B2 Luts & Sloten
66,3 km · 5-7 uur · varen · rondje vanuit Stavoren · via Balk · Sloten · IJsselmeer
Door de smalle Luts vaart naar de kleinste Friese stad
Onderweg varen je langs 8 stops, samen goed voor 10 verhalen. Je telefoon leest ze voor zodra je bij een van die 8 bent; aantikken hoeft niet. Wie de B2 Luts & Sloten liever eerst doorleest, kan dat hier.
De route is 66,3 kilometer, ongeveer 5-7 uur — gerekend op varen, via Balk · Sloten · IJsselmeer.
Onderweg kom je langs IJsselmeer — terugweg, Sloten — door de waterpoort, Richting Sloten, Balk — vier bruggen, De Luts — midden, De Morra — kruispunt, Johan Frisokanaal en Stavoren — Start B2.
Van IJsselmeer — terugweg tot Stavoren — Start B2, en net zo goed andersom: de gids kijkt naar waar je op deze 66,3 kilometer bent en niet naar welke kant je op gaat. Raak je van de lijn af, dan wijst hij naar de eerstvolgende van de 8 stops — nooit terug.
De dorpen op deze route, op volgorde
- Sloten — 2 stops met 2 verhaalen van de 6 die de gids over Sloten kent op de B2 Luts & Sloten.
- Balk — 1 stop met 1 verhaal van de 6 die de gids over Balk kent op de B2 Luts & Sloten.
- Galamadammen — 1 stop met 1 verhaal van de 4 die de gids over Galamadammen kent op de B2 Luts & Sloten.
- Warns — 1 stop met 1 verhaal op de B2 Luts & Sloten.
- Stavoren — 1 stop met 3 verhaalen van de 32 die de gids over Stavoren kent op de B2 Luts & Sloten.
De verhalen buiten de dorpen
IJsselmeer — terugweg
U vaart over het open IJsselmeer. Meest open stuk van de B2 route. Houd rekening met wind en golven. Noord-Holland zichtbaar op heldere dag. Bijna thuis.
De oversteek naar huis
U vaart over het open IJsselmeer richting Stavoren. Dit is het breedste en meest exposed gedeelte van de route. Houd rekening met wind en golfslag. Het IJsselmeer was vroeger de Zuiderzee — een open zeearm. Na de Afsluitdijk in 1932 werd het een meer. Op heldere dagen ziet u Noord-Holland aan de overkant.
De Luts — midden
U vaart door De Luts. In 1997 schaatsten hier 16.000 Elfstedentochters. De laatste finisher was pas om 3 uur 's nachts klaar. Een van de mooiste stukken van de route.
De vaart van de elfstedenschaatser
U vaart door het midden van De Luts. Tijdens de Elfstedentocht van 1997 — de laatste tot nu toe — schaatsten hier meer dan 16.000 deelnemers doorheen. De allerlaatste finisher was pas om drie uur 's nachts klaar. De Luts is qua smalheid en sfeer een van de hoogtepunten van de B2 route.
Johan Frisokanaal
U vaart over het Johan Frisokanaal. Verderop bij Galamadammen vaart u over de N359 via het aquaduct uit 2007.
Het kanaal dat nooit bocht maakt
U vaart over het Johan Frisokanaal, gegraven in 1951. Dit is een van de weinige kanalen in Friesland die kaarsrecht loopt. Het kanaal verbindt het IJsselmeer met het Friese merengebied. Bij de Galamadammen verderop vaart u zelfs over de N359 dankzij het aquaduct uit 2007.
Wat de gids onderweg nog meer vertelt
Op de stille stukken zoekt de gids zelf een verhaal in de buurt. Deze staan er nu voor deze route klaar.
Warns
Bij Warns gaat een oud verhaal. Een schoenmakersknecht te Warns werd betooverd door eene vrouw van Molkwerum, terwijl hij bezig was haren voet te meten voor een paar nieuwe schoenen. Zij maakte van deze gelegenheid gebruik om zijn hoofd, dat toevallig ongedekt was, te beademen. Spoedig hierop werd de man ongesteld, maar niet dan na veel dokteren en meesteren begreep men, dat hij betooverd was, De beschuldigde vrouw werd nu met vriendelijke praatjes bij hem in huis gelokt, terwijl daar eenige ruwe mannen bijeen waren gekomen. Na de deuren en vensters gesloten te hebben, dwongen die mannen haar den betooverde te zegenen met de woorden: In den naam des Vaders, des Zoons en des Heiligen Geestes. Tevens werd zij tot bloedens toe mishandeld, ten einde den lijder iets van haar bloed toe te dienen. Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.
