Veerpont Stavoren – Enkhuizen
ca. 20 km · 80 minuten · met de veerpont · start in Stavoren · via Vrouwenzand · IJsselmeer · Enkhuizen
Tachtig minuten over het IJsselmeer, met de wrakken eronder en de sage van Stavoren
Op de overtocht stuur je niet, dus er valt niets te navigeren. De gids vertelt hier op tijd: wat er onder je ligt, wat je aan bakboord en stuurboord ziet, en hoe deze oversteek eruitzag toen het nog de Zuiderzee was. Bij het losgooien en bij het aanleggen blijft hij stil — dan kijk je liever. Hieronder staat alles om na te lezen.
De route is ca. 20 kilometer, ongeveer 80 minuten — gerekend op met de veerpont, via Vrouwenzand · IJsselmeer · Enkhuizen.
Onderweg kom je langs Stavoren — veerboot vertrek, Midden IJsselmeer en Enkhuizen — Zuiderzeemuseum.
Heen of terug maakt op de Veerpont Stavoren – Enkhuizen niet uit — varen in de richting die je uitkomt. De gids leest je positie en pakt het verhaal dat bij die plek hoort; verlaat je de ca. 20 kilometer, dan krijg je de weg terug naar de dichtstbijzijnde stop vooruit.
De dorpen op deze route, op volgorde
- Stavoren — 1 stop met 1 verhaal van de 32 die de gids over Stavoren kent op de Veerpont Stavoren – Enkhuizen.
De verhalen buiten de dorpen
Midden IJsselmeer
U vaart over het IJsselmeer, vroeger de open Zuiderzee. 1100 km². In WOII werden de veerboten door Duitsers gevorderd. De bemanning dook weken onder. Geniet van het wijde water.
De grootste binnenzee van Nederland
U bevindt zich op het IJsselmeer, het grootste meer van Nederland met 1100 vierkante kilometer. Tot 1932 was dit de Zuiderzee — een open zeearm verbonden met de Noordzee. Na de sluiting van de Afsluitdijk werd het een meer. In de Tweede Wereldoorlog werden de schepen van de veerdienst door de Duitsers gevorderd. Stuurman Rinze Albertsma en collega's doken weken onder om niet voor de bezetters te hoeven varen.
Enkhuizen — Zuiderzeemuseum
U arriveert in Enkhuizen. Zuiderzeemuseum is een van de meest bezochte musea van Nederland. Ochtendboot stopt eerst bij het museum. Drommedaris stadspoort 1540 staat aan de haven.
De stad van de Zuiderzee
U komt aan in Enkhuizen, een van de rijkste steden van de VOC-tijd. Het Zuiderzeemuseum is een van de meest bezochte musea van Nederland — een buitenmuseum met reconstructies van Zuiderzeedorpen. De ochtendboot vanuit Stavoren maakt een korte stop bij het Zuiderzeemuseum voor aankomst in de haven. Combitickets voor museum en boot zijn verkrijgbaar bij de VVV in Stavoren. De iconische Drommedaris stadspoort uit 1540 staat aan de haven.
Wat er onder je ligt
Onder je ligt wrak Stavoren 18. Een galjoot, vergaan op het Vrouwenzand, midden achttiende eeuw: de bron omschrijft de plek als tussen Stavoren en Enkhuizen. Het wrak ligt op ongeveer vier meter diepte — je vaart er letterlijk overheen. In het schip vonden archeologen een lepel met het jaartal 1751. Over het jaar van vergaan spreken de bronnen elkaar tegen: de paginatitel noemt 1765, de tekst 1756.
Ook op deze bodem: wrak Stavoren 17, een houten koopvaarder van begin zestiende eeuw. Overnaads gebouwd, lijkend op een hulk, ongeveer twintig meter lang; de wraksite meet zeventien bij zeven meter en ligt drie tot vier meter diep. De lading bestond uit leisteen wetstenen en ballaststenen. Het hele wrak is begroeid met driehoeksmosselen. Amateurduikers vonden het rond 2000; het is onderzocht in 2009 en 2012.
Hier bij Stavoren zonk op 12 mei 1940 de Hr.Ms. Friso, een kanonneerboot van de Brinio-klasse. Te water gelaten op 29 augustus 1912, in dienst op 12 juli 1915: 573 ton, 52,6 meter lang, drieënzestig bemanningsleden, vijftien knopen, vier kanonnen van tien komma vijf centimeter, thuishaven Enkhuizen. Ze werd vanuit de lucht beschoten en zonk. De bezetter heeft haar later gelicht en bij Enkhuizen gesloopt.
