Luisterroute

A1 Dijk & Klei

80,5 km · 2-3 uur · met de auto · rondje vanuit Stavoren · via Makkum · Workum · Hindeloopen · Koudum

Langs de IJsselmeerkust door de Friese kleipolders

Wat je op de A1 Dijk & Klei te horen krijgt: 12 verhalen, verdeeld over 10 stops. De gids begint er zelf aan zodra je dicht genoeg bij een van die 10 bent.

De route is 80,5 kilometer, ongeveer 2-3 uur — gerekend op met de auto, via Makkum · Workum · Hindeloopen · Koudum.

Onderweg kom je langs Witmarsum — Menno Simons, Arum & Kimswerd — Grutte Pier, N359 — de dijk van de melkrijders, Makkum — Tichelaar fabriek, IJsselmeerkust — dijkweg, Laaksum, Workumer buitendijk — weidevogelland, Workum — It Djippe Gat, IJsselmeer 1963 en Koudum & Galamadammen.

Heen of terug maakt op de A1 Dijk & Klei niet uit — rijden in de richting die je uitkomt. De gids leest je positie en pakt het verhaal dat bij die plek hoort; verlaat je de 80,5 kilometer, dan krijg je de weg terug naar de dichtstbijzijnde stop vooruit.

Open deze route in de gids

De dorpen op deze route, op volgorde

De verhalen buiten de dorpen

Witmarsum — Menno Simons

U rijdt langs Witmarsum. Hier werd in 1496 Menno Simons geboren, grondlegger van de Mennonieten. Zijn geweldloze geloofsgemeenschap verspreidde zich over Europa en Amerika.

De geboortegrond van een geloofsrevolutie

Bij Witmarsum werd in 1496 Menno Simons geboren — de grondlegger van de doopsgezinde beweging. Hij verliet het katholicisme en stichtte een geweldloze geloofsgemeenschap die zich over heel Europa en later Amerika verspreidde. De Mennonieten — naar hem vernoemd — zijn nog steeds een actieve geloofsgemeenschap, met name in Noord-Amerika. In Witmarsum staat een monument ter herdenking van zijn geboorte.

Arum & Kimswerd — Grutte Pier

U rijdt langs Arum en Kimswerd, thuisgrond van Grutte Pier. Deze reus van 2 meter streed voor de Friese vrijheid. Zijn zwaard van 2,15 meter hangt in het Fries Museum in Leeuwarden.

De reus van Friesland

In de omgeving van Arum en Kimswerd leefde Grutte Pier — Pier Gerlofs Donia — de grootste vrijheidsstrijder van Friesland. Hij werd omstreeks 1480 geboren en was naar verluidt meer dan twee meter lang en van formidabele lichaamsbouw. Na de plundering van zijn dorp door Gelderse en Hollandse troepen keerde hij zich met geweld tegen de bezetter. Zijn tweehandig zwaard, 2,15 meter lang en 6,6 kilogram zwaar, hangt in het Fries Museum in Leeuwarden.

Makkum — Tichelaar fabriek

U rijdt langs de Friese kleipolders richting Makkum. Koninklijke Tichelaar in Makkum is het oudste familiebedrijf van Nederland, aantoonbaar sinds 1572. Dertiende generatie, enige fabriek ter wereld met de traditionele majolicatechniek.

Het aardewerk dat zeventien generaties overleefde

Koninklijke Tichelaar in Makkum is het oudste familiebedrijf van Nederland. Al in 1572 staat op een kaart van Caspar de Robles een briccaria op deze plek. De familie Tichelaar nam het bedrijf in 1640 over en leidt het nu in de dertiende generatie. Tichelaar is het enige bedrijf ter wereld dat nog met de traditionele majolicatechniek werkt. Een handbeschilderd Makkumer bord kost al gauw vijfhonderd euro.

Wat de gids onderweg nog meer vertelt

Op de stille stukken zoekt de gids zelf een verhaal in de buurt. Deze staan er nu voor deze route klaar.

Warns

Bij Warns gaat een oud verhaal. Een schoenmakersknecht te Warns werd betooverd door eene vrouw van Molkwerum, terwijl hij bezig was haren voet te meten voor een paar nieuwe schoenen. Zij maakte van deze gelegenheid gebruik om zijn hoofd, dat toevallig ongedekt was, te beademen. Spoedig hierop werd de man ongesteld, maar niet dan na veel dokteren en meesteren begreep men, dat hij betooverd was, De beschuldigde vrouw werd nu met vriendelijke praatjes bij hem in huis gelokt, terwijl daar eenige ruwe mannen bijeen waren gekomen. Na de deuren en vensters gesloten te hebben, dwongen die mannen haar den betooverde te zegenen met de woorden: In den naam des Vaders, des Zoons en des Heiligen Geestes. Tevens werd zij tot bloedens toe mishandeld, ten einde den lijder iets van haar bloed toe te dienen. Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.