Molkwerum
Bij Molkwerum gaat een oud verhaal. Het dorp Molkwerum werd voorheen wel eens « het Heksershol » genoemd omdat, naar men zeide, het aantal tooveressen daar groot was. Deze dames kwamen soms laat in den avond bijeen achter den zeedijk bij liet hooge zand, en staken dan in nielkmouden (fries: aden) over zee naar Spanje of' ergens anders heen, ter feestviering. Voeren ze op die manier soms over een meer, dan hadden zij wel eens een kloet nodig en hiervoor gebruikten zij dan een stopnaald. Men vertelt ook dat eene heks 's nachts koud als een steen in haar bed ligt, terwijl hare ziel op reis is. Ook heeft zij geen schaduw. Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.
Visserswoning
Op zo'n 1,9 kilometer naar het noorden staat het rijksmonument Visserswoning. Visserswoning, blijkens de in hout aangebrachte inscriptie boven de inpandige toegangsdeur, gebouwd in 1716. De detaillering is overwegend negentiende-eeuws. Het snijwerk van de deuromlijsting is verwant aan dat van het nabijgelegen 'Zuiderzeestadje' Hindeloopen. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 527248.
Sudermarpolder
Op zo'n 1,4 kilometer naar het zuidwesten staat de plek Sudermarpolder. Het gebied is een voormalige droogmakerij op kleigrond en is voor het grootste deel in bezit van It Fryske Gea. Bij de plekken waar nog zout kwelwater omhoog komt groeien zoutminnende graslandplanten. In de sloten groeien zwanenbloem en de zannichellia. Bron: Wikipedia.
Amerikaanse
Op zo'n 2,5 kilometer naar het noordoosten staat het rijksmonument Amerikaanse. Naar Amerikaans model ontstane windmolen van het type "Hercules Metallicus", uit Duitsland geimporteerd door de Rotterdamse handelmaatschappij R S Stokvis & Zonen en begin twintigste eeuw voor het voormalige waterschap "Ymedaem" (thans "Tusken Mar en Klif) geplaatst aan het op de Morra uitwaterende Jan Broerskanaal. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 386776.
Galamadammen
In het aardrijkskundig woordenboek van rond 1840 staat over Galamadammen het volgende. ) en eene herberg, welke, om hare vermakelijke ligging, niet zelden tot het houden van vischpartijen, bijeenkomsten enzovoort, gekozen wordt; doch het lusthuis is weggebroken, en de herberg, vergroot en verbeterd, verplaatst op den Slaperdijk, nevens de sluis. Bron: Van der Aa, Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden, 1839-1851.
Bakhuzen
Over Bakhuzen werd vroeger het volgende verteld. De forivielen lape, de rynske tape en de hege steat meitse Frysldn bleat. Pronkzucht, zwelgerij en hoogmoed maken Friesland arm (zeide men reeds voor eeuwen, evenals thans nog). De héle feeljekant om. Den geheelen Veluwkant om. — Reis over land uit Friesland naar Amsterdam. Overdr.: een omreis, niet langs den kortsten weg. Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.
Koudum
Bij Koudum gaat een oud verhaal. Op eene zeer eigenaardige wijze is het dorp Koudum aan zijn naam gekomen. De heeren, die het dorp hadden gesticht, waren op een winteravond samen gekomen om te overleggen hoe ze hun kind zouden doopen. Zij werden 't hieromtrent niet spoedig eens. Zij zaten in een kring om den haard, waarop een tamelijk groot turfvuur brandde, want het was koud dien avond. Toch werd de gloed van het vuur hen op den duur te sterk, vooral voor de schenen. Daarom riepen ze: «Koud om! Koud om!» — De knecht, die hen bediende, wist wat dit beteekende: hij moest het gloeiende haardvuur omhullen met een laag koude turven. Dit hielp wel voor een oogenblik, maar de koude turven veranderden spoedig in gloeiende kolen. Dan was 't weêr: «Koud om! Koud om!» Toen men dit twee-, driemaal had herhaald, merkte een der heeren op, dat de grote hond, die mede bij den haard zat, achteruit schikte wanneer 't hem te heet werd. Mijnheer beproefde dit ook, zijne metgezellen volgden en spoedig erkenden allen, dat dit middel beter was dan telkens het vuur te vergrooten. En terwijl zij zich nu vroolijk maakten over hun eigen stompzinnigheid, kwamen zij overeen, dat hun dorp maar Koud-om zoude heeten. — Anderen zeggen Kou-dom — Koedom, dom als eene koe. De naam is later veranderd in Koudum. De Trynwouden. Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.