Op deze lijn ging het één keer helemaal mis. Op 5 december 1888 botsten de zusterschepen Friesland en Holland in dichte mist — allebei uit 1886, allebei tweeënvijftig meter. De Friesland zonk. Alle opvarenden werden overgezet. Volgens de rederij mislukte de berging in 1890 en is het wrak uiteindelijk met dynamiet opgeruimd; dat laatste staat in één bron, dus neem het zoals het er staat.
Ongeveer achthonderd meter ten westen van de havenmond van Stavoren ligt het verdronken Sint-Odulphusklooster. Gesticht in 1132, benedictijner dubbelklooster, gewijd aan Odulphus én aan Maria, en het bezat zo'n dertig kerken. Vanaf 1170 kwam het water. Rond 1300 verhuisden de religieuzen naar Hemelum, in 1370 werden beide kerktorens verwoest, in 1414 en 1415 werd de plek onherstelbaar verklaard, en in 1494 vertrok het klooster definitief.
Vissers hadden hun eigen namen voor die plek: De stiennen, en It tsjerkhof — het kerkhof. Ze visten er soms stenen en botten op. Een rapport uit 2009 concludeert dat de resten verspoeld zijn. Het enige mogelijke materiële spoor is een zandstenen sarcofaag die in 1999 voor de kust van Stavoren is geborgen; die staat nu in Hemelum.
Stavoren werd van twee kanten belaagd. Van buitenaf: volgens de Annales Hildesheimenses verwoestten piraten de stad in 991, en rond 1034 stalen Vikingen de relieken van Sint-Odulphus uit het klooster dat hier voor de kust lag. En van onderaf, door het water zelf: in de jaren veertig van de zestiende eeuw vroeg de stad stadhouder Maximiliaan van Egmond toestemming voor een groot houten paalwerk in zee, om haven en stad te beschermen. Het hielp niet altijd — in 1675 brak de dijk bij Stavoren over dertig roeden, honderdzeventien meter.
Onder deze vaarroute liggen er meer dan de twee die we net noemden. Een verkennend onderzoek uit 2022 keek naar acht historische scheepswrakken in het IJsselmeer voor de Friese kust, uit de vijftiende tot de negentiende eeuw. Welke acht dat precies zijn, met naam en nummer, staat niet in de bron die wij hebben — dus dat vertellen we niet.
Hoe weten we dit allemaal? Uit twee registers. MaSS, de wrakkendatabank van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, bevat 1.626 Nederlandse wrakken wereldwijd en komt voort uit het rapport Wrakkentelling uit 2021. De Archeologische Kaart IJsselmeergebied bundelt twaalfduizend jaar bodemgeschiedenis in vijf perioden. De dienst zegt er zelf eerlijk bij dat er geen consensus is over verwachtingsmodellen voor scheepswrakken.
Niet hier onder je, maar wel het vermelden waard: de Zuiderzee heeft meer dan dertig nederzettingen verzwolgen. Hun namen leven voort in de dorpsnamen van de Noordoostpolder — Marknesse, Nagele, Emmeloord. Verdronken dorpen die een nieuw dorp hun naam gaven, op grond die zelf uit hetzelfde water is gehaald.
Zuidelijker, aan de Markermeerkant en dus niet onder deze route, ligt een heel wrakkenveld: ongeveer dertig locaties bij Hoorn, met sonar gevonden door vrijwilligers en bevestigd in december 2020. Ze worden in verband gebracht met de Slag op de Zuiderzee van 1573.
De sage van het Vrouwenzand
Je vaart nu over het Vrouwenzand, ook wel Vrouwezand: een zandbank, een ondiepte in het IJsselmeer ten zuiden van Stavoren, tegen de Friese kust aan. De oudste woordenboekvermelding die we ervan vonden dateert uit 1780. Hoe groot de bank precies is, hebben we niet kunnen achterhalen — dus dat zeggen we niet.
