B4 Friese Meren
88,1 km · 6-8 uur · varen · rondje vanuit Stavoren · via Heeg · Sloten · Sneek · Workum
De grote rondvaart door alle Friese meren
Wat je op de B4 Friese Meren te horen krijgt: 13 verhalen, verdeeld over 11 stops. De gids begint er zelf aan zodra je dicht genoeg bij een van die 11 bent.
De route is 88,1 kilometer, ongeveer 6-8 uur — gerekend op varen, via Heeg · Sloten · Sneek · Workum.
Onderweg kom je langs Stavoren — Johan Frisosluis, De Morra — rietoevers, De Fluessen — open meer, Sloten — vestingstad, Balk — Luts vaart, IJlst — kleinste Elfstedenstad, Sneek — door de Waterpoort, Terherne — Kameleondorp, Langweer — mooiste dorpsstraat, Workum — Jopie Huisman en Stavoren — Finish B4.
Heen of terug maakt op de B4 Friese Meren niet uit — varen in de richting die je uitkomt. De gids leest je positie en pakt het verhaal dat bij die plek hoort; verlaat je de 88,1 kilometer, dan krijg je de weg terug naar de dichtstbijzijnde stop vooruit.
De dorpen op deze route, op volgorde
- Stavoren — 2 stops met 4 verhaalen van de 32 die de gids over Stavoren kent op de B4 Friese Meren.
- Galamadammen — 1 stop met 1 verhaal van de 4 die de gids over Galamadammen kent op de B4 Friese Meren.
- Sloten — 1 stop met 1 verhaal van de 6 die de gids over Sloten kent op de B4 Friese Meren.
- Balk — 1 stop met 1 verhaal van de 6 die de gids over Balk kent op de B4 Friese Meren.
- Woudsend — 1 stop met 1 verhaal op de B4 Friese Meren.
- Sneek — 1 stop met 1 verhaal van de 3 die de gids over Sneek kent op de B4 Friese Meren.
- Workum — 1 stop met 1 verhaal van de 17 die de gids over Workum kent op de B4 Friese Meren.
De verhalen buiten de dorpen
De Morra — rietoevers
Aalscholvers op palen, ijsvogel langs het riet. Houd de vaargeul aan.
Het moeras dat alles verbindt
U vaart door De Morra, Fries voor moeras. Dit open watergebied met uitgestrekte rietoevers verbindt het Johan Frisokanaal met de Friese meren. Aalscholvers drogen hier met gespreide vleugels op palen. De ijsvogel jaagt langs het riet. De oranje Marrekrite-boeien bieden gratis aanlegplaatsen — Marrekrite beheert meer dan 3000 vrije ligplaatsen verspreid over heel Friesland.
IJlst — kleinste Elfstedenstad
U vaart door IJlst, kleinste Elfstedenstad. Vaar langzaam. Houthandel Noardewyn staat hier al meer dan 200 jaar. IJlst is het 8e stempelstation van de Elfstedentocht.
De schaatsstad die klein bleef
U vaart door IJlst, de kleinste van de elf Elfstedensteden. De stad heeft een prachtige historische kern. Hier staat Houthandel Noardewyn, meer dan twee eeuwen oud. IJlst is het achtste stempelstation van de Elfstedentocht. Vaar langzaam door de binnenstad. In het Fries Scheepvaartmuseum in Sneek zijn de schaatsen en prijzen van alle Elfstedentochten te zien.
Terherne — Kameleondorp
Volledig omringd door water. De jeugdboeken van De Kameleon spelen hier. 525 inwoners maar wereldberoemd bij lezers.
Het eiland van de Kameleon
U vaart langs Terherne, het Kameleondorp. Dit dorp is volledig omringd door water. Terherne is de thuisbasis van de jeugdboekenreeks De Kameleon van Hotze de Roos. Kinderen die de boeken kennen herkennen hier alle plekken. Het dorp heeft slechts 525 inwoners maar internationale bekendheid. Aan één kant de Terhernster Poelen, aan de andere kant het Sneekermeer.
Langweer — mooiste dorpsstraat
De Buorren met eeuwenoude lindebomen is de mooiste dorpsstraat van Friesland. Centraal in het merengebied. Perfect voor een tussenstop aan het terras.
De mooiste dorpsstraat van Friesland
U vaart langs Langweer. De Buorren — de hoofdstraat met eeuwenoude lindebomen en historische panden — wordt wel de mooiste dorpsstraat van Friesland genoemd. Langweer ligt centraal in het Friese merengebied en is een perfecte tussenstop. Aanleggen en een terrasje pakken is een aanrader. Langweer heeft een VVV kantoor van Waterland van Friesland.
Wat de gids onderweg nog meer vertelt
Op de stille stukken zoekt de gids zelf een verhaal in de buurt. Deze staan er nu voor deze route klaar.
Warns
Bij Warns gaat een oud verhaal. Een schoenmakersknecht te Warns werd betooverd door eene vrouw van Molkwerum, terwijl hij bezig was haren voet te meten voor een paar nieuwe schoenen. Zij maakte van deze gelegenheid gebruik om zijn hoofd, dat toevallig ongedekt was, te beademen. Spoedig hierop werd de man ongesteld, maar niet dan na veel dokteren en meesteren begreep men, dat hij betooverd was, De beschuldigde vrouw werd nu met vriendelijke praatjes bij hem in huis gelokt, terwijl daar eenige ruwe mannen bijeen waren gekomen. Na de deuren en vensters gesloten te hebben, dwongen die mannen haar den betooverde te zegenen met de woorden: In den naam des Vaders, des Zoons en des Heiligen Geestes. Tevens werd zij tot bloedens toe mishandeld, ten einde den lijder iets van haar bloed toe te dienen. Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.
Molkwerum
Bij Molkwerum gaat een oud verhaal. Het dorp Molkwerum werd voorheen wel eens « het Heksershol » genoemd omdat, naar men zeide, het aantal tooveressen daar groot was. Deze dames kwamen soms laat in den avond bijeen achter den zeedijk bij liet hooge zand, en staken dan in nielkmouden (fries: aden) over zee naar Spanje of' ergens anders heen, ter feestviering. Voeren ze op die manier soms over een meer, dan hadden zij wel eens een kloet nodig en hiervoor gebruikten zij dan een stopnaald. Men vertelt ook dat eene heks 's nachts koud als een steen in haar bed ligt, terwijl hare ziel op reis is. Ook heeft zij geen schaduw. Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.