Gemeentehuis

Op zo'n 3,0 kilometer naar het noordwesten staat het rijksmonument Gemeentehuis. Het gebouw ligt aan de IJsselmeerzijde van de Voorstraat tegenover de stenen brug over de Delf die de west- en oostzijde van de Voorstraat met zijn karakteristieke overtuinen van elkaar scheidt. Links grenst het gebouw aan woonbebouwing, rechts aan de kleine Baptistenkerk, aan de achterzijde aan de zeedijk. Het nieuwe gemeentehuis c. A. Werd in 1889 in eclectische trant gebouwd door de aannemers Kampman en Smit ter plaatse van het oude gemeentehuis. Het linkergedeelte van het gebouw was in gebruik als woonhuis van de burgemeester; het rechtergedeelte deed dienst als gemeentehuis (met onder andere raadzaal, burgemeesterkamer, secretarie en aangebouwde bomvrije archiefruimte). Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 527699.

Laaxum

U bent nu in het buurtschap Laaxum. In 1345 kwam een (klein) leger van graaf Willem IV van Holland onder andere bij Laaxum aan land om de Friezen te bevechten, wat leidde tot de Slag bij Warns. Rond 1500 stond Laaxum bekend vanwege visserij op bot op het Vrouwenzand, een ondiepte in de toenmalige Zuiderzee. In 1680 werd vermeld dat de bewoners van Laaxum zich bezighielden met palingvisserij. In 1718 stonden er acht huizen in de buurtschap en in 1851 zes. Aan het begin van de twintigste eeuw was Laaxum een plaats met zestien huizen en twee boerderijen, waarin samen meer dan honderd mensen woonden. In het begin van de eenentwintigste stonden er elf huizen en één boerderij. De haven werd ook wel beschreven als de kleinste van Europa die nog in gebruik is. Bron: Wikipedia.

Bakhuzen

Over Bakhuzen werd vroeger het volgende verteld. De forivielen lape, de rynske tape en de hege steat meitse Frysldn bleat. Pronkzucht, zwelgerij en hoogmoed maken Friesland arm (zeide men reeds voor eeuwen, evenals thans nog). De héle feeljekant om. Den geheelen Veluwkant om. — Reis over land uit Friesland naar Amsterdam. Overdr.: een omreis, niet langs den kortsten weg. Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.

Molkwerum

Bij Molkwerum gaat een oud verhaal. Het dorp Molkwerum werd voorheen wel eens « het Heksershol » genoemd omdat, naar men zeide, het aantal tooveressen daar groot was. Deze dames kwamen soms laat in den avond bijeen achter den zeedijk bij liet hooge zand, en staken dan in nielkmouden (fries: aden) over zee naar Spanje of' ergens anders heen, ter feestviering. Voeren ze op die manier soms over een meer, dan hadden zij wel eens een kloet nodig en hiervoor gebruikten zij dan een stopnaald. Men vertelt ook dat eene heks 's nachts koud als een steen in haar bed ligt, terwijl hare ziel op reis is. Ook heeft zij geen schaduw. Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.

Koudum

Bij Koudum gaat een oud verhaal. Op eene zeer eigenaardige wijze is het dorp Koudum aan zijn naam gekomen. De heeren, die het dorp hadden gesticht, waren op een winteravond samen gekomen om te overleggen hoe ze hun kind zouden doopen. Zij werden 't hieromtrent niet spoedig eens. Zij zaten in een kring om den haard, waarop een tamelijk groot turfvuur brandde, want het was koud dien avond. Toch werd de gloed van het vuur hen op den duur te sterk, vooral voor de schenen. Daarom riepen ze: «Koud om! Koud om!» — De knecht, die hen bediende, wist wat dit beteekende: hij moest het gloeiende haardvuur omhullen met een laag koude turven. Dit hielp wel voor een oogenblik, maar de koude turven veranderden spoedig in gloeiende kolen. Dan was 't weêr: «Koud om! Koud om!» Toen men dit twee-, driemaal had herhaald, merkte een der heeren op, dat de grote hond, die mede bij den haard zat, achteruit schikte wanneer 't hem te heet werd. Mijnheer beproefde dit ook, zijne metgezellen volgden en spoedig erkenden allen, dat dit middel beter was dan telkens het vuur te vergrooten. En terwijl zij zich nu vroolijk maakten over hun eigen stompzinnigheid, kwamen zij overeen, dat hun dorp maar Koud-om zoude heeten. — Anderen zeggen Kou-dom — Koedom, dom als eene koe. De naam is later veranderd in Koudum. De Trynwouden. Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.