En nu de vondst waar het om draait. Het Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland stelt onomwonden dat deze zandbank oorspronkelijk Vrouwenzand heette, of Us leaffrouwe — onze lieve vrouwe, verwijzend naar Maria, patrones van het Sint-Odulfusklooster bij Starum. Toen die naamsverklaring in vergetelheid raakte, ontstond de sage om de naam alsnog te verklaren. De sage is dus jonger dan de naam, en niet andersom.
De sage van het Vrouwtje van Stavoren is in lagen gegroeid. De oudste geschreven versie staat bij Cornelius Kempius, in zijn boek over Friesland uit 1588. Het vrouwtje zelf duikt pas op in de kroniek van Ocko Scarlensis uit 1597. De lege korenaren komen pas uit de achttiende eeuw. En het detail dat iedereen kent — de ring die uit de vis komt — verschijnt pas rond 1810. Het bekendste stuk van het verhaal is dus het jongste.
Er zijn ten minste zevenentwintig varianten van de sage bekend. Het oudste straatlied erover wordt gedateerd tussen 1833 en 1850. Zevenentwintig versies van hetzelfde verhaal, en in elke versie schuift er iets: wie de vrouw was, wat ze weggooide, en wat ze ervoor terugkreeg.
De sage staat in de Volksverhalenbank van de Lage Landen, geclassificeerd als het verhaaltype De ring van Polycrates. Dat is hetzelfde verhaaltype als een Grieks verhaal van tweeduizend jaar eerder. Een ring die in zee verdwijnt en terugkomt in een vis is dus niet in Stavoren bedacht — hij is hier alleen komen wonen.
Bij het binnenvaren van Stavoren zie je haar staan: het bronzen beeld van de Vrouwe van Stavoren, aan de Havenweg. Gemaakt door beeldhouwer Pier Arjen de Groot, die leefde van 1905 tot 1995, en onthuld in 1969. Er staan informatiepanelen bij in vijf talen.
Van Zuiderzee naar IJsselmeer
Het water waar je op vaart was zee. De Afsluitdijk maakte er een meer van: tweeëndertig kilometer lang, naar een plan van Lely uit 1891. De Zuiderzeewet kwam in 1918, de aanleg begon in 1920, en het laatste gat — De Vlieter — werd gedicht op 28 mei 1932. De verkeersweg ging in 1933 open; de officiële opening was op 25 september van dat jaar.
Hoe je zoiets bouwt, in getallen. Op het hoogtepunt werkten er tienduizend arbeiders, met zevenentwintig grote baggermolens, dertien drijvende kranen, honderdtweeëndertig bakken en achtentachtig sleepboten. Er ging ongeveer drieëntwintig miljoen kubieke meter zand in en dertien en een half miljoen kubieke meter keileem. De kruin werd negentig meter breed en oorspronkelijk zeven meter vijfentwintig boven zeeniveau.
De dijk staat er nog en werkt nog. Spuien gebeurt bij de Stevinsluizen bij Den Oever en de Lorentzsluizen bij Kornwerderzand. Bij De Vlieter staat een monument van architect Dudok; Kornwerderzand en Breezanddijk zijn de oude werkeilanden. Er rijden nu ongeveer twintigduizend voertuigen per dag over. Tussen 2019 en 2023 is de dijk ongeveer twee meter verhoogd, met twee nieuwe gemalen van samen zo'n tweehonderdvijftig kubieke meter per seconde en vijfenzeventigduizend betonblokken.
Toen de dijk dichtging, veranderde het water zelf. Het IJsselmeer is inmiddels vrijwel geheel zoet; de IJssel levert ongeveer zeventig procent van de aanvoer. Hoe lang die verzoeting precies duurde, zegt geen enkele bron die wij hebben. Binnen enkele jaren is het maximale dat te verdedigen valt — preciezer wordt het hier niet.
Voor de vissers was de dijk een ramp. Meer dan drieduizend vissers en toeleveranciers verloren hun bestaan. Als commerciële soort verdwenen haring, ansjovis, garnalen, aal, bot en spiering. De Zuiderzeesteunwet somde vierentwintig categorieën belanghebbenden op, van scheepsbouwer tot visventer. Eén soort deed het juist onverwacht goed: de paling.
En toen kwam er ruzie over motoren. Een Koninklijk Besluit uit 1935 verbood gemotoriseerde schepen de nettenvisserij op het IJsselmeer, tenzij de motor beperkt bleef tot twintig pk. Dat conflict woedde door tot in het begin van de jaren zestig — bijna dertig jaar strijd over een vermogensgrens.
