zwaantje
Op zo'n 2,3 kilometer naar het oosten staat 't Zwaantje. Landschappelijk belangrijk tussen Nijemirdum en de IJsselmeerdijk in de Huitebuursterpolder gelegen monnikmolen (grondzeiler), geheten 't Zwaantje. In aanleg van circa 1790 daterende, doch na brand in 1893 herbouwde poldermolen, die tot 1946 de Huitbuursterpolder op windkracht bemaalde. In de jaren '70 kwam de molen stil te liggen. Restauratie vond plaats in 1986-'87. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 358041.
Zwaantje
Ongeveer 1,5 kilometer naar het oosten ligt de windmolen Zwaantje. Het Zwaantje is een grondzeiler, die enkele honderden meters ten zuiden van het dorp staat. Het is de enige overgebleven poldermolen van de gemeente Gaasterland-Sloten. Het Zwaantje werd in 1893 - en mogelijk al in 1878 - gebouwd voor de bemaling van de Huitebuursterpolder. Bron: Wikipedia.
Hoofdgebouw van het
Op zo'n 2,0 kilometer naar het zuidwesten staat het rijksmonument Hoofdgebouw van het. Onderdeel 1: (Numanwei 7, Oudemirdum) Hoofdgebouw VAN HET complex riniastate landhuis riniastate. Witgepleisterd hoofdgebouw in neo-classicistische stijl, in 1843 ontworpen door de Leeuwarder architect Thomas Romein en in hetzelfde jaar gebouwd voor de eigenaresse, de weduwe Drieling. Het huis is gesitueerd op de top van een flauwe helling en neemt ook hierdoor een dominante positie in in de historische parkaanleg. Het huis is tegelijkertijd met de historische parkaanleg geconcipieerd en vormt hiermee een eenheid. Ook de de voor- en zijgevels van de middenstukken worden door een kroonlijst met tandlijst afgesloten waarin eveneens de goten zijn opgenomen. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 526279.
Tjasker Zandpoel
Op zo'n 2,8 kilometer naar het oosten staat de windmolen Tjasker Zandpoel. De tjasker Zandpoel (Fries: Sânpoel) is een paaltjasker bij de Nederlandse plaats Wijckel (provincie Friesland) uit 1975. De windmolen heeft als functie poldermolen. De molen voorziet het natuurgebied de Sânpoel van water. Eigenaar is Staatsbosbeheer Oudemirdum. De tjasker staat bij een parkeerplaats langs de N359 en heeft de status gemeentelijk monument. Sinds maart 2011 wordt deze tjasker weer geregeld in werking gesteld door enkele vrijwilligers van Staatsbosbeheer. De molen is tot op enkele meters te benaderen; als de molenaar aanwezig is, is het tevens mogelijk kijkje binnen het hek te nemen. Bron: Wikipedia.
Vaste Burchtkerk
Ongeveer 2,2 kilometer naar het noordoosten ligt de Vaste Burchtkerk. De markante ligging van de kerk binnen de dorpsstructuur, op een snijpunt van wegen in het centrum van het plaatsje Wijckel, waarbij de verhoogde ligging in bijzondere mate bijdraagt aan de historische belevingswaarde van kerk en bijbehorend kerkhof. De aanwezigheid van het grafmonument van Baron Menno van Coehoorn in de kerk; als specimen van het oeuvre van Daniel Marot, waarmee kunsthistorisch belang is aangegevenvanwege de uitzonderlijke artistieke invloed die Marot op de kunst uit de zeventiende en achttiende eeuw heeft uitgeoefend; als symbool met herinneringswaarde aan de vestingbouwkundige Van Coehoorn, die door zijn grote militaire, strategische en vestingbouwkundige kennis en inzichten de structuur en aanleg van vele Nederlandse steden heeft bepaald en vormgegeven. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 15938.