Galamadammen

In het aardrijkskundig woordenboek van rond 1840 staat over Galamadammen het volgende. ) en eene herberg, welke, om hare vermakelijke ligging, niet zelden tot het houden van vischpartijen, bijeenkomsten enzovoort, gekozen wordt; doch het lusthuis is weggebroken, en de herberg, vergroot en verbeterd, verplaatst op den Slaperdijk, nevens de sluis. Deze herberg levert een allerfraaist uitzigt op over de geheelc grietenij, de steden Stavo- ren en Hindeloopen, de Morrha, de Kuilaart en andere proote wate- ren, tusschen welke de Galama-dammeu-sluis de scheiding is. De levendigheid van dit overschoone panorama wordt vermeerderd door de veelvuldige doorvaart van schepen, die van en naar Stavoren komen. Ook worden aldaar de vergaderingen gehouden van het departement Henielumer-Oldepbaert-cn-Noordwolde der Maatschappij: Tot Wut tan 't Algemeen, (I) Zie oTerdna drie J westen OUIorie van kit tvrboni dir Méelen, Sint II. M. Staatkunde Jiedirtanè, D. 1. Westen Ilft-Ml. IV Deel. Bron: Van der Aa, Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden, 1839-1851.

Amerikaanse windmolen

Ongeveer 2,9 kilometer naar het noordoosten ligt het rijksmonument Amerikaanse windmolen. De grote Amerikaanse windmolen is een markant herkenningspunt in het noordoostelijk van Koudum gelegen weide- en merengebied. De naar Amerikaans model ontstane windmolen van het type "Herkules Metallicus Windturbine", uit Duitsland geïmporteerd door de Rotterdamse handelsmaatschappij R S Stokvis & Zonen Ltd werd in het begin van de twintigste eeuw gebouwd op de plaats van een afgebroken traditionele windmolen. Deze molen werd waarschijnlijk gebouwd in 1862 toen het bemalingsgebied genaamd "De Hoppe" werd ingepolderd. De naam "De Hoppe" betekent steeds droger wordende inham van water. Voor de fundering werd gebruik gemaakt van onderdelen van de stenen fundering van de afgebroken molen. Als uitzondering werd de molen bij de bouw niet voorzien van een standaardonderbouw. De onderbouw is in de jaren zestig aangebracht nadat de molen was voorzien van een dieselmotor als hulpbemaling. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 506210.

De Vlijt

Ongeveer 2,1 kilometer naar het zuidwesten ligt De Vlijt. De molen De Vlijt staat aan de Molenbuurt in Koudum (gemeente Súdwest-Fryslân). De molen werd oorspronkelijk in de achttiende eeuw gebouwd als poldermolen te Oppenhuizen. In 1986 werd de molen verplaatst naar zijn huidige locatie en verbouwd tot een korenstellingmolen, type spinnenkop. Constructie: de romp van de ondertoren is gedekt met dakpannen. Kap gedekt met houten delen en geheel geteerd, met een vlucht van 16,40 meter. De molen is maalvaardig en het malen van graan gebeurt op vrijwillige basis. De molen is in het beheer van de Molenstichting Súdwest-Fryslân. Bron: Wikipedia.

De Hel

Over De Hel werd vroeger het volgende verteld. Hy is net bang fen Sinteklaes. Hij laat zich niet bang praten, allerminst door geestelijken. Bang voor Sint Nicolaas (geheimzinnig wezen) te zijn ia kinderachtig. Hy dobbelt er om. Van oen gevaarlijken zieke: 't is twijfelachtig of hij 't gevaar zal te boven komen. Ook: Hy seil in hirde dobbel ka. Ily leit de lap er op. Hij dient oen ander klappen toe. Hy is tit 'e want yn 'e tomme (duim der mof ) komd, van hooger staat tot lager gekomen. Hy kin net ütspylje. Hij kan niet uitspelen. Ily wol fen stront waechs koaije. Hij meent uit drek (keisteenon) was te kunnen maken. Hy is goed to wekker. Hij is zeer goed wakker (wol uitgeslapen). Hy wol nin wol drage. Hij wil geen wol gedragen. — Schapen, die de wol laten vallen, deugen niet. Ily in twisken hing/en en wie/yen. Hij is tussen hangen en verwceren (nog jong en onervaren, een aankomend jongeling). — Oudtijds liet men een gehangene aan de galg to -wierjen (luchten) hangen tot het overschot er afviel. Hy het alles nei de letter. Hij heeft alles naar de letter (naar den eischinorde en op zijne plaats). Hy is oan legerwal^ aan lagerwal. Hy liet gj'in legerwdl. Hij is voldoende gewaarborgd tegen armoede en gebrek. Hy fiert my yn 't leeck. Hij duwt mij in de laagte (brengt mij in ongelegenheid ). Hy het net folie om 'e latten. Hij heeft niet veel om zijn geraamte. Ook: dun gekleed. Hy het in hopen sok. Hij heeft voel zog. Hy het in heleboel innen en oen. Hij heeft vele ennen en oën. Hy stekt my in speake yn 't tsjil. Hg steekt mjj een spaak in het wiel. — Hjj dwarsboomt mij. Hy kin wol mei de sjerpkwast omgean. Hij weet de stroopkwast wel te hanteeren (is een pluimstrijker). Hy krSpt yn 'e skulp. Hij kruipt in de schelp (de geweldenaar wordt bang). Hy hdldt hint efter 'e skêrm. Hij houdt zich achter de schermen (neemt wel deel aan het werk, maar niet openlijk). Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.