De ansjovis, in getallen. In de negentiende eeuw waren Monnickendam, Amsterdam en Enkhuizen de grote aanvoerhavens: Monnickendam met vijfentwintigduizend achthonderdzesenvijftig ankers, Amsterdam met elfduizend driehonderdzeventig, Enkhuizen met ongeveer zesduizend honderdnegenennegentig. Eén anker is dertig kilo gezouten ansjovis. En na de strenge winter van 1890 volgde het beste ansjovisjaar ooit.
Enkhuizen, waar je heen vaart of vandaan komt, was eeuwenlang de grootste haringhaven van het land. Op het hoogtepunt lagen er driehonderd haringbuizen. De drie gekroonde haringen staan sinds 1356 in het stadswapen. Het College van de Groote Visscherij werd opgeheven in 1857, en in 1872 werden de laatste zes Enkhuizer haringbuizen verkocht.
En hoe het nu staat. Rond 2000 waren er ongeveer zestig volledig actieve vissersschepen; in 2017 nog ongeveer twintig, bij zevenenzeventig geregistreerde vergunninghouders voor IJsselmeer en Markermeer samen. De aanvoer in 2016 was vijfhonderdachtenveertig ton — waarvan honderdeenennegentig ton snoekbaars en honderddertien ton aal — tegen drieduizend tweehonderdzevenennegentig ton in 2000. Ongeveer drieëntachtig procent minder.
Met de paling gaat het slecht, en dat is geen indruk maar een meting. De intrek van glasaal is volgens ICES ongeveer negenennegentig procent lager dan vóór 1980. De Europese aal staat sinds 2009 op de rode lijst van de IUCN als ernstig bedreigd, en op appendix twee van CITES. De nettenreductie op dit meer is vijfentachtig procent; palingvisserij mag alleen van mei tot september, met vijfentwintig grote fuiken per visser. Spieringvisserij is commercieel verboden sinds 2012.
Er wordt iets aan gedaan, en het is groot. De Vismigratierivier kost ongeveer tachtig miljoen euro. De bouw begon in 2019 en de doorgang onder de Afsluitdijk was in 2023 klaar; de opening wordt in 2027 verwacht. Een rivier dwars door de dijk, zodat vissen weer van zout naar zoet kunnen trekken — precies de route die in 1932 werd afgesloten.
Wat je onderweg ziet
Negenentachtig. Windpark Fryslân telt negenentachtig turbines, opgesteld in de vorm van een zeshoek, met zeshonderd meter tussen de turbines. Het zijn Siemens Gamesa-machines van vier komma drie megawatt per stuk, samen driehonderdtweeëntachtig komma zeven megawatt. De rotor meet honderddertig meter, de as staat op honderdnegen meter en de tip haalt honderdvierenzeventig meter — vergund was maximaal honderddrieëntachtig.
Wat je niet ziet van dat windpark ligt onder je. Er ligt ongeveer negentig kilometer stroomkabel in het IJsselmeer, waarvan vijfenvijftig kilometer naar het transformatorstation in Oudehaske. De kabel is twaalf centimeter dik en ligt twee meter onder de bodem. Er is ook een werk- en natuureiland: twee hectare boven water, vijfentwintig hectare eronder, met een kunstrif en achthonderd meter golfbreker. Het omgevingsfonds keert zevenhonderdtwintigduizend euro per jaar uit, twintig jaar lang. Het park draait volledig sinds 2021.
Hoeveel huishoudens dat windpark van stroom voorziet, hangt af van wie je het vraagt. De factsheet van de bouwer noemt ongeveer vijfhonderdduizend, de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland ongeveer driehonderdveertigduizend. Wij noemen ze allebei en kiezen er geen. Over het vermogen zelf zijn we wel duidelijk: driehonderdtweeëntachtig komma zeven megawatt, volgens de bouwer.
Bij Enkhuizen vaar je door iets dat nergens anders ter wereld bestond toen het werd gebouwd: het Naviduct Krabbersgat, geopend in 2003, het eerste naviduct ter wereld. Een schutsluis bóven, de autoweg N-driehonderdzeven eronder. De sluiskolken zijn honderdvijfentwintig bij twaalf en een halve meter, de drempel ligt vier en een halve meter onder NAP en de weg tien meter tachtig onder NAP. En het meer waar je op vaart is niet het enige meer geworden: de Houtribdijk tussen Enkhuizen en Lelystad kwam in 1975 gereed en scheidde het Markermeer af van het IJsselmeer.