Visserswoning
Op zo'n 1,9 kilometer naar het noorden staat het rijksmonument Visserswoning. Visserswoning, blijkens de in hout aangebrachte inscriptie boven de inpandige toegangsdeur, gebouwd in 1716. De detaillering is overwegend negentiende-eeuws. Het snijwerk van de deuromlijsting is verwant aan dat van het nabijgelegen 'Zuiderzeestadje' Hindeloopen. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 527248.
Sudermarpolder
Op zo'n 1,4 kilometer naar het zuidwesten staat de plek Sudermarpolder. Het gebied is een voormalige droogmakerij op kleigrond en is voor het grootste deel in bezit van It Fryske Gea. Bij de plekken waar nog zout kwelwater omhoog komt groeien zoutminnende graslandplanten. In de sloten groeien zwanenbloem en de zannichellia. Bron: Wikipedia.
Amerikaanse
Op zo'n 2,5 kilometer naar het noordoosten staat het rijksmonument Amerikaanse. Naar Amerikaans model ontstane windmolen van het type "Hercules Metallicus", uit Duitsland geimporteerd door de Rotterdamse handelmaatschappij R S Stokvis & Zonen en begin twintigste eeuw voor het voormalige waterschap "Ymedaem" (thans "Tusken Mar en Klif) geplaatst aan het op de Morra uitwaterende Jan Broerskanaal. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 386776.
Koudum
Bij Koudum gaat een oud verhaal. Op eene zeer eigenaardige wijze is het dorp Koudum aan zijn naam gekomen. De heeren, die het dorp hadden gesticht, waren op een winteravond samen gekomen om te overleggen hoe ze hun kind zouden doopen. Zij werden 't hieromtrent niet spoedig eens. Zij zaten in een kring om den haard, waarop een tamelijk groot turfvuur brandde, want het was koud dien avond. Toch werd de gloed van het vuur hen op den duur te sterk, vooral voor de schenen. Daarom riepen ze: «Koud om! Koud om!» — De knecht, die hen bediende, wist wat dit beteekende: hij moest het gloeiende haardvuur omhullen met een laag koude turven. Dit hielp wel voor een oogenblik, maar de koude turven veranderden spoedig in gloeiende kolen. Dan was 't weêr: «Koud om! Koud om!» Toen men dit twee-, driemaal had herhaald, merkte een der heeren op, dat de grote hond, die mede bij den haard zat, achteruit schikte wanneer 't hem te heet werd. Mijnheer beproefde dit ook, zijne metgezellen volgden en spoedig erkenden allen, dat dit middel beter was dan telkens het vuur te vergrooten. En terwijl zij zich nu vroolijk maakten over hun eigen stompzinnigheid, kwamen zij overeen, dat hun dorp maar Koud-om zoude heeten. — Anderen zeggen Kou-dom — Koedom, dom als eene koe. De naam is later veranderd in Koudum. De Trynwouden. Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.
Bakhuzen
Over Bakhuzen werd vroeger het volgende verteld. De forivielen lape, de rynske tape en de hege steat meitse Frysldn bleat. Pronkzucht, zwelgerij en hoogmoed maken Friesland arm (zeide men reeds voor eeuwen, evenals thans nog). De héle feeljekant om. Den geheelen Veluwkant om. — Reis over land uit Friesland naar Amsterdam. Overdr.: een omreis, niet langs den kortsten weg. Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.
Galamadammen
In het aardrijkskundig woordenboek van rond 1840 staat over Galamadammen het volgende. ) en eene herberg, welke, om hare vermakelijke ligging, niet zelden tot het houden van vischpartijen, bijeenkomsten enzovoort, gekozen wordt; doch het lusthuis is weggebroken, en de herberg, vergroot en verbeterd, verplaatst op den Slaperdijk, nevens de sluis. Bron: Van der Aa, Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden, 1839-1851.
Kolderwolde
Over Kolderwolde werd vroeger het volgende verteld. Men dwong soms eene heks om iemand, dien zij betooverd had, te zegenen en daardoor te onttooveren. In den winter van 1676 ontving eene vrouw te Kolderwolde in den laten avond een bezoek van twee mannen van Oudega, die met een bootje waren gekomen en haar zeiden dat zij mee moest. Zij had eene vrouw te Oudega betooverd door vervloeking en moest haar onttooveren door haar te zegenen. De beschuldigde zwoer bij hoog en laag, dat zij van geen tooveren wist, maar dit hielp niet; zij werd in de boot gesleept, naar Oudega vervoerd en daar bij de betooverde vrouw in huis gebracht. Daar stond een groot turfvuur op den haard te branden en de vermeende tooveres kreeg het aan hare keus: de zieke, zegge de betooverde vrouw, te zegenen of op dat vuur te worden verbrand. Zij begreep dat zegenen het beste zou zijn. Men zeide haar de woorden voor, die zij had uit te spreken, en zij zei ze na: In den naam des Vaders, des Zoons en des Heiligen Geestes. Dit was echter nog niet voldoende. Zij ontving van een der mannen een slag in het aangezicht, die haar den neus deed bloeden. Dit bloed werd in een kopje opgevangen en aan de zieke vrouw ingegeven. Eerst nu was deze voor goed onttooverd. Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.
Rysterbosk
Ongeveer 2,6 kilometer naar het zuiden ligt het natuurgebied Rysterbosk. Het Rijsterbos (Fries: Rysterbosk) is een bos bij Rijs in Gaasterland, in het zuidwesten van de Nederlandse provincie Friesland. Het door It Fryske Gea beheerde loofbos is 172 hectare groot en ligt tussen het IJsselmeer en het dorp Rijs. Bron: Wikipedia.