Zomerhuis

Ongeveer 1,2 kilometer naar het westen ligt het rijksmonument Zomerhuis. Het zomerhuis, gebouwd in 1884 bij het complex van de stelpboerderij "Sint Ursula", ligt ten oosten van de boerderij, tussen de boerderij en het toegangspad. Het is in een Ambachtelijke-traditionele stijl opgetrokken vermoedelijk door aannemer Kl. Wielinga uit Idskenhuizen, die ook de boerderij bouwde. Het zomerhuis omvat drie gedeeltes, die van noord naar zuid in gebruik waren als keuken, kaashok en stierenhok. Voor de decoratieve elementen, inclusief de geblokte hoekversieringen, zijn gele bakstenen gebruikt. De voorgevel wordt versierd door een geschulpte windveer. Het zomerhuis uit 1884, horend bij het complex van de boerderij "Sint Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 513622.

Workum

Bij Workum gaat een oud verhaal. Zes grote en twee kleine baren zijn in de Geertruidakerk te Workum. De grootschippersbaar met het jaartal 1806, beschilderd met grote schepen, zoogenaamde buitenvaarders, op zee bij stoim en bij stilte, en verder met kompas, verrekijker, kaarten, enzovoort; ook staat er afgebeeld de Hoop met het anker en op de rechterhand een vogel. Een schippersbaar voor de kleine vaart, 1805, is op dezelfde wijze versierd, maar hier brengt de storm het niet verder dan tot een flinken bries. Evenzoo op eene kleinere baaivoor de kleine vaart, 1806, terwijl eene andere kleine, 1791, met doodshoofd en beenderen tussen de stokken, overigens alleen lucht en wolken geeft, te zien. Eene andere baar vertoont, in verschillende tafereelen een veld met ploegers; het oogsten, de markt te Workum, het hooien, grazend vee en in het verschiet Workum van den zeekant gezien. De zesde haar draagt het jaartal 1756 en is beschilderd met smids-, horlogemakers- en zilversmidsgereedschap. De zevende baar, 1791, vertoont den metselaar, timmerman, huisschilder en glazenmaker in hun arbeid, maar ook de dood met de zeis. De achtste baar, 1781, is van het dokters- en chirm-gijnsgilde. Zij geeft te zien eenerzijds eene apotheek, eene ziekenkamer, eene operatiekamer waar vier personen een patiënt aan het hoofd opereeven, met een instrument dat veel gelijkenis heeft met eene grote timmermansboor. En op de keerzijde een opengeslagen boek, vijzels en meer apothekersgereedschap, de barmhartige Samaritaan, twee geleerde chirurgijns en ook de dood. Al deze baren hebben op- en randschriften van ernstigen aard, meest aan de psalmen ontleend, die van het chirurgijnsgilde natuurlijk ook spreuken in het latijn. Behalve deze acht is er nog een baaizonder versiering, zonder opschrift. Afzonderlijk gezet, wordt zij niet gebruikt dan wanneer er op stadskosten wordt begraven, maar ook dan nog niet altijd. Men zegt dat zij vroeger dienst deed voor misdadigers en zelfmoordenaars. Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.

Sint-Gertrudiskerk

Op zo'n 1,4 kilometer naar het westen staat de Sint-Gertrudiskerk. Grafmonumenten van Joseph Sinkel en familiegraf van Tjipke Visser op het Zuiderkerkhof en grafmonument van Rintje Sinnes Visser en kleinzoon Rintje Jans Visser op het Kleine Zuiderkerkhof. Bij de herbouw in deze vorm, die eerst in het midden van de zestiende eeuw tot stand kwam, is het oudere, vierzijdig gesloten koor behouden; van het bijbehorende eenbeukig schip zijn de fundamenten gevonden tijdens de restauratie in 1939. De aanvankelijk slechts in hout dichtgezette top van de westgevel is bij die gelegenheid in steen uitgevoerd. Regeringsbank met opzetstuk waarschijnlijk ook 1718. Briefpanelen verwerkt in de avondmaalstafel en in de moderne banken van het schip. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 39458.

Ybema's Molen

Op zo'n 1,7 kilometer naar het westen staat de windmolen Ybema's Molen. Ybema’s mole is een windmolen bij Workum uit 1899. De achtkante bovenkruier is van het type grondzeiler en de functie is poldermolen. De molen heeft een vlucht van 10 meter. De molen werd door de eigenaar, de agrariër Ybema, in de jaren tachtig voor het symbolische bedrag van 1 gulden verkocht aan de gemeente met als doel dat de molen opgeknapt zou worden. In 2002 werd de molen door de Molenstichting Súdwest-Fryslân gerestaureerd. In de muur van de molen zit sindsdien een gedenksteen. Bron: Wikipedia.

Incomplete molen

Op zo'n 1,4 kilometer naar het zuidoosten staat het rijksmonument Incomplete molen. Incomplete molen. De achtkante spinnekop is vóór 1832 gebouwd als poldermolen voor de bemaling van de Munnikeburenpolder. De incomplete molen werd toen voorzien van een dieselmotor, waarmee de vijzel werd aangedreven. De dieselmotor werd in de jaren '70 van de twintigste eeuw vervangen door een elektromotor. De incomplete molen heeft thans geen functie en is zichtbaar in een open polderlandschap. De incomplete molen bestaat uit de grenenhouten piramidevormige ondertoren van een achtkante spinnekop. De ondertoren met als vorm een afgeknotte piramide is ter afdichting verlengd tot een volwaardige piramide. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 527646.