Voordat er boeien en GPS waren, navigeerden Zuiderzeeschippers op kerktorens. Ze legden tonnen uit op peilingen tussen torens: de rooms-katholieke kerk van Enkhuizen op de Drommedaris, de Zuidertoren van Enkhuizen op de Ven, en de twee torens van Medemblik in lijn bij drie meter diepte. Aan de Friese kant: Hindeloopen samen met het buitenhavenlicht van Stavoren voor de Vrouwenzand-boei, met Hemelum als kruispeiling. Je vaart nu over hun rekenwerk.
Vierenveertig. De Drommedaris bij de haveningang van Enkhuizen is rijksmonument vierhonderdvierenzestigduizend achthonderdachtenzeventig, gebouwd in 1540 als verdedigingswerk en ook Zuiderpoort genoemd; tussen 1649 en 1658 werd hij verhoogd. De beiaard heeft klokken van Geert van Wou uit 1524 en van Pieter Hemony uit 1671 tot 1677, en telt na de restauratie van 2011 tot 2015 vierenveertig klokken over drieënhalf octaaf.
Aan de havenmond van Stavoren staan twee havenlichten, allebei uit 1884: zeshoekig gietijzer, ontworpen door A.C. van Loo, gebouwd door de aannemers Penn en Bauduin, en sinds 1999 rijksmonument. Het westerhoofd is zes meter dertig hoog met het licht op acht meter vijftig en brandt vast rood; het oosterhoofd is zeven meter twintig met het licht op acht meter en brandt vast groen.
Vier en een halve meter. Het IJsselmeer is elfhonderd vierkante kilometer groot en gemiddeld vier en een halve meter diep; voor de vaarweg geeft Rijkswaterstaat drie tot drie en een halve meter onder NAP. Ondieper dan de meeste mensen denken, en ondieper dan het schip waar je op staat lang is.
De hoogte van dit water is een besluit, geen natuurverschijnsel. Het winterpeil ligt veertig centimeter onder NAP; in de zomer is het flexibel tussen tien en dertig centimeter eronder. Daarmee kan vierhonderd miljoen kubieke meter extra zoetwater worden vastgehouden. Het droogteseizoen loopt van 1 april tot en met 30 september. Je vaart op een voorraadkast.
Deze oversteek is jong; de route eronder is oud. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed schrijft dat schippers op weg naar Stavoren juist de ondiepe Vrouwenzand moesten mijden en via het Vlie naar de Noordzee voeren. Stavoren handelde met het Rijnland, en noordwaarts met Hamburg, Bremen, Gotland, Noorwegen, Vlaanderen en de Engelse oostkust.
Het water en wat erin leeft
Dit meer is beschermd gebied: Natura tweeduizend, honderddertienduizend driehonderdeenenveertig hectare, aangewezen onder de Vogelrichtlijn. Beschermd zijn onder meer de fuut, de aalscholver, het nonnetje, de grote zaagbek, de dwergmeeuw, de visdief, de zwarte stern en de reuzenstern. Je vaart door een vogelgebied dat toevallig ook een vaarweg is.
De vogels hier zijn niet minder geworden, maar wél andere. Over de meetreeks van 1980 tot 2024 gingen viseters ongeveer zeventig procent achteruit en schelpdiereters ongeveer zestig procent, terwijl planteneters meer dan verdubbelden. De oorzaken staan er in dezelfde bron bij: helderder water door minder fosfaat en dus meer waterplanten, de instorting van de spieringstand in de jaren negentig, en minder driehoeksmosselen.
Ergens op dit meer ligt een eiland dat er in 2002 nog niet was. De Kreupel is zeventig hectare groot, tussen 2002 en 2004 aangelegd uit drie miljoen kubieke meter zand, vier en een halve kilometer uit de kust bij Andijk en Medemblik, beheerd door Staatsbosbeheer. Het werd de grootste visdiefkolonie van Europa, in 2010 bijna zevenduizend paar. Tussen 2009 en 2012 was er nauwelijks broedsucces: te weinig spiering van de juiste maat, en predatie door kokmeeuwen. Of het eiland vanaf deze boot te zien is, hebben wij niet kunnen nagaan.