Balk
Over Balk werd vroeger het volgende verteld. Hebben onderwetse vechtersbazen soms den overmoed gehad, om in eene herberg vol mensclien hun zakmes aan den balk te steken, om met den eersten den besten die het afnam te graan vechten, — zo hing een knappe schaatsenrijder wel eens zijne schaatsen op. Wie deze afnam moest tegen hem hardrijden. — Er bestaat onder het volk eene vertelling, die men eiken winter, als er mooi ijs is, kan hooren, zij het soms iets gewijzigd. In een ijsherberg, waar eenige schaatsenrijders waren bijeengekomen, zat een kereltje bij den haard een hoog woord te voeren, terwijl hij zijne schaatsen aan den balk had gehangen. Niemand kende hem en men achtte 't dus raadzaam die schaatsen maar onaangeroerd te laten. Maar er verscheen iemand die bekend stond als een zeer beste rijder. Hij keek eerst naar de schaatsen en toen naar het ventje. Zonder lang beraad nam hij de schaatsen en reikte ze den kleinen man toe, terwijl hij zei: «Nu moetje tegen me hardrijden.» — «Wel zeker!» was 't antwoord, «maar laat de kastelein wat bier brengen, dan kunnen we eerst eens drinken en wat praten. Wie ten slotte den strijd verliest moet het gelag betalen. » — Hier had de ander niets tegen; maar terwijl zij zich het bier goed lieten smaken, begonnen de twee reismakkers van het mannetje den ander te vertellen welk een held die kleine was; hij had nog nooit tegen iemand een rit verloren. Kortom, zij praatten zo lang dat de tegenpartij het opgaf en zeide: «Nu, maar ik heb er geen plezier in mij hier beschaamd te laten maken door zo iemand. Dan wil ik maar liever het gelag betalen en het hardrijden zullen we maallaten.» — «Ook al goed!» — Toen nu de drie vreemdelingen gingen vertrekken volgden allen hen naar buiten; men moest den kleinen baas zien rijden. Maar hij nam plaats in eene slede die daar op het ijs stond en zei, haastig vertrekkende: «Ja, vrienden, dat ik nooit tegen iemand een rit heb verloren is de volle waarheid, want schaatsenrijden kan ik niet.» Aanteekeningen omtrent strenge winters, die men voor en na hier beleefde, komen bij de friesehe kroniekschrijvers meermalen voor. In 1076 begon de winter den 11 November en was voor den hollandsen graaf Dirk V het middel om met zijne legers over het toegevrozen meer Flevo in Friesland te vallen. Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.
Sloten
Bij Sloten gaat een oud verhaal. Tijdens dit bestand bevond hij zich eens met den geldersen rentmeester Arkelens te Sloten, terwijl daar eene vrouw uit Holland met een schip, geladen met rogge, door de stad voer, welke lading zij te Sneek wenschte te verkoopen. Arkelens wilde haar dwingen de rogge te Sloten te lossen, haar belovende dat zij er goed voor betaald zoude worden. Pier, twijfelende aan de welgemeendheid dezer belofte, begon Arkelens scherp te berispen, en herinnerde hem aan het bestand, volgens hetwelk men de vrouw, al was zij eene Hollandse, geen leed mocht doen. De rentmeester liet nu, uit ontzag voor den barren man, de vrouw ongemoeid. Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.
Rijksmonument in Sloten
Ongeveer 1,2 kilometer naar het zuidoosten ligt het Rijksmonument in Sloten. De Rooms-Katholieke KERK H. De as van de kerk is oost-west gericht. De kerk is gebouwd in 1933, in de stijl van de Delftse School, naar een ontwerp van A. Witteveen en staat op de plaats van de gesloopte waterstaatskerk H. Fredericus uit 1918. Het gebouw omvat een middenschip met abside, een lager portaal en een toren. De sacristie ligt, evenals de toren, aan de zuidzijde van het middenschip en is tevens verbonden met de pastorie. Vanuit het middenschip loopt aan de oostzijde een gang naar de pastorie. De bestuurskamer bevindt zich aan de oostzijde, tussen schip en pastorie. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 513658.
De Kaai
Op zo'n 1,9 kilometer naar het oosten staat De Kaai. In deze molen wordt graan gemalen als er voldoende wind is. De windmolen is een stellingmolen en werd gebouwd in 1755. De molen werd tot 2005 aangeduid als de Korenmolen. In 2006 kreeg hij voor het eerst in zijn geschiedenis een officiële naam: de Kaai, Fries voor 'sleutel'. In het dagelijks spraakgebruik wordt meestal niet van alleen De Kaai gesproken, maar van molen de Kaai. De molen, een Rijksmonument, staat bij een van de waterpoorten. Naast de korenmolen ligt een molensteen met daarnaast een kanon. Eigenaar is de Vereniging de Korenmolen te Sloten, opgericht op 14 januari 1929. Bron: Wikipedia.
Woonhuis
Ongeveer 1,2 kilometer naar het noordwesten ligt het rijksmonument Woonhuis. Het woonhuis gelegen aan de Luts te Balk is gebouwd omstreeks 1870 -'80 in Eclectische stijl. De voorgevel ligt op het zuiden, in de straatwand van de Van Swinderenstraat. Het pand heeft een mooie en zorgvuldige detaillering die weinig veranderingen heeft ondergaan. Tegen de achtergevel staat een bescheiden aanbouw van latere datum; deze valt vanwege te weinig monumentale waarden buiten de bescherming van rijkswege. De woning omvat een portaal, een gang over de volle lengte van de woning, een woonkamer aan de voorzijde, een opkamer, een benedenkamer aan de achterzijde en een zolder. Rechts hiervan zit een ingang naar het onderhuis. Gietijzeren sierankers verlevendigen de achtergevel. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 513661.