De Vlijt
Ongeveer 2,1 kilometer naar het noorden ligt De Vlijt. De molen De Vlijt staat aan de Molenbuurt in Koudum (gemeente Súdwest-Fryslân). De molen werd oorspronkelijk in de achttiende eeuw gebouwd als poldermolen te Oppenhuizen. In 1986 werd de molen verplaatst naar zijn huidige locatie en verbouwd tot een korenstellingmolen, type spinnenkop. Bron: Wikipedia.
Kolderwolde
Over Kolderwolde werd vroeger het volgende verteld. Men dwong soms eene heks om iemand, dien zij betooverd had, te zegenen en daardoor te onttooveren. In den winter van 1676 ontving eene vrouw te Kolderwolde in den laten avond een bezoek van twee mannen van Oudega, die met een bootje waren gekomen en haar zeiden dat zij mee moest. Zij had eene vrouw te Oudega betooverd door vervloeking en moest haar onttooveren door haar te zegenen. De beschuldigde zwoer bij hoog en laag, dat zij van geen tooveren wist, maar dit hielp niet; zij werd in de boot gesleept, naar Oudega vervoerd en daar bij de betooverde vrouw in huis gebracht. Daar stond een groot turfvuur op den haard te branden en de vermeende tooveres kreeg het aan hare keus: de zieke, zegge de betooverde vrouw, te zegenen of op dat vuur te worden verbrand. Zij begreep dat zegenen het beste zou zijn. Men zeide haar de woorden voor, die zij had uit te spreken, en zij zei ze na: In den naam des Vaders, des Zoons en des Heiligen Geestes. Dit was echter nog niet voldoende. Zij ontving van een der mannen een slag in het aangezicht, die haar den neus deed bloeden. Dit bloed werd in een kopje opgevangen en aan de zieke vrouw ingegeven. Eerst nu was deze voor goed onttooverd. Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.
Rysterbosk
Ongeveer 2,8 kilometer naar het zuiden ligt het natuurgebied Rysterbosk. Het Rijsterbos (Fries: Rysterbosk) is een bos bij Rijs in Gaasterland, in het zuidwesten van de Nederlandse provincie Friesland. Het door It Fryske Gea beheerde loofbos is 172 hectare groot en ligt tussen het IJsselmeer en het dorp Rijs. Bron: Wikipedia.
Kippenburg
Bij Kippenburg gaat een oud verhaal. Aan den weg van Kippenburg naar Balk staat een zware eikeboom in wiens bast kort na den moord met grote letters — nog altijd duidelijk leesbaar — de woorden Moord niet zijn gesneden. Bij dezen boom werd het lijk der vermoorde gevonden. De stam was met bloed bespat en de bloedvlekken waren onuitwischbaar. Toen voor eenige jaren het gemeentebestuur daar een aantal boomen liet vellen, omdat zij te na aan den weg stonden, werd genoemde eik gespaard. Een veelvraat, die alles op kan, heeft in troch-itene tnage, zegt men. Er worden geen vraten geboren, maar wel gemaakt. Zijne moeder heeft hem van kind af aan altijd de maag zo vol mogelijk gepropt. Hij heeft deze gewoonte steeds aangehouden; hierdoor is eindelijk de maag doorgezakt en er is een bijmaag ontstaan. Nu heeft de man een doorgegeten maag, die ontzaglijk veel bergen kan. — «Mijn vader heeft zulk een maag gezien op de snijkamer », vertelde mij iemand onlangs. Het is zeer af te raden uit eene sloot te drinken, omdat men, dit doende, kiemen of eitjes van waterdiertjes kan inslikken. Het is wel eens voorgekomen, dat een mens op die manier een levend vischje of een levenden kikvors in de maag had gekregen. Zo iemand is nooit te verzadigen met drinken en moet het ten slotte besterven. De wormen die mensen, vooral kinderen, soms in de maag kunnen hebben, liggen 's morgens, zoolang iemand nog niets gebruikt heeft, met den bek open. Dan is het zaak deze ongewenschte gasten iets toe te dienen dat hun slecht moet bekomen, anders gezegd een middel in te nemen om ze te verdrijven. Begint iemand, dit niet gedaan hebbende, te eten, ('an voedt hij de wormen en zij blijven in goeden welstand. — Bekend is het, dat sommigen als «wormverschrikker» 's morgens in 't nuchter een borrel nemen. Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.