De overtocht zelf
Deze verbinding is een van de oudste van Nederland. Ze ging open op 15 juli 1886, nadat in 1885 de spoorlijnen naar beide plaatsen gereed waren gekomen. De concessie ging naar C. Bosman uit Alkmaar. Het spoor kwam eerst, de boot erachteraan — deze oversteek is dus eigenlijk een stuk spoorlijn zonder rails.
De lijn is in honderdveertig jaar door vijf partijen gevaren. C. Bosman van 1886 tot 1896, de Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij van 1896 tot 1936, Reederij Koppe van 1936 tot 1971, daarna de Spoorwegen en NACO, en sinds 2002 Rederij V en O. Eén bron zegt dat NACO het in 1972 overnam en niet in 1971; wij houden de vroegste bron aan.
De eerste vloot, met naam en jaar. De Holland uit 1886, tweeënvijftig meter, verkocht in 1916. De Friesland, ook uit 1886, gezonken op 5 december 1888. De Groningen uit 1889, gesloopt in 1917. De Prins van Oranje uit 1879 als reserveschip. En de Zuiderzee uit 1889, verkocht in 1905. Raderstoomboten op kolen, die Amsterdam en Leeuwarden in ongeveer vier uur verbonden.
Er zijn hier ook goederenwagons overgevaren. De eerste spoorpont kwam in 1899, met twee extra in 1902 en 1909; in 1936 werden alle vrachtschepen afgestoten. In 1915 kwamen er drie nieuwe schroefschepen, met klassen en een restauratie aan boord. En toen kwam de oorlog: drie schepen werden in de haven van Enkhuizen tot zinken gebracht om ze uit Duitse handen te houden. De dienst werd in 1941 hervat en in 1944 gestaakt. Vanaf 1962 vaart deze lijn alleen nog in het zomerseizoen.
Op 15 juli 2026 vierde deze veerdienst haar honderdveertigjarig bestaan. Eigenaar Anne Veenma is overleden; zijn dochters en zijn partner zetten het bedrijf voort. Er varen drie afvaarten per dag in elke richting: uit Enkhuizen om kwart voor negen, kwart voor een en kwart voor vijf, uit Stavoren om vijfentwintig over tien, vijfentwintig over twee en vijfentwintig over zes. Het seizoen loopt van 18 april tot en met 27 september; in oktober vaart de boot niet.
Zesendertig meter vijfenzeventig. Het schip waar je op staat is gebouwd in 1966, op de werf Peters in Dedemsvaart, met ENI-nummer nul-twee-nul-nul-zes-vier-nul-negen en de Nederlandse vlag. Oorspronkelijk vierendertig meter vijfennegentig lang, zes meter negenenvijftig breed, één meter vijfentachtig diep. In 2007 is de romp honderdtachtig centimeter verlengd: vierendertig vijfennegentig plus één tachtig is zesendertig vijfenzeventig. Er passen driehonderd passagiers op. De motoren gingen van een Scania van honderddrieënvijftig pk naar twee Volvo Penta's van tweehonderddertig.
Het schip zelf heeft drie eigenaren gehad. Rederij Koppe in Zaandam vanaf 1966, Rederij NACO in Amsterdam vanaf 1972, en Rederij V en O in Enkhuizen sinds 2002. Over die laatste overname spreken bronnen elkaar tegen: één zegt dat V en O de lijn overnam van Connection Water, andere noemen NACO. Wij noemen de tegenspraak liever dan één van de twee te kiezen.
De man op de brug heet Jan Romkes, geboren in 1980, afkomstig van Urk uit een vissersfamilie. Hij vaart sinds 2000 op dit traject en op dit schip. Werkweken van ongeveer vierenzeventig uur, drie retourvaarten per dag. Als je hem straks ziet: hij doet deze oversteek vaker in een week dan de meeste mensen in een leven.
Vier uur zevenendertig. Dat is wat dezelfde reis in de winter kost met de trein, als de boot niet vaart — tegen tachtig minuten over het water. Je zit nu dus in het snelste vervoermiddel van de dag, op een schip uit 1966. Station Stavoren ging trouwens open op 28 november 1885, als eindpunt van de lijn uit Leeuwarden.