Kippenburg
Bij Kippenburg gaat een oud verhaal. Aan den weg van Kippenburg naar Balk staat een zware eikeboom in wiens bast kort na den moord met grote letters — nog altijd duidelijk leesbaar — de woorden Moord niet zijn gesneden. Bij dezen boom werd het lijk der vermoorde gevonden. De stam was met bloed bespat en de bloedvlekken waren onuitwischbaar. Toen voor eenige jaren het gemeentebestuur daar een aantal boomen liet vellen, omdat zij te na aan den weg stonden, werd genoemde eik gespaard. Een veelvraat, die alles op kan, heeft in troch-itene tnage, zegt men. Er worden geen vraten geboren, maar wel gemaakt. Zijne moeder heeft hem van kind af aan altijd de maag zo vol mogelijk gepropt. Hij heeft deze gewoonte steeds aangehouden; hierdoor is eindelijk de maag doorgezakt en er is een bijmaag ontstaan. Nu heeft de man een doorgegeten maag, die ontzaglijk veel bergen kan. — «Mijn vader heeft zulk een maag gezien op de snijkamer », vertelde mij iemand onlangs. Het is zeer af te raden uit eene sloot te drinken, omdat men, dit doende, kiemen of eitjes van waterdiertjes kan inslikken. Het is wel eens voorgekomen, dat een mens op die manier een levend vischje of een levenden kikvors in de maag had gekregen. Zo iemand is nooit te verzadigen met drinken en moet het ten slotte besterven. De wormen die mensen, vooral kinderen, soms in de maag kunnen hebben, liggen 's morgens, zoolang iemand nog niets gebruikt heeft, met den bek open. Dan is het zaak deze ongewenschte gasten iets toe te dienen dat hun slecht moet bekomen, anders gezegd een middel in te nemen om ze te verdrijven. Begint iemand, dit niet gedaan hebbende, te eten, ('an voedt hij de wormen en zij blijven in goeden welstand. — Bekend is het, dat sommigen als «wormverschrikker» 's morgens in 't nuchter een borrel nemen. Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.
Hoofdgebouw van het
Op zo'n 2,8 kilometer naar het zuidoosten staat het rijksmonument Hoofdgebouw van het. Onderdeel 1: (Numanwei 7, Oudemirdum) Hoofdgebouw VAN HET complex riniastate landhuis riniastate. Witgepleisterd hoofdgebouw in neo-classicistische stijl, in 1843 ontworpen door de Leeuwarder architect Thomas Romein en in hetzelfde jaar gebouwd voor de eigenaresse, de weduwe Drieling. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 526279.
Historische tuin
Op zo'n 2,4 kilometer naar het zuiden staat het rijksmonument Historische tuin. Onderdeel 2: (Numanwei 7, Oudemirdum) Historische TUIN- EN Parkaanleg VAN riniastate. Omstreeks 1843 tot stand gekomen historische parkaanleg (zichtbaar op Topografische en Militaire kaart uit 1855), in relatie met het toendertijd gebouwde hoofdgebouw landhuis Riniastate geconcipieerd. Ook dit motief komt meer in Roodbaards parken voor (Fogelsanghstate). Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 526280.
Zwaantje
Ongeveer 2,9 kilometer naar het zuidoosten ligt de windmolen Zwaantje. Het Zwaantje is een grondzeiler, die enkele honderden meters ten zuiden van het dorp staat. Het is de enige overgebleven poldermolen van de gemeente Gaasterland-Sloten. Het Zwaantje werd in 1893 - en mogelijk al in 1878 - gebouwd voor de bemaling van de Huitebuursterpolder. Bron: Wikipedia.
Woonhuis
Ongeveer 3,0 kilometer naar het noordoosten ligt het rijksmonument Woonhuis. Het woonhuis gelegen aan de Luts te Balk is gebouwd omstreeks 1870 -'80 in Eclectische stijl. De voorgevel ligt op het zuiden, in de straatwand van de Van Swinderenstraat. Het pand heeft een mooie en zorgvuldige detaillering die weinig veranderingen heeft ondergaan. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 513661.
Balk
Over Balk werd vroeger het volgende verteld. Hebben onderwetse vechtersbazen soms den overmoed gehad, om in eene herberg vol mensclien hun zakmes aan den balk te steken, om met den eersten den besten die het afnam te graan vechten, — zo hing een knappe schaatsenrijder wel eens zijne schaatsen op. Wie deze afnam moest tegen hem hardrijden. — Er bestaat onder het volk eene vertelling, die men eiken winter, als er mooi ijs is, kan hooren, zij het soms iets gewijzigd. In een ijsherberg, waar eenige schaatsenrijders waren bijeengekomen, zat een kereltje bij den haard een hoog woord te voeren, terwijl hij zijne schaatsen aan den balk had gehangen. Niemand kende hem en men achtte 't dus raadzaam die schaatsen maar onaangeroerd te laten. Maar er verscheen iemand die bekend stond als een zeer beste rijder. Hij keek eerst naar de schaatsen en toen naar het ventje. Zonder lang beraad nam hij de schaatsen en reikte ze den kleinen man toe, terwijl hij zei: «Nu moetje tegen me hardrijden.» — «Wel zeker!» was 't antwoord, «maar laat de kastelein wat bier brengen, dan kunnen we eerst eens drinken en wat praten. Wie ten slotte den strijd verliest moet het gelag betalen. » — Hier had de ander niets tegen; maar terwijl zij zich het bier goed lieten smaken, begonnen de twee reismakkers van het mannetje den ander te vertellen welk een held die kleine was; hij had nog nooit tegen iemand een rit verloren. Kortom, zij praatten zo lang dat de tegenpartij het opgaf en zeide: «Nu, maar ik heb er geen plezier in mij hier beschaamd te laten maken door zo iemand. Dan wil ik maar liever het gelag betalen en het hardrijden zullen we maallaten.» — «Ook al goed!» — Toen nu de drie vreemdelingen gingen vertrekken volgden allen hen naar buiten; men moest den kleinen baas zien rijden. Maar hij nam plaats in eene slede die daar op het ijs stond en zei, haastig vertrekkende: «Ja, vrienden, dat ik nooit tegen iemand een rit heb verloren is de volle waarheid, want schaatsenrijden kan ik niet.» Aanteekeningen omtrent strenge winters, die men voor en na hier beleefde, komen bij de friesehe kroniekschrijvers meermalen voor. In 1076 begon de winter den 11 November en was voor den hollandsen graaf Dirk V het middel om met zijne legers over het toegevrozen meer Flevo in Friesland te vallen. Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.
Winkel-woonhuis
Op zo'n 1,4 kilometer naar het noordoosten staat het rijksmonument Winkel-woonhuis. Deze aanbouw valt wegens te geringe ouderdom buiten de bescherming van rijkswege. Het metselwerk van de zijgevels is uitgevoerd in gele steen. De winkelpui aan de Raadhuisstraat heeft een portiek met aan weerszijden een etalage met etalage-bakken. De etalagevensters hebben een lage borstwering met een keramische lekdorpel. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 513662.
St.Ludgerus
Ongeveer 500 meter naar het noordoosten ligt het rijksmonument SintLudgerus. De Rooms-Katholieke KERK Sint Ludgerus is gebouwd in 1882-1883 naar ontwerp van A. Tepe (1840-1920) in een vormentaal die gebaseerd is op de Nederrijnse Gotiek. In de klokkentoren hangen twee klokken uit 1947 en één uit 1995. Deze vallen wegens te geringe monumentale waarde buiten de bescherming van rijkswege. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 513656.