Monnikenburenmolen

Ongeveer 2,6 kilometer naar het zuidoosten ligt de windmolen Monnikenburenmolen. De Monnikenburenmolen, die enkele honderden meters ten noorden van Nijhuizum staat, is een spinnenkopmolen. Hij werd voor 1832 gebouwd om samen met een andere spinnenkopmolen de 155 hectare grote Monnikenburenpolder te bemalen. De molen was aanvankelijk uitgerust met een scheprad en werd pas later van een vijzel voorzien. Voor 1940 werd de functie van de molen overgenomen door een dieselmotor, die in het onderhuis van de molen werd geplaatst. Het bovenhuis werd vervolgens gesloopt. De dieselmotor werd later vervangen door een elektromotor. In 1994 werden vergevorderde sloopplannen voor het onderhuis van de molen dankzij ingrijpen van enkele Friese molenliefhebbers verijdeld. Bron: Wikipedia.

Doopsgezinde Kerk

Ongeveer 2,9 kilometer naar het zuiden ligt de Doopsgezinde Kerk. De doopsgezinde ideeën vonden in Workum en omstreken al vroeg in de zestiende eeuw weerklank. Aanvankelijk werd vooral gepreekt in de omgeving van Workum. Er ontstond in de loop van de zestiende eeuw in Workum zelf een grote doopsgezinde gemeenschap, die tot 1650 verdeeld was in twee groeperingen en die gescheiden van elkaar kerkdiensten belegde. Vanaf 1650 werd de verdeeldheid overwonnen. Een oude zoutkeet werd als kerk ingericht. Op het eind van de zeventiende eeuw - in 1694 - werd de huidige kerk gebouwd, een eenvoudige schuurkerk op een vierkant grondplan. Als schuilkerk werd dit gebouw niet direct aan de Noard, maar meer naar achteren gebouwd. Vanaf 1744 kreeg de Workumse gemeenschap de beschikking over een eigen predikant. Voor de kerk werd aan de Noard 102 een kosterswoning met een klokgevel gebouwd. Bron: Wikipedia.

Boenstoepen

Ongeveer 2,6 kilometer naar het oosten ligt het rijksmonument Boenstoepen. Groep van 12 boenstoepen, gelegen langs de Workumertrekvaart. Voor de komst van de waterleiding lagen bij boerderijen en woningen die aan stromend water lagen boenstoepen, waar allerlei zaken gereinigd konden worden. De meeste waren van hout, echter in de walkant van de Workumertrekvaart in Parrega is in de jaren twintig van de twintigste eeuw een reeks identieke betonnen boenstoepen geplaatst. Mogelijk om illegale constructies en beschadiging van de walkant langs het provinciaal vaarwater te vermijden. De 12 boenstoepen zijn alle identiek, met uitzondering van de boenstoep tegenover Trekweg 100. De boenstoepen liggen verzonken in de walkant, zijn monoliet en met geringe dikte vervaardigd en hebben een grondkering met afgeschuinde flanken aan de waterkant. Vanaf de wal gezien is in de rechterhoek, een rond afstapplaatje met daaronder een plateau. Rechts een lagergelegen plateau. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 516531.

Makkumermeerpolder

Ongeveer 3,0 kilometer naar het noorden ligt de plek Makkumermeerpolder. Tussen 1876 en 1878 werd het 375 hectare grote meer drooggelegd door de Friesche Landaanwinning Maatschappij (een Brits-Hollandse investeerdersgroep), die ook het Parregaastermeer en het Workumermeer dempte. De droogmakerij was initieel geen succes. Al snel ontstonden problemen doordat er geen overkoepelend waterschap was en het maken van afspraken met de vele individuele eigenaren over ontwatering niet mogelijk bleek. Daardoor wist men het waterpeil onvoldoende te laten zakken voor het mogelijk maken van landbouw. 4 jaar later ging de investeringsmaatschappij mede daarom failliet. De polder is een landbouwgebied en wordt van oost naar west doorsneden door het Van Panhuyskanaal. Dit kanaal is na de drooglegging gegraven. Er zijn plannen geweest om de polder weer onder water te zetten ten behoeve van het toerisme, maar deze plannen zijn niet uitgevoerd. Bron: Wikipedia.