St.Ludgerus
Ongeveer 900 meter naar het zuidoosten ligt het rijksmonument SintLudgerus. De Rooms-Katholieke KERK Sint Ludgerus is gebouwd in 1882-1883 naar ontwerp van A. Tepe (1840-1920) in een vormentaal die gebaseerd is op de Nederrijnse Gotiek. In de klokkentoren hangen twee klokken uit 1947 en één uit 1995. Deze vallen wegens te geringe monumentale waarde buiten de bescherming van rijkswege. Aan de westzijde van de toren bevindt zich het traptorentje. Hierboven zit de gemetselde afzaat van het koorvenster. Zowel het middenschip als de zijbeuken hebben gemetselde kruisribgewelven. In de oostelijke zijbeuk ligt naast de ingang de doopkapel. Het zeshoekige marmeren doopvont is van wit marmer en heeft een koperen deksel en een zwartmarmeren voet. M. IJdema (1901-1990), die de doop van Jezus en de uittocht uit Egypte verbeelden. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 513656.
Ophaalbrug
Op zo'n 1,9 kilometer naar het oosten staat het rijksmonument Ophaalbrug. De ophaalbrug over de Luts te Balk is in 1929 geconstrueerd. De brug is gelegen aan de rand van het oude deel van Balk en vormt een verbinding tussen enerzijds het kruispunt tussen de Gaaikemastraat, de Wilhelminastraat en de van Swinderenstraat en anderzijds het kruispunt tussen het Westein, de Erasmusstraat en de Raadhuisstraat. De brug dankt zijn naam aan het ertegenover gelegen Hotel Teernstra. Gietijzeren ophaalbrug van het Amsterdamse type, bestaande uit een geklonken, open vakwerkconstructie met vrijstaande hameien met kruisschoren en kwadranten voor de beweging van de brug. Balans en scharnieren zijn met plaatstaal bekleed. Geasfalteerd houten brugdek met ijzeren leuning. Het metselwerk van de landhoofden gaat over in dat van de kade. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 513660.
Kolderwolde
Over Kolderwolde werd vroeger het volgende verteld. Men dwong soms eene heks om iemand, dien zij betooverd had, te zegenen en daardoor te onttooveren. In den winter van 1676 ontving eene vrouw te Kolderwolde in den laten avond een bezoek van twee mannen van Oudega, die met een bootje waren gekomen en haar zeiden dat zij mee moest. Zij had eene vrouw te Oudega betooverd door vervloeking en moest haar onttooveren door haar te zegenen. De beschuldigde zwoer bij hoog en laag, dat zij van geen tooveren wist, maar dit hielp niet; zij werd in de boot gesleept, naar Oudega vervoerd en daar bij de betooverde vrouw in huis gebracht. Daar stond een groot turfvuur op den haard te branden en de vermeende tooveres kreeg het aan hare keus: de zieke, zegge de betooverde vrouw, te zegenen of op dat vuur te worden verbrand. Zij begreep dat zegenen het beste zou zijn. Men zeide haar de woorden voor, die zij had uit te spreken, en zij zei ze na: In den naam des Vaders, des Zoons en des Heiligen Geestes. Dit was echter nog niet voldoende. Zij ontving van een der mannen een slag in het aangezicht, die haar den neus deed bloeden. Dit bloed werd in een kopje opgevangen en aan de zieke vrouw ingegeven. Eerst nu was deze voor goed onttooverd. Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.
Galamadammen
In het aardrijkskundig woordenboek van rond 1840 staat over Galamadammen het volgende. ) en eene herberg, welke, om hare vermakelijke ligging, niet zelden tot het houden van vischpartijen, bijeenkomsten enzovoort, gekozen wordt; doch het lusthuis is weggebroken, en de herberg, vergroot en verbeterd, verplaatst op den Slaperdijk, nevens de sluis. Deze herberg levert een allerfraaist uitzigt op over de geheele grietenij, de steden Stavo- ren en Hindeloopen, de Morrha, de Kuilaart en andere grootc wate- ren, tusschen welke de Galama-dammcn-sluis de scheiding is. De levendigheid van dit overschoone panorama wordt vermeerderd door de veelvuldige doorvaart van schepen, die van en naar Stavoren komen. Ook worden aldaar de vergaderingen gehouden van het departement Hemclumer-Oldephaert-en-Noordwolde der Maatschappij: Tot ff ut ran 't Algemeen. Bron: Van der Aa, Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden, 1839-1851.