Vaste Burchtkerk
Ongeveer 2,6 kilometer naar het zuidoosten ligt de Vaste Burchtkerk. De markante ligging van de kerk binnen de dorpsstructuur, op een snijpunt van wegen in het centrum van het plaatsje Wijckel, waarbij de verhoogde ligging in bijzondere mate bijdraagt aan de historische belevingswaarde van kerk en bijbehorend kerkhof. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 15938.
Sleattemer Mar
Ongeveer 2,2 kilometer naar het noordoosten ligt het water Sleattemer Mar. Vanaf het Slotermeer loopt het Slotergat naar Sloten, de Ee naar Woudsend en de Luts naar Balk. Het meer is buiten de vaargeulen soms maar 1,20 meter diep. Aan de oostkant naast de vaargeul is de waterdiepte ongeveer 1 meter. Bron: Wikipedia.
Sloten
Bij Sloten gaat een oud verhaal. Tijdens dit bestand bevond hij zich eens met den geldersen rentmeester Arkelens te Sloten, terwijl daar eene vrouw uit Holland met een schip, geladen met rogge, door de stad voer, welke lading zij te Sneek wenschte te verkoopen. Arkelens wilde haar dwingen de rogge te Sloten te lossen, haar belovende dat zij er goed voor betaald zoude worden. Pier, twijfelende aan de welgemeendheid dezer belofte, begon Arkelens scherp te berispen, en herinnerde hem aan het bestand, volgens hetwelk men de vrouw, al was zij eene Hollandse, geen leed mocht doen. De rentmeester liet nu, uit ontzag voor den barren man, de vrouw ongemoeid. Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.
De Kaai
Op zo'n 1,4 kilometer naar het zuidoosten staat De Kaai. In deze molen wordt graan gemalen als er voldoende wind is. De windmolen is een stellingmolen en werd gebouwd in 1755. De molen werd tot 2005 aangeduid als de Korenmolen. In 2006 kreeg hij voor het eerst in zijn geschiedenis een officiële naam: de Kaai, Fries voor 'sleutel'. Bron: Wikipedia.
Woudsend
Bij Woudsend gaat een oud verhaal. De Hindeloopers gaan bij eene begrafenis tamelijk snel, in tegenstelling van de meeste landfriezen, die zeer langzaam daar henen treden. Men bezigde daar platte, ongekleurde kisten. Hoe meer dienaren daar bij eene begrafenis, hoe rijkelijker de belooning. Men verhaalt er van den lijkstoet eener rijke dame die uit wel duizend mensen bestond en ieder van deze ontving tien gulden. Een rijk edelman of grondbezitter werd wel door zijne huurboeren naar het graf gedragen. Ter herinnering ontving ieder dan een zilveren lepel, waarop de naam enzovoort van den overleden heer. Zo iets kwam in de eerste helft der negentiende eeuw nog voor eïr «begrafenislepels» worden in sommige families nog bewaard. Is eene begrafenis «zonder leed», dan geeft de familie wel aan ieder der buurmannen een fooi, bv. 50 cents, ook wel een gulden. De graven op een kerkhof zijn meest bijzonder eigendom en voor het overige behooren ze aan de kerkvoogdij. Men kan graven koopen en verkoopen evenals andere vastigheden; men kan ze ook huren. Dit geschiedt voor tien, ook wel voor veertien jaar, ook korter, men noemt dit eene «rotting» huren. Na verloop van genoemden tjjd is het graf weêr ter beschikking der kerkvoogden. Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.
Lagere school
Ongeveer 2,2 kilometer naar het noorden ligt het rijksmonument Lagere school. De voormalige Roomskatholieke Lagere school te Woudsend is in 1923 gebouwd in een "vernieuwende" stijl die een aantal kenmerken heeft van de Amsterdamse School, met name qua materiaalgebruik en bouwvormen. V. roggen Parochus mcmxxiii die IX apr. ". Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 515159.
Molenhuis De Jager
Ongeveer 1,1 kilometer naar het noorden ligt de windmolen Molenhuis De Jager. De Jager is een stellingmolen in aan de Ee in Woudsend. De molen werd omstreeks 1715 gebouwd. Vanaf de jaren dertig van de twintigste eeuw tot 1970 draaide de molen niet meer op windkracht, maar werd in de periode elektrisch aangedreven. Bron: Wikipedia.
Boerderij
Ongeveer 2,0 kilometer naar het noordoosten ligt het rijksmonument Boerderij. De stelp-boerderij ligt aan de oostzijde van de weg en is naar het westen georiënteerd. Zij is in 1875 gebouwd in een sobere traditioneel-ambachtelijke stijl. De boerderij is van hetzelfde type als de exemplaren nummer 29 en nummer Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 515632.
't Lam
Op zo'n 400 meter naar het zuidwesten staat 't Lam. De windmolen 't Lam is een stellingmolen in Woudsend. De molen is in gebruik als korenmolen en pelmolen. De achtkante houten molen is rietgedekt, evenals de kap. De bakstenen achtkante onderbouw is 5,10 meter hoog. Boven de toegangsdeur hangt een afbeelding van een lam. Het bouwjaar van de molen ligt rond 1740. Bron: Wikipedia.
Heeg
Bij Heeg gaat een oud verhaal. Heech het trije ioerren en seis geloven. Het dorp Heeg heeft drie torens en zes gelooven (nl. In het godsdienstige ). Hy is troch de jarregoate helle. Hij is door de giergoot gehaald. — Spottend gezegd vooral wanneer iemand tengevolge 't huwelijk van kerkgeloof verandert. Twie geloven op ien peul (peluw) dat is ien te feul. (Stadfr.) Een gemengd huwelijk is niet raadzaam. — Ook: Twie geloven op ien kussen, daer slaapt de duvel tussen. In goed geloof en in koarken sieï. Een goed geloof en een kurken ziel (niet zwaar op de hand). De roomshe papen binne fan de duvel geskapen. Zij komme niet in 'e hemel, maar in '<? Hel, dat wete ze wel. Geuzen met spitse neuzen, met spitse kin, daer zit de duvel in. Grifformeerd is grif verkeerd, roomsgesind geheel verblind, remonstrant de pest van H land, maar mennist dat is 't wisf (het zekerste). As de mennisten ris wisten wat se misten, se souwen loopen bij hele hoopen om hunne kinders te laten doopen. Romeinen negen, daer binne de mennisten met verlegen. Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.