Makkum

Over Makkum werd vroeger het volgende verteld. De vriend van Makkum, die mij deze geschiedenis mededeelde, voegt er bij: « Toen ik in 1829 te Koudum woonde, ontmoette ik daar een taehtigjarigen neef van mijn grootvader, die lang had buitengevaren. Hij vertelde, een der opvarenden van dat kofschip geweest te zijn, toen de duivel den kapitein weghaalde. Maar hij noch een zijner kameraden had sinjeur den roodrok gezien. Een jonggehuwd man, die zijn vrouwtje hartstochtelijk beminde en wederkeerig door haar innig werd bemind, had het ongeluk, haar door den dood te verliezen. Hij betreurde haar diep niet alleen, maar wenschte en zuchtte onophoudelijk, dat zij weêr levend mocht worden en terug komen, ook toen zij reeds begraven was. Brachten vrienden en kennissen hem onder 't oog, dat zulk wensen dwaas en tevens zondig was, hij hield er toch meê aan. En na verloop van eenigen tijd, jawel! Daar kwam zijne jonge vrouw werkelijk bij hem terug, gezond en vroolijk als vroeger. De man was zeer verheugd; zij leefden eenige jaren gelukkig en kregen kinderen. Maar toen gebeurde 't, dat de vrouw toevallig een kruis te zien kreeg, en wat bleek nu? Dat zij niemand anders was dan de duivel in eigen persoon, die zich in eene jonge vrouw veranderd en zo den man bedrogen had. Dit was de straf voor zijne dwaze wensen. Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.

Cornwerdermolen

Ongeveer 2,8 kilometer naar het noordwesten ligt de windmolen Cornwerdermolen. De Cornwerdermolen, die aan de Kornwerdervaart staat, werd in 1907 gebouwd voor de bemaling van het Waterschap Cornwerd. Deze polder was het resultaat van de samenvoeging van vijf kleinere polders. De bouw van de Cornwerdermolen maakte de vijf molens die deze tot dan toe hadden bemalen overbodig: ze werden daarom gesloopt. Vanwege het peilverschil tussen de twee gebieden die de Cornwerdermolen moest bemalen, werd hij uitgerust met twee vijzels, waarvan er een na samenvoeging van de polders werd verwijderd. Nadat een zware storm in de nacht van 12 op 13 november 1972 ernstige schade aan de Cornwerdermolen had veroorzaakt, kreeg de vijzel van de molen elektrische aandrijving. De molen werd niet hersteld en raakte in verval, totdat hij in 1999 werd gerestaureerd. Bron: Wikipedia.

De Prins

Op zo'n 500 meter naar het noorden staat De Prins. Hotel-Café-Restaurant 'De Prins'. Markant aan de haven en binnen het beschermde gezicht Makkum gelegen overwegend laat-achttiende/vroeg-negentiende-eeuws gebouw, dat met name wordt beschermd vanwege de aanwezigheid in de gelagkamer van een bijzonder waardevolle en unieke tegelwand met schepentableaus. De tableaus zijn omstreeks 1790 gemaakt door de Amsterdamse tegelschilder Adam Sybel (Amsterdam circa 1743 - Makkum 1803), die was verbonden aan de in 1783 opgerichte tegelfabriek van reder, olieslager en koopman Hylke Jans Kingma. Sybel heeft ook gewerkt voor de bekende, nog steeds bestaande aardewerkfabriek van Tichelaar te Makkum. Met uitzondering van het statenjacht, dat twee keer voorkomt, verschillen alle schepen van elkaar. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 510854.

IJsselmeer

Je bent nu in het natuurgebied IJsselmeer. Het IJsselmeer is een groot, tamelijk ondiep zoetwatermeer, dat grotendeels is begrensd door dijken en dammen. Het meer heeft een belangrijke functie voor de recreatie en er vindt intensieve visserij plaats. Wat betreft de ecologische betekenis is de openheid en grootschaligheid van het gebied van groot belang. Zeer grote aantallen watervogels foerageren en ruien hier, in het bijzonder viseters en vogels die hun voedsel op de bodem van het meer zoeken. Vóór de afsluiting van de Zuiderzee in 1932, toen de Afsluitdijk gereed kwam, was de werking van de getijden tot in het zuiden merkbaar. Het tijverschil bedroeg bij Urk bijvoorbeeld nog zo'n 25 centimeter. 500 hectare aan intergetijdengebied droog. 000 hectare. Een deel hiervan is ingepolderd (Makkumer Zuidwaard), maar grote delen bestaan uit natuurgebied, met onder andere (deels verruigde) rietlanden, schrale hooilanden en biezenvelden. Bron: Natura 2000, Rijksoverheid (natura2000.nl).

Jopie Huisman Museum

Ongeveer 2,6 kilometer naar het zuidoosten ligt het Jopie Huisman Museum. Het Jopie Huisman Museum is een museum in de Friese stad Workum dat werken van kunstschilder Jopie Huisman exposeert. Het aan de Noard speciaal voor de collectie tekeningen, schilderijen en verzamelingen gebouwde museum werd geopend in 1992. Eerder was het vanaf 1986 gevestigd op andere locaties. Het museum wordt ondersteund door vrijwilligers, sponsors, een vriendenkring en een ondernemersclub. Het ontvangt geen structurele subsidie. Bron: Wikipedia.