Hoofdgebouw van het
Op zo'n 2,6 kilometer naar het zuidoosten staat het rijksmonument Hoofdgebouw van het. Onderdeel 1: (Numanwei 7, Oudemirdum) Hoofdgebouw VAN HET complex riniastate landhuis riniastate. Witgepleisterd hoofdgebouw in neo-classicistische stijl, in 1843 ontworpen door de Leeuwarder architect Thomas Romein en in hetzelfde jaar gebouwd voor de eigenaresse, de weduwe Drieling. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 526279.
Historische tuin
Op zo'n 2,8 kilometer naar het zuiden staat het rijksmonument Historische tuin. Onderdeel 2: (Numanwei 7, Oudemirdum) Historische TUIN- EN Parkaanleg VAN riniastate. Omstreeks 1843 tot stand gekomen historische parkaanleg (zichtbaar op Topografische en Militaire kaart uit 1855), in relatie met het toendertijd gebouwde hoofdgebouw landhuis Riniastate geconcipieerd. Ook dit motief komt meer in Roodbaards parken voor (Fogelsanghstate). Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 526280.
Woonhuis
Ongeveer 3,0 kilometer naar het noordoosten ligt het rijksmonument Woonhuis. Het woonhuis gelegen aan de Luts te Balk is gebouwd omstreeks 1870 -'80 in Eclectische stijl. De voorgevel ligt op het zuiden, in de straatwand van de Van Swinderenstraat. Het pand heeft een mooie en zorgvuldige detaillering die weinig veranderingen heeft ondergaan. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 513661.
Balk
Over Balk werd vroeger het volgende verteld. Hebben onderwetse vechtersbazen soms den overmoed gehad, om in eene herberg vol mensclien hun zakmes aan den balk te steken, om met den eersten den besten die het afnam te graan vechten, — zo hing een knappe schaatsenrijder wel eens zijne schaatsen op. Wie deze afnam moest tegen hem hardrijden. — Er bestaat onder het volk eene vertelling, die men eiken winter, als er mooi ijs is, kan hooren, zij het soms iets gewijzigd. In een ijsherberg, waar eenige schaatsenrijders waren bijeengekomen, zat een kereltje bij den haard een hoog woord te voeren, terwijl hij zijne schaatsen aan den balk had gehangen. Niemand kende hem en men achtte 't dus raadzaam die schaatsen maar onaangeroerd te laten. Maar er verscheen iemand die bekend stond als een zeer beste rijder. Hij keek eerst naar de schaatsen en toen naar het ventje. Zonder lang beraad nam hij de schaatsen en reikte ze den kleinen man toe, terwijl hij zei: «Nu moetje tegen me hardrijden.» — «Wel zeker!» was 't antwoord, «maar laat de kastelein wat bier brengen, dan kunnen we eerst eens drinken en wat praten. Wie ten slotte den strijd verliest moet het gelag betalen. » — Hier had de ander niets tegen; maar terwijl zij zich het bier goed lieten smaken, begonnen de twee reismakkers van het mannetje den ander te vertellen welk een held die kleine was; hij had nog nooit tegen iemand een rit verloren. Kortom, zij praatten zo lang dat de tegenpartij het opgaf en zeide: «Nu, maar ik heb er geen plezier in mij hier beschaamd te laten maken door zo iemand. Dan wil ik maar liever het gelag betalen en het hardrijden zullen we maallaten.» — «Ook al goed!» — Toen nu de drie vreemdelingen gingen vertrekken volgden allen hen naar buiten; men moest den kleinen baas zien rijden. Maar hij nam plaats in eene slede die daar op het ijs stond en zei, haastig vertrekkende: «Ja, vrienden, dat ik nooit tegen iemand een rit heb verloren is de volle waarheid, want schaatsenrijden kan ik niet.» Aanteekeningen omtrent strenge winters, die men voor en na hier beleefde, komen bij de friesehe kroniekschrijvers meermalen voor. In 1076 begon de winter den 11 November en was voor den hollandsen graaf Dirk V het middel om met zijne legers over het toegevrozen meer Flevo in Friesland te vallen. Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.