Hommerts
Bij Hommerts gaat een oud verhaal. Hy kin Aken en Keulen wol op en Hamboarch er by; ook: Hy kin Hommerts en de Byp wol op en de Smellebrêgge der by. Hg is een veelvraat. Hommerts en Jutrgp zijn van ouds rijke dorpen geweest; Smallebrugge is een dorp met 21 inwoners. To Keulen skrobje se de strjitten mei dldekloanje (verbastering van eau de cologne). Te Keulen schrobt men de straten met Keuls water. Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.
Rom Sicht
Op zo'n 1,7 kilometer naar het noordwesten staat het rijksmonument Rom Sicht. De villa "Rom Sicht" met bijpassende serre (links), houten bijgebouw (achter) en BRUG met toegangshek is in 1904 ontworpen door architect W Z de Jong uit Sneek in Eclectische stijl met decoraties in Art Nouveau stijl. Opdrachtgever was de invloedrijke palinghandelaar J. Visser uit Heeg. De gevelsteen vermeldt: "A. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 515184.
IJlst
Over IJlst werd vroeger het volgende verteld. Te IJlst, oudtijds Der-IJlst en in de volkstaal nog Drylst, wordt eene grove taaie soort moppen gebakken, die daar kjipmantsjes heeten. Dit is eene afwijkende uitspraak van het friese keapmantsjes (spreek uit kjepmantsjes), koopmannetjes. Wanneer men 's winters op schaatsen te IJlst of in de omstreken komt, wordt men telkens aangeroepen door venters met Drylster kjipmantsjes. Dit heeft aan de inwoners van het stadje den naam van kjipmantsjes bezorgd. Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.
Gemeentehuis
Op zo'n 1,0 kilometer naar het noorden staat het rijksmonument Gemeentehuis. Het voormalige gemeentehuis is in 1859 gebouwd in een Eclectische stijl. Architect was A. Breunissen Troost uit Sneek, timmerman Thomas Otte Schuurmans uit IJlst. In de zuidelijke zijgevel zitten twee marmeren gevelstenen: de oudste, van wit marmer is moeilijk leesbaar: "In De Grondsteen waarop ik vrij vertoon, lag Andel..... Io.... Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 515183.
Terpensmole
Ongeveer 1,1 kilometer naar het noorden ligt de windmolen Terpensmole. De Terpensmole bij IJlst is een poldermolen van het type spinnenkop. De molen stond oorspronkelijk als de Himmole bij Sneek, en daarvoor als Minne Finne te Grou De molen is eigendom van Stichting De Fryske Mole. De molen stond oorspronkelijk op het Minne Finne te Grou, en dateerde uit de achttiende eeuw. Bron: Wikipedia.
Windmotorenfabriek
Ongeveer 300 meter naar het westen ligt het rijksmonument Windmotorenfabriek. Het gebouw aan de Zevenpelzen 25 te IJlst is sinds 1911 door de gebroeders Bakker in gebruik als windmotorenfabriek. Het pand werd in 1895 gebouwd in een Ambachtelijk-traditionele bouwtrant voor het scheepstimmerbedrijf J J Croles. In die tijd werden er ijzeren schepen in gebouwd. De laatste ijzeren Lemsteraak werd in 1899 gemaakt. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 515185.
Sneek
Over Sneek werd vroeger het volgende verteld. Tegen het einde van Oktober 1614 heeft de duivel zekeren Dirk Reinses te Sneek overmeesterd. Deze man was katholiek, maar een dronkaard en vloeker. Eens toen hij, reeds beschonken, zijne vrouw om geld vroeg voor nog meer drank, werd hem dit geweigerd. Hierover gramstorig, begaf hij zich naar het huis van Bonne Gerbens den kroeghouder; daar in de schuur wierp hij zich in het hooi en zon op wraak. Hier verscheen hem de duivel, dien echter ieder voor een mens zou hebben aangezien, als zijn eene voet, die de gedaante van een paardenpoot had, hem niet verraden had. Hij bood Dirk als drinkgeld een muntstuk aan ter grootte van een rijksdaalder. Maar toen de kroeghouder dit in handen kreeg,.bevond hij dat de klank van het metaal niet zuiver was; ook kwam het geheel vreemde wapen hem verdacht voor. Kortom, het geldstuk werd in het water geworpen. Van toen af begon de duivel den drinker in erge mate te kwellen om hem in het verderf te storten. De vrouw van den toenmaligen sneeker burgemeester had zich op aanraden des duivels met een mes van het leven beroofd, nadat zij had ontdekt dat haar man verboden omgang had met de dienstmeid. Dezelfde verleider raadde Dirk Reinses aan ook de hand aan zichzelven te slaan: dan zoude er een allerbekoorlijkst paradijs voor hem openstaan. Dirk echter maakte geen haast om naar dat duivelsparadijs te verhuizen, en daarom sarde de booze vleier: «Ben jij zulk een durfniet? En des burgemeesters vrouw, die duizendmaal rijker was dan gij, heeft mijn raad wel opgevolgd.» — Maar Dirk kon nog niet besluiten. Toch bereikte de booze zijn doel. Op zekeren nacht verliet Dirk heimelijk het bed. Toen de vrouw kort daarna ontwaakte, ging zij terstond zoeken, en vond den man ha2igende aan een touw. Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.
Sint-Martinuskerk
Op zo'n 2,0 kilometer naar het noordoosten staat de Sint-Martinuskerk. Het bouwwerk uit 1872 werd ontworpen door de architect Pierre Cuypers. Het is echter onvoltooid gebleven. De kerk heeft geen dominerende toren, wel een dakruiter met een achtkantige spits tussen vier topgevels, een spitstype dat Cuypers vrij veel toepaste. Het orgel uit 1891 werd gebouwd door Michaël Maarschalkerweerd uit Utrecht. Bron: Wikipedia.
Fries Scheepvaart Museum
Op zo'n 1,4 kilometer naar het noordoosten staat het Fries Scheepvaart Museum. De Vereeniging Het Friesch Scheepvaart Museum is op 18 mei 1938 opgericht. Lucas Poppinga, burgemeester van de stad Sneek, was van mening dat de stad een slechtweervoorziening nodig had. Vanaf 1925 groeide het watersporttoerisme in Friesland en Sneek vervulde daarin een centrumfunctie. Bron: Wikipedia.