De twee steden
Stavoren ontstond op een knooppunt van water- en landwegen, aan een rivier naar het Vlie. Het klooster van Odulfus stamt uit 837. De stadsrechten kwamen in 1061 van graaf Egbert en werden in 1118 bevestigd door keizer Hendrik de Vijfde. Dat maakt Stavoren tot een van de oudste steden van Friesland — ouder dan de zee die haar later opat.
Stavoren was Hanzestad. Er werd gehandeld in wijn, bier, textiel, vis en zuivel; na 1100 met de kogge. De stad was dominant in de Ommelandsvaart en had privileges van de Deense koning. Tot in de vijftiende eeuw was ze een belangrijk haringcentrum — daarna trok de haring westwaarts, en dat was het begin van het einde.
Na 1400 kwamen overstromingen, oorlogen en verzanding, en daarmee het verval. In 1657 stond de hele stad onder water. Het inwonertal zakte van zestienhonderdvier in 1704 naar vijfhonderdvierenzeventig in 1815. Het herstel kwam van de spoorlijn en van deze veerdienst, in 1886. Vandaag heeft Stavoren negenhonderdachtendertig inwoners in vierhonderdzestig huishoudens op driehonderdvierentachtig hectare — geteld op 1 januari 2026.
Enkhuizen kreeg stadsrechten in 1356, hetzelfde jaar waarin de drie gekroonde haringen in het wapen kwamen. Vanaf 1602 had de stad een eigen VOC-kamer, met een inleg van vijfhonderdveertigduizend gulden — de grootste van de vier kleine kamers. Op de Enkhuizer werf zijn ongeveer honderdtwintig schepen gebouwd. Het Peperhuis kwam in 1682 voor zesentwintighonderd gulden in VOC-bezit; er staan vertrekken geregistreerd tot 1793.
Enkhuizen in mensen geteld: drieduizend vijfhonderd inwoners in 1477, ongeveer eenentwintigduizend achthonderdachtenzeventig in 1622, en achttienduizend zevenhonderdachtendertig op 1 januari 2026. Vierhonderd jaar later is de stad dus nog altijd kleiner dan op haar hoogtepunt. Het peiljaar hoort er telkens bij, anders zegt zo'n getal niets.
Wat Enkhuizen met zijn verleden deed, kun je vanaf het water zien. Het binnenmuseum van het Zuiderzeemuseum ging open op 1 juli 1950, na een start in de zomer van 1949 in de Drommedaris. Het buitenmuseum werd op 6 mei 1983 geopend door koningin Beatrix en telt meer dan honderdveertig panden van rond de voormalige Zuiderzee — huizen die elders zouden zijn gesloopt, hier weer opgebouwd.
Op dit water is oorlog gevoerd. Van 3 tot 12 oktober 1573 vochten watergeuzen onder Cornelis Dirkszoon, burgemeester van Monnickendam, met vijfentwintig schepen tegen de Spanjaarden onder graaf Van Bossu met twaalf schepen en zes jachten; zijn vlaggenschip heette Inquisitie. Op 12 oktober klom matroos Jan Haring in de mast van dat vlaggenschip en sneed de vlag af, waarna hij werd doodgeschoten. Bossu en tweehonderd Spaanse zeelieden werden gevangengenomen; Bossu zat drie jaar vast in Hoorn, tot de Pacificatie van Gent in 1576.
En daarmee de lijn onder deze hele oversteek. Beide steden verloren hun haven aan verzanding: Stavoren na 1400, Enkhuizen toen de haring en de VOC vertrokken. Maar wat ze ervoor terugkregen verschilt. Stavoren kreeg een legende — een vrouw, een ring, een zandbank die naar Maria genoemd was. Enkhuizen kreeg een museum, meer dan honderdveertig panden groot. Tachtig minuten varen tussen twee antwoorden op dezelfde vraag.
In de buurt van deze route
Plaatsen langs deze route
Enkhuizen · IJsselmeer · Johan Frisokanaal · Johan Frisosluis · Stavoren · Vrouwenzand — zie alle plaatsen en de routes die er langskomen.
Overnachten
Partnertip — Boek je via deze link, dan krijgt Luisterroute een kleine vergoeding. Jij betaalt niet meer.
Activiteiten in de buurt
Hier kunnen uitjes en rondleidingen in de buurt staan, van onze partner GetYourGuide. Daarvoor laden we een venster van hun website, en dat plaatst cookies. Zonder toestemming laten we het weg.
partnerlinks — wij ontvangen mogelijk commissie