Winkel-woonhuis
Op zo'n 1,4 kilometer naar het noordoosten staat het rijksmonument Winkel-woonhuis. Deze aanbouw valt wegens te geringe ouderdom buiten de bescherming van rijkswege. Het metselwerk van de zijgevels is uitgevoerd in gele steen. De winkelpui aan de Raadhuisstraat heeft een portiek met aan weerszijden een etalage met etalage-bakken. De etalagevensters hebben een lage borstwering met een keramische lekdorpel. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 513662.
St.Ludgerus
Ongeveer 500 meter naar het noordoosten ligt het rijksmonument SintLudgerus. De Rooms-Katholieke KERK Sint Ludgerus is gebouwd in 1882-1883 naar ontwerp van A. Tepe (1840-1920) in een vormentaal die gebaseerd is op de Nederrijnse Gotiek. In de klokkentoren hangen twee klokken uit 1947 en één uit 1995. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 513656.
Vaste Burchtkerk
Ongeveer 2,6 kilometer naar het zuidoosten ligt de Vaste Burchtkerk. De markante ligging van de kerk binnen de dorpsstructuur, op een snijpunt van wegen in het centrum van het plaatsje Wijckel, waarbij de verhoogde ligging in bijzondere mate bijdraagt aan de historische belevingswaarde van kerk en bijbehorend kerkhof. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 15938.
Sleattemer Mar
Ongeveer 2,2 kilometer naar het noordoosten ligt het water Sleattemer Mar. Vanaf het Slotermeer loopt het Slotergat naar Sloten, de Ee naar Woudsend en de Luts naar Balk. Het meer is buiten de vaargeulen soms maar 1,20 meter diep. Aan de oostkant naast de vaargeul is de waterdiepte ongeveer 1 meter. Bron: Wikipedia.
Sloten
Bij Sloten gaat een oud verhaal. Tijdens dit bestand bevond hij zich eens met den geldersen rentmeester Arkelens te Sloten, terwijl daar eene vrouw uit Holland met een schip, geladen met rogge, door de stad voer, welke lading zij te Sneek wenschte te verkoopen. Arkelens wilde haar dwingen de rogge te Sloten te lossen, haar belovende dat zij er goed voor betaald zoude worden. Pier, twijfelende aan de welgemeendheid dezer belofte, begon Arkelens scherp te berispen, en herinnerde hem aan het bestand, volgens hetwelk men de vrouw, al was zij eene Hollandse, geen leed mocht doen. De rentmeester liet nu, uit ontzag voor den barren man, de vrouw ongemoeid. Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.
Tjerkgaast
Ongeveer 2,4 kilometer naar het noordoosten ligt het dorp Tjerkgaast. De Kerk van Tjerkgaast was oorspronkelijk aan Sint-Augustinus gewijd en stamt uit 1703. De kerk vervangt een oudere kerk die in ieder geval van voor de reformatie stamt. Rond de kerk ontstond enige bebouwing in de negentiende en twintigste eeuw. Bron: Wikipedia.
Ir. D.F. Wouda-gemaal
Op zo'n 2,2 kilometer naar het zuiden staat het museum ingenieur D F Wouda-gemaal. Ingenieur D F Woudagemaal te Tacozijl. Zeer groot stoomgemaal, naar plannen van ingenieur D F Wouda uit 1913 gebouwd in 1917-1918. Machinepark ontworpen door Prof. Ingenieur Dijkshoorn in samenwerking met de fabrikant. Het gemaal bestaat uit een terrein- en wateraanleg. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 25772.
Lemmer
Over Lemmer werd vroeger het volgende verteld. Den 4 Februari 1828 ging men over de Lemmer naar Enkbuizen. — In 1838, toen het vriezen ook na nieuwjaar begon, was het kermis op zee bij Harlingen. Ook was er toen dagen aaneen drukke overgang over het ijs op de Wadden tussen Holwerd en Ameland, soms van 20 tot 50 sleden met paarden, ook met paard en sjees en zelfs hooiwagens, bespannen met twee paarden en beladen niet tien of twaalf personen; en in Januari 1891 heeft men dezen overtocht, zowel met paard en slede als te voet, weder kunnen maken. Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.
Hervormde Kerk
Op zo'n 2,5 kilometer naar het zuidoosten staat de Hervormde Kerk. De Tsjerke oan it Dok werd in 1716 gebouwd als vervanger van een kerk, die in de zestiende eeuw was gebouwd. De bouw vond plaats onder leiding van Auke Bouwes Disma, meester timmerman uit Sneek. Aanvankelijk bestond de kerk uit een beuk met een driezijdige sluiting. Bron: Wikipedia.