Tjalhuizum
Bij Tjalhuizum gaat een oud verhaal. In de nabijheid van Sneek liggen de drie dorpjes IJsbrechtum, Tjalhuizum en Tiras, het laatste in de volkstaal Teuns. Drie schatrijke heeren hebben in den ouden tijd deze dorpen gesticht, ver- moedelijk alleen om de namen hunner hooggeschatte vrouwen, waaraan die der dorpen zijn ontleend, te vereeuwigen. De vrouw van den eerste heette Brecht, die van den tweede Tjal en die des derden Teune. Deze vrouwennamen zijn nog vrij algemeen, maar zij luiden nu: Brechtje, Tjaltje, Teuntje. De laatste is geen echtfriese naam, maar ontleend aan Antonia. Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.
Weeshuis
Op zo'n 2,0 kilometer naar het noordoosten staat het rijksmonument Weeshuis. Het 'kleine' weeshuis is gebouwd in 1914 naar een ontwerp in Overgangsstijl van G. Stapenséa in opdracht van de voogden van het Old Burger Weeshuis omdat het oude weeshuis, het Cruijcebroederhof, te groot geworden was. C. Brouwer, zijn geel, groen en blauw geglazuurd. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 514097.
Epemastate
Op zo'n 1,6 kilometer naar het noorden staat het kasteel Epemastate. In de dertiende eeuw werd de eerste stenen stins op deze locatie gebouwd door de hoofdeling van IJsbrechtum. Hij had daarvoor op deze locatie een houten woning met stallen en tuinen. Naast deze tuinen wierp hij op een heuvel een stins op. Bron: Wikipedia.
Transformatorhuis
Op zo'n 2,8 kilometer naar het zuidwesten staat het rijksmonument Transformatorhuis. Het transformatorhuis is in 1927 gebouwd in een Ambachtelijk-traditionele bouwtrant tegelijkertijd met het gemaal nummer 24, aan het Hissemeer en daarmee verbonden via een bovenleiding. Het Waterschap Heeg, dat in 1918 werd opgericht, verving rond 1925 alle in zijn gebied liggende windmolens door 29 elektrische gemalen, die "gevoed" werden door transformatorhuizen. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 515164.
Pastorie
Op zo'n 200 meter naar het zuiden staat het rijksmonument Pastorie. De pastorie te Oosthem, gebouwd in 1866, hoort bij de Hervormde Kerk uit 1860 aan de Cingel 1 (apart monumentnummer 39804). Net als de kerk is de pastorie als vervanging van een ouder exemplaar gebouwd. Architect was H J Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 515181.
Westhem
In het aardrijkskundig woordenboek van rond 1840 staat over Westhem het volgende. De Hervormde, die er sjjn, behooren tot de gein. Van Wehtm-en-Wetl- hem. De kerk bragt vóór de Reformatie 100 gondg. ) op; er was ecne vikarij, waarvan de inkomsten 70 goudgold., die er wonen > worden tot de gemeente Tan Ylst gere- kend. Bron: Van der Aa, Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden, 1839-1851.
Calvariegroep
Ongeveer 2,5 kilometer naar het westen ligt het rijksmonument Calvariegroep. De calvariegroep, staande op de begraafplaats behorende bij de rooms-katholieke Sint Vitus te Blauwhuis (gewijd 1872), bevindt zich aan de noordzijde van de begraafplaats, centraal ten opzichte van de meest noordelijke vakken en is naar het oosten gericht. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 515171.
Nijland
Over Nijland werd vroeger het volgende verteld. In 1480 woonde op Hottingahuis, te Nijland, Swob Sjaardema, weduwe van Jarich van Hottinga en nicht van Skerne Wybe. Haar broeder Sikke Sjaardema van Franeker, een Schieringer, had haar huis versterkt en uit dezen schuilhoek deed hij nu en dan uitvallen op de Vetkoopers van Sneek en Bolsward. Drie hoofden der Vetkoopers, waaronder ook Wybe, wie dat begon te verdrieten, besloten Hottingahuis met geweld aan te tasten. Met een hoop burgers van Sneek en Bolsward belegerden zij de stins en beschoten haar met kogels uit de grote sneeker busse, zoals zij hun kanon noemden. Maar zij vorderden weinig of niets. Toen de belegering drie weken had geduurd, kwam Sikke Sjaardema met eene bende volks, in den nacht voor Bolsward en overrompelde de stad. Hjj hoopte daardoor den vijand te verlokken om Hottingahuis in den steek te laten en naar Bolsward te komen. De Vetkoopers begrepen dit en zonden slechts een gedeelte van hun leger, waarmede 't gelukte Sjaardema uit de stad te verdrijven. Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.
Tjasker Bolsward
Ongeveer 2,2 kilometer naar het noordwesten ligt de windmolen Tjasker Bolsward. De Tjasker Bolsward is een Friese paaltjasker met als functie poldermolen. De molen uit 1973 werd gerestaureerd in 1988. Eigenaar is de gemeente Bolsward. De windmolen staat in het oosten van Bolsward in het plantsoen bij de Kloosterlaan en ondervindt windbelemmering door de hoge begroeiing. Bron: Wikipedia.
Bolsward
Over Bolsward werd vroeger het volgende verteld. In het jaar 1275 ondernamen eenige bewoners van het nieuwe land nabij Bolsward het bouwen eener kerk, iets waarin het friese volk nooit nalatig is geweest. Maar deze lieden ondervonden daarbij iets vreemds, want alles wat zij den eenen dag opbouwden vonden zij des anderen morgens afgebroken, en dit geschiedde tot driemalen toe. De mensen zagen hierin eene vingerwijzing Gods, dat zij voor den kerkbouw eene verkeerde plaats hadden uitgekozen. Den vierden avond spanden zij een paar ossen voor eene slede, beladen met wat aarde en eenige steeuen. Nu sprak een der bouwlieden: «Ga nu in den name Gods! Waar gij morgen gevonden wordt, daar willen wij onze kerk bouwen.» Den volgenden morgen ging men uit om de ossen te zoeken en zij werden gevonden op eene zeer moerassige plaats, hebbende ieder hunner een brandend waslicht op den kop. De landlieden begonnen zo spoedig mogelijk de plaats, waar de ossen waren gevonden, op te hoge en bouwden daar hunne kerk, welk werk niet zonder veel moeite en inspanning ten einde werd gebracht. Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.
Julianapark
Ongeveer 1,3 kilometer naar het noorden ligt het rijksmonument Julianapark. Het JulianaPARK ligt aan de Snekerstraat te Bolsward en wordt ingesloten door de Secretaris Haitsmalaan, de Prof. Dr Titus Brandsmalaan en de Koningin Wilhelminalaan. De hoofdingang, in de vorm van een monumentale toegangspartij, ligt aan de Snekerstraat. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 512821.