De Hoop

Op zo'n 1,7 kilometer naar het zuiden staat De Hoop. Scheepstimmerwerf "De Hoop", v/h Evert Zwolsman. Belangrijk onder aan de dijk en direct naast de oorspronkelijke zeventiende-eeuwse schutsluis van Workum gelegen, in aanleg vermoedelijk midden achttiende-eeuws, doch in de loop van de negentiende eeuw vernieuwd en in de jaren 1976-1977 gerestaureerd werfcomplex, bestaande uit woonhuis, timmer- annex pikloods (hellingschuur) en timmerwerf met dubbele sleephelling. Op de werf zijn gedurende meer dan twee eeuwen houten en (later) ijzeren (vissers)schepen gebouwd en gerepareerd, daaronder boeiers, blazen, schokkers, aken, tjalken en skutsjes. Sedert de restauratie is het complex in gebruik als reparatie- en nieuwbouwwerf voor historische schepen. De timmerschuur zou de oudste nog bestaande van West-Europa zijn. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 387988.

Hindeloopen

Bij Hindeloopen gaat een oud verhaal. Hjo het hjar doaiter op 'e tuttelpleate (Hindeloopen ). Zij heeft haar dochter op de titelplaat. Hja het dêr in trekplaster. Het meisje heeft daar ter plaats een trekpleister (een bemind voorwerp, waarom zij er liefst blijft wonen of anders zich er gaarne vertoont ). Hja is onder 'e hoantsen ütbret. Zij is onder de kemphanen uitgebroed. — Zjj is eene feeks. Hja is in stikje güd dat net forblikke scil. Zij is een stukje goed dat niet zal verkleuren (eene degelijke jonge vrouw of meisje). Hjit, fcnld. Hy is gau hjit en gau kdld lyk as in bliken tsjettel. Hjj is ras heet en ras weêr afgekoeld, als een blikken ketel. Dêr icird ik hjit noch kdld fen. (Die vermaning, berisping of dreigementen; dat ernstig geval) daar trek ik mij niets van aan. — Ook: Dat komt my net oan V kalde klean. Hy is bang dat er hint oan kdld wetter barne scil. Hij vreest zich aan koud water te zullen branden (is te schroomvallig om iets van beteekenis te ondernemen). It is my to hjit, ik Ut it stean. Het is mij te heet ik neem het niet. Bron: Waling Dykstra, Uit Friesland's volksleven, 1896.

Grote of Sint Gertrudiskerk

Ongeveer 1,9 kilometer naar het westen ligt de Grote of Sint Gertrudiskerk. Hervormde KERK. Markant achter de IJsselmeerdijk gelegen kerkgebouw, gebouwd in 1632 op de fundamenten van een laat-zestiende-eeuwse voorgangster en tot 1892 bestaande uit een tweebeukige hallekerk. In 1658 werd de kerk met een zuidbeuk uitgebreid, welke in 1892 weer werd afgebroken. Sedertdien is weer sprake van een eenbeukig gebouw. De ingangsportalen met frontons aan noord- en zuidzijde (het laatste oorspronkelijk van de westzijde afkomstig), werden in 1658 (het jaar waarin de zuidbeuk werd opgetrokken) vervaardigd door Claes Lykles. Op het kerkhof staan ook enkele oorlogsgraven (1940-1945). De zuidelijke ingangspartij, met gebroken fronton en opschrift met het jaartal 1658, werd vervaardigd door Claes Lykles en is afkomstig van de in 1892 afgebroken zuidbeuk. De noordgevel is ingedeeld als de zuidgevel. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 22171.

Bocht fan Molkwar

Ongeveer 2,4 kilometer naar het zuiden ligt het natuurgebied Bocht fan Molkwar. Het natuurgebied de Bocht fan Molwar is het buitendijks gelegen gebied tussen Hindeloopen en Molkwerum. Het gebied bestaat uit rietland, schraalgrasland, enkele kunstmatig aangelegde eilandjes voor de Friese kust en het omringende water. Het terrein op het land is 23 hectare groot, het reservaat voor watervogels telt 274 hectare. Het natuurterrein wordt beheerd door de Friese natuurbeschermingsorganisatie It Fryske Gea, die in 1995 drie eilandjes aanlegde voor de kust tussen Hindeloopen en Molkwerum. Vanaf die tijd heeft het gebied zich ontwikkeld tot een rust- en broedplaats voor grote aantallen water- en weidevogels. Het gebied is niet vrij toegankelijk. Vanaf de IJsselmeerdijk en vanuit de vogelkijkhut is het mogelijk om de flora en fauna van het gebied te observeren. Bron: Wikipedia.

Reddingboothuis

Ongeveer 800 meter naar het westen ligt het rijksmonument Reddingboothuis. Het reddingboothuis van het Reddingsstation te Hindeloopen, dat deel uitmaakt van de "Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij", is in 1911 gebouwd door Tjeerd Diekkes uit Hindeloopen. De KNRM is opgericht met het doel om hulp te verlenen aan zeelieden die voor de Nederlandse kust voeren en in gevaar verkeerden. In eerste instantie was de reddingsmaatschappij actief langs de kust van de Noordzee, pas tegen het begin van de twintigste eeuw werd het reddingswerk ook langs de Wadden- en Zuiderzeekust verricht. Hindeloopen was één van de eerste reddingsstations langs de Zuiderzeekust. Het boothuis met helling voor de roei-reddingsvlet is op de dijk gebouwd. De eerste redding vond pas plaats in 1919. In 1941 is de roei-reddingsboot vervangen door een motor-reddingsboot. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 513628.