Vishang
Ongeveer 2,6 kilometer naar het oosten ligt het rijksmonument Vishang. Inleiding negentiende eeuwse vishang (rokerij),indertijd eigendom van de familie De Rook. De hang, bestemd voor het roken van in dit geval bokking, is een voorbeeld van het hoge type dat veelal voor 1870 in gebruik was en dat een droog en stevig product opleverde(burgerhard). Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 514991.
IJsselmeer
Je bent nu in het natuurgebied IJsselmeer. Het IJsselmeer is een groot, tamelijk ondiep zoetwatermeer, dat grotendeels is begrensd door dijken en dammen. Het meer heeft een belangrijke functie voor de recreatie en er vindt intensieve visserij plaats. Wat betreft de ecologische betekenis is de openheid en grootschaligheid van het gebied van groot belang. Bron: Natura 2000, Rijksoverheid (natura2000.nl).
Zwaantje
Ongeveer 2,8 kilometer naar het noordwesten ligt de windmolen Zwaantje. Het Zwaantje is een grondzeiler, die enkele honderden meters ten zuiden van het dorp staat. Het is de enige overgebleven poldermolen van de gemeente Gaasterland-Sloten. Het Zwaantje werd in 1893 - en mogelijk al in 1878 - gebouwd voor de bemaling van de Huitebuursterpolder. Bron: Wikipedia.
't Zwaantje
Op zo'n 2,6 kilometer naar het noorden staat 't Zwaantje. Landschappelijk belangrijk tussen Nijemirdum en de IJsselmeerdijk in de Huitebuursterpolder gelegen monnikmolen (grondzeiler), geheten 't Zwaantje. In aanleg van circa 1790 daterende, doch na brand in 1893 herbouwde poldermolen, die tot 1946 de Huitbuursterpolder op windkracht bemaalde. In de jaren '70 kwam de molen stil te liggen. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 358041.
Havenlichten
Op zo'n 2,9 kilometer naar het noordoosten staat het rijksmonument Havenlichten. De twee havenlichten ('lage lichten') staan op de westelijke uiteinden van de zuidelijke en noordelijke dammen van de haven van Stavoren. Getuige het opschrift op het basement van de lamp, aan de binnenkant van de havenlichten, zijn ze door de Engelse firma Brothers en Co. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 513616.
Schutsluis
Op zo'n 2,3 kilometer naar het noordoosten staat het rijksmonument Schutsluis. De "oude zeesluis" te Stavoren schutsluis ligt aan de noordzijde van het stadje en aan de zuid-oostzijde van de haven. De zeesluis bestond al in de zestiende eeuw: in 1576 werd zij beheerd door de Zeedijkbesturen van Wymbritseradiel, Hemelumer Oldeferd en de stad Stavoren. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 513626.
Lichtopstand
Op zo'n 1,7 kilometer naar het noorden staat het rijksmonument Lichtopstand. De lichtopstand is in 1884 door de Engelse firma Brothers and Co. House Engineer Constructors uit Birmingham vervaardigd, evenals als de havenlichten aan de westelijke uiteinden van de havendammen. De 'hoogte boven middenstand' van het water is 15. 3 meter, het karakter Iso W4s. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 513618.
Peilschaalhuis
Op zo'n 1,1 kilometer naar het noorden staat het rijksmonument Peilschaalhuis. Het is in 1880 gebouwd in een Ambachtelijk-traditionele stijl die is verlevendigd door decoratief metselwerk. Het peilschaalhuis is nu in gebruik als kantoor van de havenmeester: het meet-mechanisme (ondergronds) is nog aanwezig en functioneert nog steeds. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 513617.
In de buurt van deze route
Plaatsen langs deze route
Balk · Galamadammen · IJsselmeer · Johan Frisokanaal · Johan Frisosluis · Luts · Sloten · Slotermeer · Stavoren · Warns — zie alle plaatsen en de routes die er langskomen.
Overnachten
Partnertip — Boek je via deze link, dan krijgt Luisterroute een kleine vergoeding. Jij betaalt niet meer.
Activiteiten in de buurt
Hier kunnen uitjes en rondleidingen in de buurt staan, van onze partner GetYourGuide. Daarvoor laden we een venster van hun website, en dat plaatst cookies. Zonder toestemming laten we het weg.
partnerlinks — wij ontvangen mogelijk commissie