De Mokkebank
Ongeveer 2,9 kilometer naar het zuiden ligt De Mokkebank. De Amerikaanse windmotor is een markant herkenningspunt in het natuurgebied "De Mokkebank" dat aan de rand van het IJsselmeer ligt, tussen Mirns en Laaksum. De naar Amerikaans model gebouwde windmolen, waarschijnlijk van het type "Record", aan het begin van de twintigste eeuw ontworpen door de gebroeders Bakker te IJlst en is in Nederland vervaardigd. De molen werd na de afsluiting van de Zuiderzee gebouwd voor het bemalen van een in de voormalige Zuiderzee gelegen zomerpolder. Deze molen is de enige overgebleven molen die buitendijks land direct bemaalt op het IJsselmeer. In de funderingsbak is een stalen waaierpomp aangebracht, voorzien van een houten opleiderpijp met een houten terugslagklep. Aan de polderzijde is een stalen kroosrek aangebracht. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 513663.
Molkwerum
Bij Molkwerum gaat een oud verhaal. Het dorp Molkwerum werd voorheen wel eens « het Heksershol » genoemd omdat, naar men zeide, het aantal tooveressen daar groot was. Deze dames kwamen soms laat in den avond bijeen achter den zeedijk bij liet hooge zand, en staken dan in nielkmouden (fries: aden) over zee naar Spanje of' ergens anders heen, ter feestviering. Voeren ze op die manier soms over een meer, dan hadden zij wel eens een kloet nodig en hiervoor gebruikten zij dan een stopnaald. Men vertelt ook dat eene heks 's nachts koud als een steen in haar bed ligt, terwijl hare ziel op reis is. Ook heeft zij geen schaduw. Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.
Visserswoning
Op zo'n 2,1 kilometer naar het noorden staat het rijksmonument Visserswoning. Visserswoning, blijkens de in hout aangebrachte inscriptie boven de inpandige toegangsdeur, gebouwd in 1716. De detaillering is overwegend negentiende-eeuws. Het snijwerk van de deuromlijsting is verwant aan dat van het nabijgelegen 'Zuiderzeestadje' Hindeloopen. Het pandje is mooi gelegen aan de rand van het beschermde dorpsgezicht Molkwerum en grenst aan de landerijen. Oorspronkelijke plattgrond. G. en ANNO 1716. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 527248.
Schutsluis
Op zo'n 2,1 kilometer naar het westen staat het rijksmonument Schutsluis. De "oude zeesluis" te Stavoren schutsluis ligt aan de noordzijde van het stadje en aan de zuid-oostzijde van de haven. De zeesluis bestond al in de zestiende eeuw: in 1576 werd zij beheerd door de Zeedijkbesturen van Wymbritseradiel, Hemelumer Oldeferd en de stad Stavoren. De sluis is in 1894 hersteld, 2. Tot 1965 is de sluis gebruikt voor het schutten van onder andere vracht- en vissersschepen. Tegenwoordig wordt ze voornamelijk gebruikt voor de recreatievaart en in geval van nood. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 513626.
Gemeentehuis
Op zo'n 600 meter naar het westen staat het rijksmonument Gemeentehuis. Het gebouw ligt aan de IJsselmeerzijde van de Voorstraat tegenover de stenen brug over de Delf die de west- en oostzijde van de Voorstraat met zijn karakteristieke overtuinen van elkaar scheidt. Links grenst het gebouw aan woonbebouwing, rechts aan de kleine Baptistenkerk, aan de achterzijde aan de zeedijk. Het nieuwe gemeentehuis c. A. Werd in 1889 in eclectische trant gebouwd door de aannemers Kampman en Smit ter plaatse van het oude gemeentehuis. Het linkergedeelte van het gebouw was in gebruik als woonhuis van de burgemeester; het rechtergedeelte deed dienst als gemeentehuis (met onder andere raadzaal, burgemeesterkamer, secretarie en aangebouwde bomvrije archiefruimte). Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 527699.
In de buurt van deze route
Plaatsen langs deze route
Balk · Johan Frisokanaal · Laaksum · Luts · Nijemirdum · Oudemirdum · Rijs · Rijsterbos · Sloten · Slotermeer — zie alle plaatsen en de routes die er langskomen.
Overnachten
Partnertip — Boek je via deze link, dan krijgt Luisterroute een kleine vergoeding. Jij betaalt niet meer.
Activiteiten in de buurt
Hier kunnen uitjes en rondleidingen in de buurt staan, van onze partner GetYourGuide. Daarvoor laden we een venster van hun website, en dat plaatst cookies. Zonder toestemming laten we het weg.
partnerlinks — wij ontvangen mogelijk commissie