Het Hoog Bolwerk
Ongeveer 1,9 kilometer naar het noordoosten ligt Het Hoog Bolwerk. Van de omwalling die eind zestiende eeuw, na geslecht te zijn door Alva, opnieuw is aangelegd is alleen aan de noord-oostzijde "het Hoog Bolwerk" nog een gedeelte over. Tevens de een geheel vormende binnengrachten langs de Bagijnenstraat, de Grote Dijlakker, de Marktstraat en het Grootzand. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 9868.
Greonterp
Over Greonterp werd vroeger het volgende verteld. Te Greonterp (spreek uit: Grjonterp) in Wonseradeel vindt men eene boerenplaats die «de Laars» heet. Hier woonde oudtijds een boer die schraal bedeeld was met aardse goederen en altijd had te kampen met geldgebrek. Dit deed hem dikwijls zuchten en knorrig en ontevreden zijn; het wensen naar meer geld benam hem niet zelden allen levenslust. Eindelijk verscheen hem eens de duivel, die aanbood hem ruim van geld te voorzien, als de boer daarvoor zijne ziel aan satan wilde verpanden. Maar nu begreep de boer dat hij op zijne hoede moest zijn. De ziel was toch ten slotte het kostbaarste wat hij te verliezen had. Zou hij die verpanden dan moest er al heel wat geld voor komen. Maar veel mooier zou hij 't vinden, wanneer hij den duivel van een flink sommetje kon afhelpen en tevens zijne ziel behouden. Bij zijn boerenbedrijf deed hij ook nu en dan aan vissen op de meren en poelen daar in de nabijheid, en hield er voor dat werk een paar grote hooge waterlaarzen op na. Zulk een laars vol geld eischte de man voor zijne ziel. 's Nachts te half twaalf uur zou hij zich bevinden voor een der vensters in zijne oude voorkamer, waar niemand sliep. Dat venster zou hij even openen en de laars gereed houden, die dan door den duivel met geld gevuld moest worden, geheel tot aan den bovenrand toe. Werd deze bepaling niet strikt nagekomen, vóór middernacht, dan was 't akkoord weêr uit en de boer bleef vrij. De satan nam dit voorstel aan; hij achtte 't eene kleinigheid zo'n laars met geld te vullen binnen 't half uur. Maar de boer gebruikte voor zijn doel een oude laars, waar de zool onder weg miste. De duivel paste op zijn tijd en had een zak vol geld meegebracht, zo groot dat hij dacht in eens klaar te zullen komen. Misgerekend! De zak werd geledigd in de laars, maar deze werd met het geld pas half gevuld. De duivel vloog heen en haalde meer, maar ook de tweede bezending was ontoereikend. De domme duivel begreep er niets van, dat de laars van den boer een trechter was. En toen de klok middernacht sloeg, was de laars nog niet tot boven toe vol. De duivel was zijn geld vergeefs kwijt, en de boer was eigenaar van een mooi kapitaaltje geworden voor niemendal. Uit pure blijdschap liet hij een knap nieuw huis bouwen, met een steentje in den gevel, waarop een laars was uitgehouwen. Daarom heet dat huis nog altijd «de Laars». Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.
Jopie Huisman Museum
Ongeveer 3,0 kilometer naar het zuidwesten ligt het Jopie Huisman Museum. Het Jopie Huisman Museum is een museum in de Friese stad Workum dat werken van kunstschilder Jopie Huisman exposeert. Het aan de Noard speciaal voor de collectie tekeningen, schilderijen en verzamelingen gebouwde museum werd geopend in 1992. Eerder was het vanaf 1986 gevestigd op andere locaties. Bron: Wikipedia.
Workum
Bij Workum gaat een oud verhaal. Zes grote en twee kleine baren zijn in de Geertruidakerk te Workum. De grootschippersbaar met het jaartal 1806, beschilderd met grote schepen, zoogenaamde buitenvaarders, op zee bij stoim en bij stilte, en verder met kompas, verrekijker, kaarten, enzovoort; ook staat er afgebeeld de Hoop met het anker en op de rechterhand een vogel. Een schippersbaar voor de kleine vaart, 1805, is op dezelfde wijze versierd, maar hier brengt de storm het niet verder dan tot een flinken bries. Evenzoo op eene kleinere baaivoor de kleine vaart, 1806, terwijl eene andere kleine, 1791, met doodshoofd en beenderen tussen de stokken, overigens alleen lucht en wolken geeft, te zien. Eene andere baar vertoont, in verschillende tafereelen een veld met ploegers; het oogsten, de markt te Workum, het hooien, grazend vee en in het verschiet Workum van den zeekant gezien. De zesde haar draagt het jaartal 1756 en is beschilderd met smids-, horlogemakers- en zilversmidsgereedschap. De zevende baar, 1791, vertoont den metselaar, timmerman, huisschilder en glazenmaker in hun arbeid, maar ook de dood met de zeis. De achtste baar, 1781, is van het dokters- en chirm-gijnsgilde. Zij geeft te zien eenerzijds eene apotheek, eene ziekenkamer, eene operatiekamer waar vier personen een patiënt aan het hoofd opereeven, met een instrument dat veel gelijkenis heeft met eene grote timmermansboor. En op de keerzijde een opengeslagen boek, vijzels en meer apothekersgereedschap, de barmhartige Samaritaan, twee geleerde chirurgijns en ook de dood. Al deze baren hebben op- en randschriften van ernstigen aard, meest aan de psalmen ontleend, die van het chirurgijnsgilde natuurlijk ook spreuken in het latijn. Behalve deze acht is er nog een baaizonder versiering, zonder opschrift. Afzonderlijk gezet, wordt zij niet gebruikt dan wanneer er op stadskosten wordt begraven, maar ook dan nog niet altijd. Men zegt dat zij vroeger dienst deed voor misdadigers en zelfmoordenaars. Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.
Toegangspalen
Ongeveer 2,5 kilometer naar het zuiden ligt het rijksmonument Toegangspalen. De stelpBOERDERIJ "Sint Ursula" ligt aan de Ursuladijk, aan de zuidzijde van de weg en is naar het noorden georiënteerd; twee toegangspalen van Wormerse steen met de naam van de boerderij markeren het pad naar het erf. De boerderij is in 1884 in Ambachtelijk-traditionele stijl gebouwd door aannemer Kl. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 513621.