Amerikaanse

Op zo'n 2,1 kilometer naar het zuidwesten staat het rijksmonument Amerikaanse. Naar Amerikaans model ontstane windmolen van het type "Hercules Metallicus", uit Duitsland geimporteerd door de Rotterdamse handelmaatschappij R S Stokvis & Zonen en begin twintigste eeuw voor het voormalige waterschap "Ymedaem" (thans "Tusken Mar en Klif) geplaatst aan het op de Morra uitwaterende Jan Broerskanaal. Vroeg-twintigste-eeuwse "Amerikaanse windmotor" van algemeen cultuurhistorisch en industrieel-archeologische belang: - voor de geschiedenis van de industriele archeologie van Nederland, in het bijzonder van die der windmotoren; - vanwege de ontwikkeling van de vroeg-twintigste-eeuwse Nederlandse bemalingstechniek naar Amerikaans model; - vanwege zijn voorbeeldfunctie voor de fase tussen windmolenbemaling en motorbemaling; - vanwege zijn rol in de bemalingsgeschiedenis van het voormalige waterschap "Ypedaem" (thans "Tusken Mar en Klif"); - vanwege zijn landschappelijke betekenis als markant herkenningspunt in het weide- en natuurgebied, zuidwestelijk van Koudum. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 386776.

Visserswoning

Op zo'n 1,4 kilometer naar het zuidwesten staat het rijksmonument Visserswoning. Visserswoning, blijkens de in hout aangebrachte inscriptie boven de inpandige toegangsdeur, gebouwd in 1716. De detaillering is overwegend negentiende-eeuws. Het snijwerk van de deuromlijsting is verwant aan dat van het nabijgelegen 'Zuiderzeestadje' Hindeloopen. Het pandje is mooi gelegen aan de rand van het beschermde dorpsgezicht Molkwerum en grenst aan de landerijen. Oorspronkelijke plattgrond. G. en ANNO 1716. Visserswoning is van algemeen cultuur- en architectuurhistorisch alsmede van stedenbouwkundig belang: - wegens de ouderdom; - wegens de bouw- en gebruiksgeschiedenis; - wegens het kenmerkende materiaalgebruik; - wegens de aanwezigheid van een aantal zeer waardevolle interieuronderdelen; - wegens de vrij hoge mate van in- en uitwendige gaafheid en herkenbaarheid; - wegens de regionale zeldzaamheid, zowel wat betreft ouderdom als voorkomen; - wegens de vrij ongerepte ligging aan de rand van het beschermde dorpsgezicht Molkwerum. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 527248.

Sudermarpolder

Op zo'n 1,2 kilometer naar het zuiden staat de plek Sudermarpolder. Het gebied is een voormalige droogmakerij op kleigrond en is voor het grootste deel in bezit van It Fryske Gea. Bij de plekken waar nog zout kwelwater omhoog komt groeien zoutminnende graslandplanten. In de sloten groeien zwanenbloem en de zannichellia. Het open graslandgebied met langs de dijk een brede vaart met rietkragen is een broedgebied voor weidevogels, ’s winters zit het vaak vol met ganzen. Kritische vogelsoorten als tureluur en veldleeuwerik komen hier tot broeden. De polder wordt gebruikt als foerageergebied voor overwinterende en trekkende vogels als grauwe gans, kolgans, brandgans, smient, goudplevier en wulp. De Sudermarpolder grenst aan de Dyksfeart. Bron: Wikipedia.

Schutsluis

Op zo'n 700 meter naar het westen staat het rijksmonument Schutsluis. De "oude zeesluis" te Stavoren schutsluis ligt aan de noordzijde van het stadje en aan de zuid-oostzijde van de haven. De zeesluis bestond al in de zestiende eeuw: in 1576 werd zij beheerd door de Zeedijkbesturen van Wymbritseradiel, Hemelumer Oldeferd en de stad Stavoren. De sluis is in 1894 hersteld, 2. Tot 1965 is de sluis gebruikt voor het schutten van onder andere vracht- en vissersschepen. Tegenwoordig wordt ze voornamelijk gebruikt voor de recreatievaart en in geval van nood. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, rijksmonumentenregister, monumentnummer 513626.

In de buurt van deze route

Plaatsen langs deze route

Hindeloopen · It Soal · Johan Frisokanaal · Koudum · Laaksum · Makkum · Molkwerum · Stoenckherne · Workum — zie alle plaatsen en de routes die er langskomen.

Overnachten

Partnertip — Boek je via deze link, dan krijgt Luisterroute een kleine vergoeding. Jij betaalt niet meer.

Zoek een overnachting bij Friesland

Activiteiten in de buurt