Begraafplaats met betonnen
Ongeveer 1,8 kilometer naar het zuidwesten ligt het rijksmonument Begraafplaats met betonnen. Kleine Joodse Begraafplaats MET betonnen ommuring en zes liggende grafzerken, gelegen aan de Hearekeunst, binnen het beschermde gezicht Workum. Voor zover bekend is de begraafplaats, die indertijd in gebruik was bij de Joodse gemeenschappen van Workum en Hindeloopen, gesticht in 1664. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 512599.
Hindeloopen
Bij Hindeloopen gaat een oud verhaal. Hjo het hjar doaiter op 'e tuttelpleate (Hindeloopen ). Zij heeft haar dochter op de titelplaat. Hja het dêr in trekplaster. Het meisje heeft daar ter plaats een trekpleister (een bemind voorwerp, waarom zij er liefst blijft wonen of anders zich er gaarne vertoont ). Hja is onder 'e hoantsen ütbret. Zij is onder de kemphanen uitgebroed. — Zjj is eene feeks. Hja is in stikje güd dat net forblikke scil. Zij is een stukje goed dat niet zal verkleuren (eene degelijke jonge vrouw of meisje). Hjit, fcnld. Hy is gau hjit en gau kdld lyk as in bliken tsjettel. Hjj is ras heet en ras weêr afgekoeld, als een blikken ketel. Dêr icird ik hjit noch kdld fen. (Die vermaning, berisping of dreigementen; dat ernstig geval) daar trek ik mij niets van aan. — Ook: Dat komt my net oan V kalde klean. Hy is bang dat er hint oan kdld wetter barne scil. Hij vreest zich aan koud water te zullen branden (is te schroomvallig om iets van beteekenis te ondernemen). It is my to hjit, ik Ut it stean. Het is mij te heet ik neem het niet. Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.
Grote of Sint Gertrudiskerk
Ongeveer 1,9 kilometer naar het zuiden ligt de Grote of Sint Gertrudiskerk. Hervormde KERK. Markant achter de IJsselmeerdijk gelegen kerkgebouw, gebouwd in 1632 op de fundamenten van een laat-zestiende-eeuwse voorgangster en tot 1892 bestaande uit een tweebeukige hallekerk. In 1658 werd de kerk met een zuidbeuk uitgebreid, welke in 1892 weer werd afgebroken. Sedertdien is weer sprake van een eenbeukig gebouw. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 22171.
Museum Hindeloopen
Op zo'n 1,8 kilometer naar het zuiden staat het Museum Hindeloopen. Het Museum Hindeloopen, dat op 16 juli 1919 werd geopend als het Hidde Nijland Museum, is een van de oudste musea van Friesland. De totstandkoming van het museum was een initiatief van het echtpaar Hidde en Adriana Nijland-Volker (de ouders van de kunstschilder Dirk Nijland). Bron: Wikipedia.
Reddingboothuis
Ongeveer 1,4 kilometer naar het zuidoosten ligt het rijksmonument Reddingboothuis. Het reddingboothuis van het Reddingsstation te Hindeloopen, dat deel uitmaakt van de "Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij", is in 1911 gebouwd door Tjeerd Diekkes uit Hindeloopen. De KNRM is opgericht met het doel om hulp te verlenen aan zeelieden die voor de Nederlandse kust voeren en in gevaar verkeerden. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 513628.
Badpaviljoen
Op zo'n 2,0 kilometer naar het zuidoosten staat het rijksmonument Badpaviljoen. Het badpaviljoen te Hindeloopen is in 1913 en 1914 gebouwd, in een stijl waarin elementen van de Art Nouveau gecombineerd zijn met elementen die in latere tijden zijn aangebracht. Deze hebben voor een algemene verstrakking van de hoofdvorm gezorgd. Het badpaviljoen is gebouwd in opdracht van de "Badvereeniging Hindeloopen". Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 513627.
Bocht fan Molkwar
Ongeveer 2,8 kilometer naar het zuidoosten ligt het natuurgebied Bocht fan Molkwar. Het natuurgebied de Bocht fan Molwar is het buitendijks gelegen gebied tussen Hindeloopen en Molkwerum. Het gebied bestaat uit rietland, schraalgrasland, enkele kunstmatig aangelegde eilandjes voor de Friese kust en het omringende water. Het terrein op het land is 23 hectare groot, het reservaat voor watervogels telt 274 hectare. Bron: Wikipedia.
Lichtopstand
Op zo'n 2,8 kilometer naar het zuiden staat het rijksmonument Lichtopstand. De lichtopstand is in 1884 door de Engelse firma Brothers and Co. House Engineer Constructors uit Birmingham vervaardigd, evenals als de havenlichten aan de westelijke uiteinden van de havendammen. De 'hoogte boven middenstand' van het water is 15. 3 meter, het karakter Iso W4s. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 513618.
Schutsluis
Op zo'n 2,4 kilometer naar het zuiden staat het rijksmonument Schutsluis. De "oude zeesluis" te Stavoren schutsluis ligt aan de noordzijde van het stadje en aan de zuid-oostzijde van de haven. De zeesluis bestond al in de zestiende eeuw: in 1576 werd zij beheerd door de Zeedijkbesturen van Wymbritseradiel, Hemelumer Oldeferd en de stad Stavoren. De sluis is in 1894 hersteld, 2. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 513626.
Peilschaalhuis
Op zo'n 1,0 kilometer naar het zuiden staat het rijksmonument Peilschaalhuis. Het is in 1880 gebouwd in een Ambachtelijk-traditionele stijl die is verlevendigd door decoratief metselwerk. Het peilschaalhuis is nu in gebruik als kantoor van de havenmeester: het meet-mechanisme (ondergronds) is nog aanwezig en functioneert nog steeds. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 513617.
In de buurt van deze route
Plaatsen langs deze route
Balk · Galamadammen · Heeg · Johan Frisokanaal · Johan Frisosluis · Luts · Morra · Sloten · Sneek · Stavoren · Workum · Woudsend — zie alle plaatsen en de routes die er langskomen.
Overnachten
Partnertip — Boek je via deze link, dan krijgt Luisterroute een kleine vergoeding. Jij betaalt niet meer.
Activiteiten in de buurt
Hier kunnen uitjes en rondleidingen in de buurt staan, van onze partner GetYourGuide. Daarvoor laden we een venster van hun website, en dat plaatst cookies. Zonder toestemming laten we het weg.
partnerlinks — wij ontvangen mogelijk commissie